in

Zo fotografeer je het noorderlicht

In het donker fotograferen is zeker niet altijd makkelijk, zeker niet als er weinig tot geen omgevingslicht is. Als je geluk hebt, is het enige licht dat aanwezig is, het noorderlicht. Scherpstellen en het kiezen van de juiste instellingen kan dan lastig zijn. Wim vertelt je over zijn keuzes.

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Licht in het Donker in Zoom Academy. Hierin leer je alles over het fotograferen bij weinig licht en nog veel meer!

Het noorderlicht kan eigenlijk de hele dag door aanwezig zijn. Dat je het alleen ’s nachts en dan vooral ’s winters ziet, is omdat het dan donker genoeg is om het relatief zwakke licht op te vangen. Het noorderlicht kun je dus ook alleen zien als het goed donker is.

Als je het noorderlicht wilt kunnen zien, moet het donker genoeg zijn. De wintermaanden zijn daarom de beste maanden om het te zien.

Wim Denijs (wimdenijs_zoom)
Canon 6D · ISO 1600 · F 2,8 · 15 SEC · 14 MM

Wachten op het noorderlicht

Als de zon eenmaal onder gaat, is het tijd om foto’s te gaan maken. Niet direct natuurlijk, eerst moet het noorderlicht nog verschijnen. Daarvoor kun je de apps in de gaten houden. Check hoe hoog de KP’s zijn en hoe hoog het percentage is dat je het zou kunnen zien is.

Gaan de cijfers de goede kant op? Dan is het verstandig om je spullen te pakken en op pad te gaan naar je locatie. Zijn de cijfers nog wat twijfelachtig? Zet dan gewoon alle lichten in de kamer uit en kijk naar buiten. Zo weerspiegelt het licht uit de kamer niet op de ramen en kun je de hemel goed zien. “Je kunt ook een foto uit de hand maken met heel hoge iso. Die hoeft niet mooi of scherp te zijn, maar soms kun je dan al wel een groene gloed in de lucht zien, die je met het blote oog nog niet kunt zien. Dan is het al bezig en zou het kunnen dat het langzaamaan sterker wordt”, vertelt Wim.

De KP wordt gemeten op een schaal van 0 tot 9, en staat voor de sterkte van het poollicht. Is het KP-cijfer onder de 3, dan is het licht wel aanwezig, maar moeilijk of niet waarneembaar met het blote oog. Hoe hoger het cijfer, hoe sterker dus het poollicht. Vanaf KP 7 wordt van een storm gesproken, het noorderlicht is dan erg sterk. “Zelf heb ik een paar keer het geluk gehad om KP 7 te kunnen waarnemen, fenomenaal!”, vertelt Wim.

Op locatie

Je komt dus op je locatie aan. “Soms is het dan al bezig, maar soms is er ook nog niks”, vertelt Wim. “Dan kan het zijn dat je een paar uur moet wachten, maar het kan natuurlijk ook dat het helemaal niet komt. Het is altijd afwachten.” Tijdens dat wachten kun je zeker al wel aan het werk. Zet je statief alvast klaar en stel je camera in. Zo kun je, als het begint, gelijk gaan fotograferen. Soms duurt de lichtshow namelijk maar een paar minuten, terwijl het ook uren kan duren.

Soms moet je uren wachten voordat het noorderlicht aan de hemel verschijnt, maar als het dan eenmaal komt, is het zeker het wachten waard.

Wim Denijs (wimdenijs_zoom)
Canon 6D · ISO 2000 · F 2,8 · 15 SEC · 14 MM

De fotograaf van deze Finse foto geeft als tip: probeer de sluitertijden niet te lang te maken. Hoe korter de sluitertijd, hoe meer details je ziet van de bewegende stralen.

