Na een vakantie, een paar stoffige wandelingen of weken fotograferen in de buitenlucht kan je camera ongemerkt behoorlijk wat vuil verzamelen. Een vingerafdruk op een filter zie je meteen, maar sensorstof ontdek je soms pas thuis wanneer er donkere vlekjes in een strakblauwe lucht verschijnen. Zonde, zeker als hetzelfde stipje vervolgens op honderden foto’s blijkt te staan.
Een rustig weekend is daarom een mooi moment voor een kleine onderhoudsbeurt. Maak je objectieven schoon, controleer je sensor en vergeet ook je filters, statief, fototas en geheugenkaarten niet. Maar ga wel voorzichtig te werk: vooral bij het schoonmaken van de sensor kun je beter één stap te weinig zetten dan enthousiast gaan poetsen.
Begin met een test: zit er stof op je sensor?
Sensorstof is niet altijd gemakkelijk te herkennen. Fotografeer je veel met F 2,8 of F 4, dan kunnen stofdeeltjes nauwelijks zichtbaar zijn. Zodra je tijdens landschapsfotografie F 11, F 16 of F 22 gebruikt, verschijnen ineens donkere stipjes in egale delen van de foto. Je kunt dit eenvoudig controleren.
Pak je camera en kies diafragmavoorkeuze. Stel een lage iso-waarde in en kies een klein diafragma, bijvoorbeeld F 16 of F 22. Fotografeer vervolgens een egaal en licht oppervlak. Een blauwe of bewolkte lucht werkt prima, maar een lichte muur of een wit beeldscherm kan ook. Stel handmatig onscherp, zodat eventuele structuren in de achtergrond verdwijnen. Maak vervolgens een foto. Omdat je bij F 16 of F 22 mogelijk een langere sluitertijd krijgt, kun je de camera tijdens de opname zelfs een beetje bewegen. Je wilt immers niet de achtergrond testen, maar alleen zien of er vuil op de sensor zit.
Bekijk de opname groot op je scherm. Verhoog eventueel tijdelijk het contrast om stofvlekjes beter zichtbaar te maken. Zie je meerdere donkere, zachte stippen die verspreid over het beeld liggen? Dan is de kans groot dat er stof op je sensor zit. Let op: de positie kan verwarrend zijn. Een stofdeeltje onderaan de sensor verschijnt door de optische projectie juist bovenaan in de foto.

Laat de camera eerst zelf schoonmaken
Zie je stof? Begin dan niet meteen met doekjes, kwastjes of andere hulpmiddelen. Vrijwel iedere moderne systeemcamera heeft een ingebouwde sensorreiniging. Hierbij wordt de sensor of het filter ervoor met zeer snelle trillingen bewogen, zodat losse stofdeeltjes loskomen. Vaak gebeurt dit automatisch bij het in- of uitschakelen van de camera, maar meestal kun je de functie ook handmatig vanuit het menu starten.
Voer de reinigingscyclus een of meerdere keren uit en maak daarna opnieuw dezelfde testfoto op F 16 of F 22. Misschien is het probleem dan al verdwenen. Blijft er stof zichtbaar? Dan kun je de camera met de lensvatting naar beneden houden en voorzichtig een geschikte blaasbalg gebruiken. Door de opening naar beneden te richten, geef je losgekomen stof de kans uit de camera te vallen.
Gebruik hiervoor een echte blaasbalg voor cameraonderhoud. Blaas nooit zelf met je mond in de camera. Daarbij kunnen minuscule speekseldruppeltjes op de sensor terechtkomen. Gebruik ook geen perslucht uit een spuitbus. De druk kan te groot zijn en er kunnen vloeistoffen of andere resten meekomen. Raak de sensor bovendien nooit zomaar aan met je vingers, een doekje, wattenstaafje of lenspen.

Zelf je sensor nat reinigen? Weet wat je doet
Sommige vlekken verdwijnen niet met de ingebouwde reiniging of een blaasbalg. Denk bijvoorbeeld aan vuil dat aan het sensoroppervlak is blijven kleven. Er bestaan speciale sensorswabs en reinigingsvloeistoffen waarmee je een sensor zelf kunt reinigen. Daarbij is het belangrijk dat je exact het juiste formaat swab voor jouw sensormaat gebruikt en de aanwijzingen van de fabrikant nauwkeurig volgt. Dit is geen klus waarbij improviseren verstandig is.
Heb je nog nooit een sensor nat gereinigd en twijfel je? Laat het dan uitvoeren door een cameraspeciaalzaak of servicedienst. Een professionele sensorreiniging kost geld, maar een beschadigde sensor of het filter ervoor is aanzienlijk vervelender. Controleer na iedere reiniging opnieuw met dezelfde testopname. Zo weet je meteen of het vuil daadwerkelijk verdwenen is.
Maak je objectieven van buiten naar binnen schoon
Nu je toch bezig bent, kun je meteen je objectieven nalopen. Vooral het frontelement krijgt tijdens het fotograferen nogal wat te verduren: stof, zand, regendruppels, vingerafdrukken en aan de kust soms een dun laagje zout. Begin altijd met het verwijderen van los vuil. Gebruik eerst een blaasbalg en eventueel een zachte lenskwast. Dat is belangrijk, want als er een hard zandkorreltje op het glas ligt en je begint direct met een doekje te wrijven, kun je het juist over de coating van je objectief trekken.
Zijn losse deeltjes verdwenen? Dan kun je een schoon microvezeldoekje gebruiken. Voor hardnekkige vetvlekken kun je een kleine hoeveelheid geschikte lensreinigingsvloeistof gebruiken. Breng die bij voorkeur aan op het doekje en maak het glas voorzichtig schoon. Je hoeft daarbij niet fanatiek te poetsen. Een klein beetje stof op het frontelement heeft doorgaans nauwelijks invloed op je foto's.

