in

Zo maak je van de vogeltrek je onderwerp

September is niet alleen de maand van de eerste herfstkleuren en mistige ochtenden. Ook boven je hoofd verandert er van alles. De najaarstrek van vogels komt op gang. Vogels verlaten hun broedgebieden en trekken richting gebieden waar ze de winter doorbrengen. Voor fotografen levert die reis allerlei mogelijkheden op. Van een enkele vogel in volle vlucht tot grote groepen die als patronen door de lucht bewegen. Met deze tips maak je van de vogeltrek meer dan alleen een scherpe vogelfoto.

Maak de reis onderdeel van je foto

Bij vogelfotografie bestaat al snel de neiging om een zo lang mogelijk objectief te pakken en te proberen de vogel beeldvullend vast te leggen. Tijdens de vogeltrek mag je dat idee gerust loslaten. De reis zelf kan namelijk het onderwerp van je foto zijn.

Een groep vogels hoog in de lucht vertelt bijvoorbeeld een ander verhaal wanneer je een flink stuk van de omgeving laat zien. Denk aan vogels boven een open landschap, langs de kust of tegen een indrukwekkende septemberlucht. De dieren hoeven dan helemaal niet groot in beeld te staan. Let vooral op de richting waarin de vogels vliegen. Geef ze in je compositie ruimte vóór zich, zodat ze als het ware het beeld in kunnen vliegen. Daarmee benadruk je beweging en richting.

Ook silhouetten kunnen sterk werken. Vooral rond zonsopkomst en zonsondergang kun je vogels tegen een lichte lucht fotograferen. Belicht dan op de lucht en laat de vogels bewust donker worden. De vorm en positie van de dieren worden daardoor belangrijker dan details in hun verenkleed.

Foto: cindykuiphuis
Foto: cindykuiphuis

Zo fotografeer je vogels scherp in vlucht

Wil je een individuele vogel of een kleine groep scherp vastleggen, dan wordt de techniek belangrijker. Vogels kunnen snel en onvoorspelbaar bewegen, waardoor zowel autofocus als sluitertijd flink aan het werk worden gezet. Gebruik continue autofocus, bij veel camera's aangeduid als AF-C of Servo AF. Heeft je camera onderwerp- of oogdetectie voor vogels, dan kan die functie enorm helpen. De camera probeert de vogel te herkennen en te blijven volgen terwijl deze door het beeld beweegt.

Vertrouw daar niet volledig blind op. Tegen een egale lucht heeft de camera het relatief gemakkelijk, maar vliegt een vogel langs bomen, riet of een andere drukke achtergrond, dan wordt scherpstellen lastiger. Controleer daarom regelmatig waar je scherpstelpunt terechtkomt. Voor vogels in vlucht is 1/1000 seconde een bruikbaar vertrekpunt. Bij snelle soorten, veel vleugelbeweging of wanneer een vogel relatief dicht langs je vliegt, kun je richting 1/1600 of 1/2000 seconde gaan. Is de vogel verder weg en beweegt deze rustig door het beeld, dan kun je soms met een langere sluitertijd uit de voeten. Wees niet bang om daarvoor je iso te verhogen. Een scherpe opname op ISO 1600 is meestal waardevoller dan een bewogen foto op ISO 200.

Auto-ISO is hierbij handig. Stel zelf de gewenste sluitertijd en het diafragma in en laat de camera de iso aanpassen wanneer het licht verandert. Zeker op septemberdagen waarop zon en bewolking elkaar snel afwisselen, hoef je zo minder met je instellingen bezig te zijn.

Kijk naar groepen en patronen

Foto: marc-cobben
Foto: marc-cobben

Tijdens de vogeltrek hoef je niet voortdurend één exemplaar uit een groep te pikken. Juist meerdere vogels samen kunnen een interessant beeld opleveren. Een groep vogels kan lijnen, golven en andere patronen in de lucht vormen. Wacht daarom niet alleen op het moment waarop de vogels het dichtst bij je zijn, maar kijk naar de complete vorm van de groep. Hierbij kan een iets kortere brandpuntsafstand juist prettig zijn. Met 400 of 600 mm verdwijnt een groot deel van een groep gemakkelijk buiten beeld. Zoom eens uit naar 100 of 200 mm en kijk wat er gebeurt wanneer je meer lucht en landschap toevoegt.