Kaj Crucq (kajcrucq)
Canon 5D IV · ISO 5000 · F 1,8 · 8 SEC · 14 MM

Aan het werk

Omdat je van te voren je compositie al bepaald hebt, hoef je je alleen maar te bekommeren om het klaarzetten van de camera, het instellen en het scherpstellen. Dat kan best lastig zijn, en volgens Wim komt hier ook nog een stukje voorbereiding bij kijken. “Het is erg belangrijk dat je je camera kent”, vertelt hij. “Ga daarom van tevoren thuis oefenen en kijk wat de ‘sweet spot’ voor het scherpstelpunt is. Check wat de iso-grens van je camera is. Dat zijn dingen die je moet weten voordat je op pad gaat.”

Voor de instellingen heeft hij een paar vuistregels. Zo houd hij zijn iso graag zo laag mogelijk, maar gebruikt hij wel graag een relatief korte sluitertijd. De foto van de Lofoten is met een sluitertijd van 15 seconden gemaakt. Dat klinkt lang, maar met een iso van 800 heb je dat in het pikkedonker ook wel nodig. “Het is altijd even testen: hoe snel beweegt het noorderlicht en is mijn sluitertijd snel genoeg om die structuur en beweging te vangen. Ik houd zelf eigenlijk altijd een sluitertijd tussen de zes en twintig seconden aan”, vertelt Wim. Hij kiest verder altijd het laagste diafragmagetal, om zo veel mogelijk licht te vangen.

Beweging

Gebruik je een langere sluitertijd, dan is het belangrijk om in de gaten te houden dat je sterren niet gaan bewegen. Omdat de aarde namelijk draait, worden de sterren onscherp en gaan ze uiteindelijk zelfs draden trekken bij een erg lange sluitertijd. Hier is een makkelijke rekensom voor: je deelt namelijk het getal 500 door je brandpuntsafstand. Het getal dat daaruit komt, is je maximale sluitertijd. “Eigenlijk moet je 600 delen door je brandpuntsafstand, maar ik neem altijd graag het zekere voor het onzekere en zoek liever de randjes niet op, dus ik gebruik altijd 500”, zegt Wim hierover.

Nog een kleine tip: is het te donker en kun je de knoppen op je camera niet goed vinden? Gebruik dan een hoofdlampje. Zo heb je beide handen vrij, maar kun je wel je camera bijlichten tijdens het instellen.

Door voornamelijk de blauwe en groene kleuren aan te zetten in de nabewerking springt de nachtelijke hemel en het noorderlicht er echt uit.

Wim Denijs (wimdenijs_zoom)
Canon 6D · ISO 1600 · F 2,8 · 15 SEC · 14 MM

Twee soorten noorderlicht

Wim geeft aan dat er naar zijn idee twee soorten noorderlicht zijn. Je hebt het statische noorderlicht, waarbij het licht als een groene band aan de hemel verschijnt. Er zit dan weinig beweging in het licht en heeft vaak enigszins een ronding. Omdat het statische noorderlicht niet veel beweegt, kun je hier een wat langere sluitertijd gebruiken als dat nodig is.

Dan is er ook nog het dynamische noorderlicht, zoals Wim het noemt. Dit noorderlicht is actiever, beweegt meer en krijgt meer de gordijnvormen die je vaak op foto’s ziet. Omdat dit licht wat meer beweegt, is het belangrijk dat je hier een wat snellere sluitertijd gebruikt, zodat je de beweging in de foto vangt.

Van de twee soorten noorderlicht die Wim beschrijft, is het statische waarschijnlijk het makkelijkst te fotograferen, omdat het noorderlicht dan redelijk stil is.

Wim Denijs (wimdenijs_zoom)
Canon 6D · ISO 2500 · F 2,8 · 30 SEC · 14 MM

Scherpstellen

Scherpstellen in het donker kan extreem lastig zijn. Je camera kan immers niks ‘zien’, waardoor automatisch scherpstellen praktisch onmogelijk wordt. “Je moet altijd scherpstellen op de sterren”, vertelt Wim. Dat is in feite scherpstellen op oneindig. “Hiervoor zit op een hoop lenzen een speciaal tekentje (∞), maar bij niet alle lenzen wordt ook echt op de sterren scherpgesteld als je deze handmatig op oneindig draait. Bij sommige lenzen moet je hem helemaal tot het eind doordraaien, bij sommige moet je het streepje precies op het begin van het tekentje staan. Ook wat betreft scherpstellen is het dus erg belangrijk dat je je camera en lens kent en dat je weet waar je precies op in moet stellen om op oneindig scherp te stellen”, legt Wim uit.

