Moderne objectieven zijn technisch beter dan ooit. Ze zijn scherp, stellen razendsnel scherp en corrigeren allerlei optische afwijkingen. Maar perfectie is niet altijd wat je nodig hebt voor een interessante foto. Een oud objectief kan juist door zijn imperfecties een heel ander beeld geven. Zachte contrasten, opvallende bokeh en flare worden ineens creatieve middelen. En dankzij systeemcamera’s kun je veel oude objectieven relatief eenvoudig opnieuw gebruiken.
Waarom zou je een oude lens gebruiken?
Bij moderne objectieven proberen fabrikanten allerlei optische eigenschappen zo goed mogelijk onder controle te krijgen. Denk aan scherpte van hoek tot hoek, chromatische aberratie, vervorming en flare. Dat is ontzettend handig als je een voorspelbaar en technisch schoon resultaat wilt. Vintage objectieven stammen uit een andere tijd. De optische ontwerpen en coatings waren anders en veel objectieven werden volledig handmatig bediend. Daardoor kunnen ze een herkenbare weergave hebben.
Bij sommige oude objectieven zie je bijvoorbeeld sneller flare wanneer je richting de zon fotografeert. Andere geven bij een groot diafragma een zachter beeld of opvallende onscherpte in de achtergrond. Het contrast kan lager zijn en lichtpunten kunnen anders worden weergegeven dan met een modern objectief. Dat zijn technisch gezien niet allemaal voordelen. Maar fotografisch kunnen ze juist interessant zijn.
Daarbij hoeft een vintage lens overigens helemaal niet extreem of 'dromerig' te zijn. Er bestaan ook oudere objectieven die verrassend scherp zijn en vooral interessant zijn omdat je voor relatief weinig geld een degelijk objectief met handmatige bediening kunt vinden.

1. Maak portretten die minder klinisch aanvoelen
Portretfotografie is een mooie toepassing voor oude objectieven. Bij een portret hoeft namelijk niet iedere porie messcherp te worden weergegeven. Een iets zachtere weergave bij volle opening kan juist prettig werken. Experimenteer daarom eens met een vintage lens rond 50 tot 135 mm en fotografeer met een relatief groot diafragma. Vooral bij oudere lichtsterke primes kun je interessante overgangen tussen scherp en onscherp krijgen.
Kijk daarbij niet alleen naar de scherpte van het gezicht. Let juist op wat er achter je model gebeurt. Lichtpuntjes tussen bladeren, straatverlichting of zonlicht dat door een boom schijnt, kunnen een opvallende bokeh opleveren. Sommige oude lensontwerpen geven bijvoorbeeld een onrustige of draaiende indruk aan de onscherpte. Bij het ene portret leidt dat enorm af, terwijl het bij een ander beeld juist alle aandacht naar het gezicht trekt. Gebruik zulke eigenschappen bewust. Zoek dus niet eerst een locatie en ontdek vervolgens wat je lens ermee doet, maar draai het om: zoek een achtergrond waarop het karakter van je objectief zichtbaar wordt.
2. Gebruik flare als onderdeel van je compositie
Waar je bij moderne fotografie vaak probeert lensflare te voorkomen, kun je hem met een oud objectief juist opzoeken. Oudere coatings kunnen anders reageren op fel tegenlicht. Fotografeer richting een laagstaande zon en je kunt lichtvlekken, kleurverschuivingen en een afname van het contrast krijgen. Vooral bij portretten, bloemen, straatfotografie en landschapsdetails kun je daarmee experimenteren. Plaats de zon bijvoorbeeld net buiten het kader en beweeg je camera langzaam. Een verschil van enkele centimeters kan de flare volledig veranderen.
Probeer vervolgens hetzelfde met de zon nét binnen beeld. Laat hem gedeeltelijk achter een persoon, boom of gebouw verdwijnen. Je krijgt dan vaak een veel subtieler effect. Flare is wel lastig te voorspellen. Dat is precies een deel van de charme. Maak verschillende foto's en verander telkens je standpunt iets. Let ondertussen op je hooglichten. Een creatieve lichtvlek mag best fel zijn, maar je wilt niet per ongeluk alle structuur in belangrijke lichte delen verliezen.

