in

Inspiratie – Fotograferen met de septemberzon

September is een interessante maand voor fotografen die graag met natuurlijk licht werken. De dagen worden korter en de zon staat steeds lager aan de hemel. Dat merk je vooral in de ochtend en aan het einde van de middag. Het harde zomerlicht maakt vaker plaats voor langere schaduwen, strijklicht en warm tegenlicht.

Waarom het licht in september verandert

In de zomer bereikt de zon een veel hogere positie aan de hemel. Rond het midden van de dag valt het licht daardoor relatief steil naar beneden. Dat kan diepe schaduwen onder ogen, bladeren en andere uitstekende delen veroorzaken. In een landschap worden structuren tegelijkertijd minder duidelijk zichtbaar, doordat het licht meer van boven komt. Richting de herfst verandert de zonnestand. De zon blijft lager en het verschil wordt gedurende september steeds duidelijker. Voor fotografie betekent dit dat je vaker kunt werken met licht dat schuin over je onderwerp strijkt.

Dat heeft een groot voordeel: oneffenheden krijgen een lichte en een donkere kant. Denk aan de voren in een akker, boomschors, zand, gras of de gevel van een oud gebouw. Structuur die bij vlak licht nauwelijks opvalt, wordt door zijlicht ineens zichtbaar. Daar hoef je overigens niet uitsluitend tijdens het gouden uur van te profiteren. Kijk gedurende de hele dag bewust naar de richting waarin het licht valt.

Gebruik zijlicht om structuur zichtbaar te maken

Foto: ThijsFr
Foto: ThijsFr

Een van de gemakkelijkste manieren om van een lage zonnestand te profiteren, is door het licht van opzij te laten komen. Stel dat je een glooiend landschap fotografeert. Fotografeer je met de zon recht achter je, dan worden de heuvels gelijkmatig verlicht. Draai je een kwartslag, dan valt het zonlicht vanaf de zijkant over het landschap. De ene zijde van een verhoging wordt licht en de andere blijft donker. Dat verschil tussen licht en schaduw geeft je foto meer diepte.

Hetzelfde principe werkt op kleinere schaal. Fotografeer eens een boomstam, muur of uitgebloeide plant met zijlicht. Vooral reliëf en textuur komen dan sterk naar voren. Let wel op het contrast. De lichte delen kunnen behoorlijk helder worden terwijl de schaduwpartijen donker blijven. Controleer daarom je histogram en voorkom dat belangrijke hooglichten uitbijten. Fotografeer in raw, zodat je achteraf meer ruimte hebt om de lichte en donkere delen in balans te brengen.

Draai je om en fotografeer tegen het licht in

Heb je een mooie septemberavond getroffen? Fotografeer dan niet automatisch met de zon in je rug. Tegenlicht kan juist voor veel sfeer zorgen. Dat werkt bijvoorbeeld goed bij mensen en dieren. Het lage zonlicht kan een lichte rand rondom haren, veren of vacht vormen. Ook grassen, bladeren en andere halfdoorschijnende onderwerpen kunnen prachtig oplichten. Probeer de zon daarbij niet altijd volledig in beeld te zetten. Plaats hem bijvoorbeeld achter een boom, gebouw of je onderwerp. Zo voorkom je een groot fel vlak en kun je het tegenlicht gemakkelijker onder controle houden.

Wil je juist een silhouet maken, belicht dan op de lichte achtergrond. Je onderwerp wordt vanzelf donker. Zorg daarbij voor een duidelijk herkenbare vorm. Een wandelaar die met armen en benen los van het lichaam staat, is bijvoorbeeld gemakkelijker als silhouet te herkennen dan iemand waarbij alle vormen over elkaar vallen.

Foto: MarlonVS
Foto: MarlonVS

Wil je juist details in het gezicht van een persoon behouden? Dan moet je anders belichten. Een reflectiescherm of een subtiele invulflits kan helpen om het verschil tussen de lichte achtergrond en je model kleiner te maken.

Gebruik lange schaduwen in je compositie

De lage zon geeft je nog een extra compositiemiddel: schaduwen worden langer. Een persoon, boom, hekwerk of rij paaltjes kan daardoor een schaduw produceren die een groot gedeelte van je foto vult. Gebruik die schaduw eens als lijn die de kijker door het beeld leidt. Je hoeft het onderwerp dat de schaduw veroorzaakt zelfs niet altijd volledig te laten zien. Een foto van alleen een lange menselijke schaduw kan een veel abstracter resultaat opleveren.

In de stad zijn de mogelijkheden helemaal groot. Gebouwen, bruggen, fietsen, lantaarnpalen en voorbijgangers creëren overal geometrische vormen. Zoek een interessante compositie en wacht vervolgens totdat iemand door het licht loopt. Belicht daarbij bewust op de lichte delen. De schaduwen mogen bij zo'n grafisch beeld best donker worden. Je hoeft niet altijd overal detail te behouden.

Pak je teleobjectief en zoek naar lichtvlekken

Foto: KarenBrouwer
Foto: KarenBrouwer

Een septemberlandschap hoef je niet automatisch met een groothoekobjectief vast te leggen. Pak juist eens je teleobjectief. Wanneer de zon laag staat en er wolken voorlangs bewegen, wordt een landschap vaak niet overal tegelijk verlicht. Het ene weiland ligt in de schaduw terwijl een volgende akker ineens fel wordt geraakt door de zon. Dat zijn interessante momenten om met een langere brandpuntsafstand uit het landschap te halen.

Met bijvoorbeeld 100 tot 300 mm kun je een klein gedeelte isoleren. Zoek een verlichte boom tegen een donkere achtergrond, een boerderij waarop precies één zonnestraal valt of een dier dat in een lichtvlek staat. Wacht vervolgens. Het licht beweegt voortdurend doordat wolken voor de zon langs trekken. Een compositie die op het ene moment weinig voorstelt, kan een halve minuut later precies goed zijn. Dit soort fotografie draait daardoor niet alleen om instellingen, maar vooral om vooruitkijken naar het licht.

Let op je witbalans

Het warme karakter van septemberlicht wil je natuurlijk behouden. Fotografeer je in raw, dan kun je de witbalans achteraf zonder groot kwaliteitsverlies aanpassen. Toch is het handig om tijdens het fotograferen al te zien waar je naartoe werkt. Automatische witbalans kan een warme scène neutraler proberen te maken. Vergelijk daarom eens Auto met de instelling Daglicht of Bewolkt. Je kunt ook handmatig een kleurtemperatuur kiezen. Maak het niet warmer alleen omdat het september is. Het doel is dat het licht geloofwaardig blijft. Kijk vooral naar wat je op dat moment daadwerkelijk ervaart.

Maak van het gouden uur geen gouden regel

Foto: AukeJan
Foto: AukeJan

Het gouden uur krijgt veel aandacht, maar dat betekent niet dat je alleen direct na zonsopkomst en voor zonsondergang interessante foto's kunt maken. Juist in september kun je steeds langer profiteren van een lagere zonnestand. Bovendien kunnen wolken, nevel en openingen in het wolkendek het licht midden op de dag compleet veranderen.

Kijk daarom niet alleen naar de klok, maar vooral naar de richting en kwaliteit van het licht. Loop eens rondom je onderwerp en kijk wat er gebeurt. Met het licht mee krijg je een heel ander resultaat dan met zijlicht of tegenlicht. Een verschil van enkele meters kan soms al voldoende zijn.

Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

5 tips voor meer karakter in je portretten

Super-tele: Fujinon XF 400mm F4.5 R LM OIS WR