Let ook op overlap. Bij een kleine groep is het vaak mooier wanneer je meerdere individuele vogels kunt onderscheiden. Blijf daarom fotograferen terwijl de formatie verandert. Een fractie van een seconde later kan de verdeling ineens veel sterker zijn. De burstmodus helpt daarbij. Dat betekent niet dat je voortdurend honderden beelden hoeft te maken. Gebruik korte reeksen wanneer de vogels een interessante positie bereiken en kies achteraf het beeld waarin de vormen het beste verdeeld zijn.

Fotografeer ook tijdens een tussenstop

Vogeltrek speelt zich niet alleen hoog in de lucht af. Onderweg moeten vogels ook rusten en voedsel zoeken. Dat levert een heel andere vorm van fotografie op. Let bijvoorbeeld op groepen vogels die samen neerstrijken of foerageren. In plaats van vluchtfotografie kun je dan gedrag vastleggen. Kijk naar interacties tussen vogels, een dier dat zich even afzondert van de groep of een moment waarop meerdere vogels tegelijk opvliegen. Hier kun je veel meer met compositie spelen. Een laag camerastandpunt kan helpen om een rustige achtergrond te krijgen. Een langere brandpuntsafstand maakt het vervolgens gemakkelijker om één vogel of een klein groepje te isoleren.

Houd voldoende afstand. Als vogels telkens bij je vandaan lopen, stoppen met foerageren of opvliegen doordat jij dichterbij komt, zit je te dichtbij. Zeker tijdens een lange trektocht hebben vogels hun energie nodig. Een langere lens en wat geduld leveren dan niet alleen natuurlijker gedrag, maar vaak ook betere foto's op.

Foto: Erik1234
Foto: Erik1234

Probeer beweging juist eens zichtbaar te maken

Een scherpe vliegende vogel is technisch knap, maar beweging hoeft niet altijd volledig bevroren te worden. Wil je een creatiever beeld maken, experimenteer dan eens met een langere sluitertijd. Probeer bijvoorbeeld 1/60, 1/30 of zelfs 1/15 seconde en beweeg de camera tijdens de opname met de vogel mee. Dit wordt meetrekken of panning genoemd. Het doel is niet noodzakelijk dat de complete vogel haarscherp wordt. Een herkenbare kop of romp in combinatie met vervaagde vleugels kan al voldoende zijn. De achtergrond verandert ondertussen in strepen, waardoor het gevoel van snelheid veel sterker wordt.

De juiste sluitertijd hangt sterk af van de snelheid en afstand van de vogel en van je brandpuntsafstand. Experimenteer daarom. Begin bijvoorbeeld bij 1/60 seconde en maak de sluitertijd steeds langer. Verwacht bovendien veel mislukte foto's. Bij deze techniek hoort dat erbij. Als één opname uit een reeks precies de juiste combinatie van scherpte en beweging heeft, kan die veel meer dynamiek uitstralen dan een volledig bevroren vluchtfoto.

Foto: PeterKosterHT
Foto: PeterKosterHT

Profiteer van het septemberlicht

Vogeltrek en septemberlicht vormen een mooie combinatie. Rond zonsopkomst en zonsondergang staat de zon laag en kun je met warm zij- en tegenlicht werken. Let bijvoorbeeld op een vogel waarvan de randen van de veren door tegenlicht worden opgelicht. Bij een groep vogels kun je juist bewust voor silhouetten kiezen. Ook wolken kunnen een belangrijke rol spelen. Een vogel tegen een egaal blauwe of grijze lucht kan wat kaal ogen. Een lucht met verschillende lichte en donkere partijen geeft je compositie meer sfeer, zeker wanneer de vogels klein in beeld staan.

Blijf daarom niet alleen naar de dieren kijken. Kijk ook naar het licht en de achtergrond waar ze naartoe vliegen. Soms is het beter om je camera alvast op een mooie plek in de lucht te richten en te wachten totdat de vogels daar doorheen vliegen.

Kijk deze maand wat vaker omhoog

Je hebt voor het fotograferen van de vogeltrek niet altijd een zeldzame vogel of een extreem lange telelens nodig. Een groep vogels als kleine silhouetten boven het landschap kan het verhaal van de trek soms beter vertellen dan één vogel die het hele beeld vult. Wissel daarom af. Maak een scherpe actiefoto met een korte sluitertijd, zoom vervolgens uit om de groep in het landschap te plaatsen en probeer daarna een langere sluitertijd om beweging zichtbaar te maken.

Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Unieke klassieker: Leica Summicron-M 66 f/2

Inspiratie – Fotografie met vintage lenzen