3. Maak van onscherpte je onderwerp
We zijn gewend om een objectief vooral op scherpte te beoordelen. Bij vintage glas kun je eens precies het tegenovergestelde doen: kijk naar hoe het objectief onscherpte tekent. Zoek bijvoorbeeld bloemen, bladeren of grassen met veel afstand tot de achtergrond. Fotografeer met een groot diafragma en stel nauwkeurig scherp op één klein detail.
Een vintage objectief kan lichtpunten en structuren in de achtergrond heel anders weergeven dan je moderne lens. Soms wordt de achtergrond romig en rustig, soms juist levendig en grillig. Dat maakt oude objectieven interessant voor bijvoorbeeld bloemenfotografie. Een vrij gewoon onderwerp kan door een bijzondere achtergrond ineens veel meer sfeer krijgen. Ook hier geldt dat 'vreemd' niet automatisch 'mooi' betekent. Bekijk het complete beeld. Trekt de bokeh meer aandacht dan je onderwerp? Kies dan een andere achtergrond of diafragmeer iets.

4. Vertraag je manier van fotograferen
Een vintage lens verandert niet alleen je foto, maar ook de manier waarop je fotografeert. Veel oude objectieven hebben geen autofocus. Ook het diafragma stel je vaak op het objectief zelf in. Daardoor moet je bewuster werken. Gelukkig maken moderne systeemcamera's dat een stuk gemakkelijker. Focus peaking kan aangeven welke delen van het beeld scherp zijn en met een vergroting in de zoeker of op het scherm kun je de scherpstelling heel precies controleren.
Dat werkt uitstekend bij rustige onderwerpen zoals portretten, landschappen, architectuur, stillevens en bloemen. Voor snel bewegende dieren of sport is handmatig scherpstellen uiteraard een stuk uitdagender. Maak daar eens een oefening van. Zet één vintage prime op je camera en ga een middag fotograferen zonder van objectief te wisselen. Doordat je niet kunt zoomen en zelf moet scherpstellen, ga je vanzelf meer nadenken over afstand en compositie.
Oude lens, moderne camera
Vooral systeemcamera's maken het aantrekkelijk om met oud glas te experimenteren. Met een geschikte adapter zijn allerlei oudere vattingen op moderne camerabody's te gebruiken. Je moet daarbij wel goed controleren of jouw specifieke lens, vatting, adapter en camera daadwerkelijk compatibel zijn. Houd er rekening mee dat je meestal elektronische functies verliest. Autofocus ontbreekt vaak en informatie over het gekozen diafragma wordt niet altijd aan de camera doorgegeven. Beeldstabilisatie in de camerabody kan bij sommige camera's bovendien vragen om de brandpuntsafstand handmatig in te voeren.
Ook het beeldveld verdient aandacht. Een oude 50mm-lens blijft optisch een 50mm, maar op een aps-c-camera krijg je door de kleinere sensor een nauwere beeldhoek dan op fullframe.
Controleer bij de aanschaf vooral de staat van het objectief. Een paar gebruikssporen aan de buitenkant hoeven geen probleem te zijn. Schimmel, waas tussen de lenselementen, olie op diafragmalamellen of een stroef scherpstelmechanisme zijn veel belangrijker. Kijk ook of het diafragma netjes opent en sluit.

Perfectie is niet altijd het doel
Het leuke van vintage lenzen is uiteindelijk niet dat ze per definitie beter zijn dan moderne objectieven. Dat zijn ze vaak helemaal niet. Het interessante is dat ze je een andere gereedschapskist geven. Zet daarom eens je moderne autofocusobjectief naast een oude lens en fotografeer hetzelfde portret met beide. Zoek tegenlicht, lichtpuntjes in de achtergrond en fotografeer beide objectieven op een groot diafragma.
Vergelijk vervolgens niet alleen welke foto het scherpst is. Kijk naar contrast, huidweergave, bokeh, flare en de overgang van scherp naar onscherp. Vraag jezelf vooral af: welke versie past het beste bij het beeld dat ik wilde maken? Misschien kies je technisch gezien voor de minder perfecte foto. En juist bij vintage lenzen kan dát precies de bedoeling zijn.