Bekijk meteen het achterste lenselement. Omdat dit element dichter bij de sensor zit, wil je dit zeker schoon houden. Wees hier extra voorzichtig en plaats na het schoonmaken direct de achterdop terug. Maak vervolgens ook de lensvatting, zonnekap en buitenkant van het objectief schoon. Gebruik voor de buitenzijde eventueel een licht vochtige doek, maar voorkom dat vocht bij naden, knoppen of elektronische contacten terechtkomt.
Vergeet je filters niet
Een UV-filter, polarisatiefilter of ND-filter kan net zo goed vies worden als je objectief. Sterker nog: omdat een filter helemaal vooraan zit, krijgt het vaak als eerste regen, zand, zout en vingerafdrukken te verwerken. Haal je filters eens uit hun doosjes en houd ze schuin tegen het licht. Dan zie je snel of er een vettige waas of vuil aanwezig is.
Maak ze op dezelfde manier schoon als een frontelement: eerst stof en zand verwijderen en pas daarna voorzichtig met een schoon microvezeldoekje aan de slag. Controleer ook de schroefdraad. Een klein zandkorreltje kan ervoor zorgen dat een filter stroef op het objectief draait. Forceer een filter nooit wanneer het vast lijkt te zitten. Gebruik je een filtersysteem met vierkante of rechthoekige filters? Maak dan ook de filterhouder schoon. Juist in de sleuven daarvan kan na een dag aan het strand verrassend veel zand achterblijven.
Je statief verdient ook aandacht
Na fotograferen op het strand, in de modder of in nat gras gaat de camera weer de tas in, maar het statief wordt nog weleens vergeten. Klap de poten helemaal uit en kijk vooral rond de uitschuifbare delen en vergrendelingen. Zand kan zich daar ophopen en later voor slijtage zorgen.
Ben je met je statief in zout water geweest? Maak het dan zo snel mogelijk volgens de onderhoudsinstructies van de fabrikant schoon. Zout en bewegende onderdelen zijn geen ideale combinatie. Bij veel statieven kunnen de poten gedeeltelijk uit elkaar worden gehaald voor onderhoud, maar controleer eerst hoe dit bij jouw model hoort.
Bekijk ook je statiefkop en snelkoppelingsplaat. Zitten alle schroeven nog goed vast? Werken de vergrendelingen soepel? Een schoon statief is fijn, maar een statief waarvan de snelkoppelingsplaat ongemerkt los is geraakt kan een veel groter probleem veroorzaken.
Ruim je fototas uit
Wanneer heb je voor het laatst álles uit je fototas gehaald? Waarschijnlijk zit er onderin inmiddels een aardige verzameling zandkorrels, grassprietjes, papiertjes en andere herinneringen aan eerdere fotosessies. Haal camera, objectieven en accessoires uit de tas en verwijder los vuil. Controleer ook alle kleine vakjes. Dit is meteen een goed moment om te kijken wat je eigenlijk allemaal meesleept. Die lege batterij? Opladen. Vol geheugenkaartje? Eerst veilig kopiëren. Oude bonnetjes? Weg ermee. Regenhoes? Controleren en weer netjes opbergen.
Loop ook je accu's na en controleer ze op beschadigingen of zwelling. Een beschadigde of opgezwollen lithium-ionaccu moet je niet meer gebruiken of opladen; lever die volgens de lokale regels veilig in. Daarna kun je je tas opnieuw logisch indelen. Zo begin je je volgende fotodag niet alleen schoon, maar ook georganiseerd.

En dan die geheugenkaarten …
Tot slot de geheugenkaarten. Die hoef je natuurlijk niet letterlijk schoon te poetsen, maar je kunt wel je workflow opruimen. Controleer eerst of alle foto's veilig op je computer of opslagmedium staan én of er een back-up bestaat. Pas wanneer je zeker weet dat je bestanden op meerdere plekken veilig zijn opgeslagen, kun je de geheugenkaart weer leegmaken.
Formatteer een kaart bij voorkeur in de camera waarin je hem gaat gebruiken, in plaats van afzonderlijke bestanden op de computer te verwijderen. Zo begin je weer met een kaart die door de camera opnieuw is ingericht. Controleer kaarten ook fysiek. Zie je beschadigingen aan de behuizing of contacten, of heeft een kaart eerder foutmeldingen gegeven? Neem daar geen onnodig risico mee. Geheugenkaarten zijn vervangbaar, je foto's vaak niet.
Een uurtje onderhoud voorkomt een hoop ergernis
Je hoeft je camera-uitrusting echt niet na iedere fotosessie volledig uit elkaar te halen. Een beetje stof hoort bij apparatuur die daadwerkelijk gebruikt wordt. Maar na een vakantie, strandbezoek of intensieve zomer vol fotografie is een controle geen overbodige luxe. Begin met een sensorcheck op F 16 of F 22, maak je objectieven en filters voorzichtig schoon en loop daarna je statief en tas na. Controleer tot slot je accu's en geheugenkaarten en kijk meteen of je back-ups op orde zijn. Daarna kan alles weer schoon en georganiseerd de fototas in. En bij je volgende zonsondergang hoef je in ieder geval niet meer honderd dezelfde zwarte sensorvlekjes uit een strakblauwe lucht te retoucheren.