Heb je geen oneindig-tekentje op je lens? Geen probleem, dan zijn er nog andere manieren om scherp te stellen. Zet bijvoorbeeld je camera op live-view en zoom vervolgens op het scherm volledig in op een ster. Je kunt dan handmatig op deze ster scherpstellen. Als je camera de functie heeft, kun je ook gebruikmaken van focus peaking.

Focus peaking

Focus peaking is een hulpmiddel voor het scherpstellen in live-view. De camera gaat zelf op zoek naar contrasten, waarna deze omlijnd worden met een gekleurde (vaak blauwe of rode) rand. Je kunt zo zien welke contrasten en lijnen de camera heeft gevonden en of dit de juiste lijnen zijn waarop scherpgesteld moet worden.

Er zijn verschillende manieren om scherp te stellen. Hierbij is het vooral belangrijk dat je je camera goed kent en dat je weet wat het perfecte punt is om op scherp te stellen.

Roy Poots (royzzz)
Sony A7R IV · ISO 3200 · F 1,8 · 10 SEC · 14 MM

Trillingen voorkomen

Als je je camera eenmaal hebt opgezet, ingesteld en scherpgesteld, dan is het erg belangrijk dat je niet vergeet je beeldstabilisatie uit te zetten. Beeldstabilisatie corrigeert namelijk lichte trillingen. Als de camera op een statief staat en die trillingen er niet zijn, gaat de camera toch op zoek naar die trillingen, waardoor alsnog onscherpe foto’s ontstaan.

Er kunnen natuurlijk op meerdere manieren trillingen ontstaan tijdens het fotograferen, ondanks dat je camera op een statief staat. Zo kunnen er trillingen ontstaan tijdens het afdrukken. Het aanraken van de sluiterknop zorgt namelijk al voor trillingen die, ondanks dat ze erg licht zijn, voor enige onscherpte kunnen zorgen. Je kunt er dan voor kiezen om gebruik te maken van de zelftimer of een afstandsbediening. Veel cameramerken hebben tegenwoordig ook een app. Hiermee kun je je camera met je smartphone verbinden, en vanaf je smartphone afdrukken. Meer dan genoeg manieren dus om een foto te maken zónder je camera op dat moment ook echt aan te raken.

Verder kan het ook fijn zijn om je camera uit de wind te zetten. Zeker in landen zoals IJsland kan het vaak erg hard waaien. Dit kan ook zeker voor trillingen zorgen. Natuurlijk kun je met je lichaam een hoop wind afweren, maar voor zowel jou als de camera is het fijn om wat meer in de luwte te staan. Zet je camera daarom bijvoorbeeld achter de auto, of zoek een plek waar je ergens een klein beetje kunt schuilen.

Witbalans

Je kunt ervoor kiezen om ook je witbalans al in te stellen, Wim doet dat meestal niet. “Fotografeer altijd in raw, zo kun je later de witbalans nog aanpassen en kun je veel meer detail uit de foto terughalen.” Soms kiest hij er trouwens wel voor om de witbalans in te stellen, dan kiest hij voor een getal tussen de 3700 en de 4000 K. “Als ik de witbalans direct goed zet, kan ik meteen zien welke foto ik kan gebruiken en welke potentie heeft, soms is dat handig.”

Zorg ervoor dat je sluitertijd niet te lang is, zo krijg je voldoende beweging en structuur in het noorderlicht. Dit is een focus stack om zowel de voor- als achtergrond scherp te krijgen.

Thomas van der Weijden (thomasvdw)
Sony A7R III · ISO 6400 · F 2,9 · 3,2 SEC · 16 MM

De foto’s maken

Zodra het noorderlicht verschijnt, ga je foto’s maken. Je wilt namelijk geen tijd verliezen. Check tussendoor of je tevreden bent met je instellingen. “Je hoeft daarbij geen gebruik te maken van je histogram, want die zal toch grotendeels links uitslaan”, vertelt Wim. Heb je een voorgrond die dichtbij ligt en waar je wel graag voldoende scherpte op wil hebben? Dan kun je de voorgrond los nog een keer fotograferen met aparte instellingen. “Bij mijn foto van de Lofoten heb ik de voorgrond los gefotografeerd, omdat dat wel een erg donker vlak was zo voor op mijn foto. Daarbij zag ik dat die voorgrond de foto echt iets interessants kon geven.”

Locaties

Heb je een tijdje op je locatie gestaan en heb je het gevoel dat je goede foto’s hebt gemaakt? Ga dan door naar de volgende locatie die je had uitgezocht. “Je kunt wel blijven fotograferen, maar dan ben je op een gegeven moment gewoon klaar. Het heeft dan meer nut om naar een andere locatie te gaan waar je misschien nog een hoop mooie foto’s kunt maken”, legt Wim uit.

Genieten

Een andere tip, misschien wel de belangrijkste? “Vergeet vooral niet te genieten.” Hoe vaak je het noorderlicht ook mag zien, het blijft een magisch moment waar veel mensen geen genoegen van kunnen krijgen. Kijk dus ook vooral even op van je camera en vergeet niet te kijken. Een handige truc daarvoor, is het aanzetten van de interval. Niet iedere camera heeft deze functie, soms moet je hier een extra apparaatje voor kopen. Je kunt de interval op twee of drie seconden zetten, waardoor de camera automatisch om de paar seconden een foto maakt. Jij kunt dan lekker naar boven kijken en genieten. Later kun je eventueel zelfs een timelapse van al deze foto’s maken. Tussendoor is het wel belangrijk dat je de interval af en toe even stilzet om te kijken of je belichting nog mooi is.

Vergeet vooral niet te genieten. Hier zijn de fotograaf en zijn geliefde zelf in beeld gaan staan om dit unieke moment vast te leggen.

Antoine van de Laar (vdlaarfotografie)
Nikon D7500 · ISO 3200 · F 2,8 · 30 SEC · 12 MM

Je camera beschermen tegen de kou

Wim heeft je al een aantal trucjes gegeven om je camera en jezelf warm te houden tijdens het fotograferen. Camera’s zijn niet direct erg gevoelig voor kou, maar wel voor vocht. Wanneer kou in aanraking komt met warmte, kan dat zorgen voor condens en dus vocht. Om condens op je camera te voorkomen, is voornamelijk het opruimen erg belangrijk. Berg de camera na gebruik goed op in de cameratas en rits deze helemaal dicht. Kom je na je trip weer binnen, haal dan niet direct de camera uit de tas om de foto’s te bekijken, maar laat eerst de camera en tas even acclimatiseren. Door de camera en tas langzaam op te laten warmen, ontstaat geen of veel minder condens, waardoor je camera en je foto’s veilig blijven.

Dankzij een goede voorbereiding wist Wim dat dit stroompje een prachtige lijn kon vormen richting de berg.

Wim Denijs (wimdenijs_zoom)
Canon 6D · ISO 2000 · F 2.8 · 13 SEC · 14 MM

Zoom Academy

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Licht in het Donker in Zoom Academy. Hierin leer je te fotograferen bij weinig licht en nog veel meer!

Zo leer je onder andere:

  • Alles over de benodigde apparatuur
  • Het fotograferen in de avonduurtjes in steden
  • Hoe je de sterren in de nacht kunt vastleggen
  • Nog veel meer over het blauwe uur en lightpainting

Bekijk hier de volledige Cursus Licht in het Donker.


Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Het is herfst! Zo fotografeer je de kleurenpracht op zijn best

Bosfotografie: 5 tips voor de mooiste bosfoto’s