in

Zo fotografeer je brutalistische architectuur: 5 tips voor beton met impact

Ruw beton, kolossale vormen en gebouwen die je bijna platdrukken: brutalistische architectuur laat niemand koud. Je vindt het prachtig of verschrikkelijk, maar fotogeniek is het altijd. Met deze vijf tips krijg je die betonkolossen indrukwekkend in beeld.

Weinig bouwstijlen roepen zo veel reuring op als het brutalisme. Denk aan zware, blokvormige gebouwen van kaal beton, waarbij niets is weggewerkt of opgeleukt. De afdruk van de houten mallen waarin het beton is gestort, de bekisting, blijft gewoon zichtbaar in de muur. Je ziet aan de buitenkant precies hoe het gebouw in elkaar zit.

De naam heeft niets met bruut of grof te maken, al helpt die associatie wel. Hij komt van het Franse béton brut, ofwel ruw beton, de term die architect Le Corbusier gebruikte voor zijn woongebouw Unité d'Habitation in Marseille. Britse architectuurcritici doopten de stroming in de jaren vijftig tot brutalisme. In de jaren zestig en zeventig werd het dé stijl van de wederopbouw: stadhuizen, universiteiten, kerken en sociale woningbouw, van het Barbican Estate in Londen tot Habitat 67 in Montreal.

Lange tijd was brutalisme vooral synoniem met lelijk, en werd er stevig gesloopt. Inmiddels is de waardering terug en zie je de betonkolossen overal opduiken op Instagram. Logisch, want voor een fotograaf is dit een cadeautje: strakke geometrie, herhaling, ruwe textuur en schaduwen die je bijna kunt vastpakken. Alleen: een goede brutalisme-foto maak je niet door er lukraak op af te lopen. Dit zijn vijf dingen die het verschil maken. Ben je nog niet zo thuis in dit genre, lees dan eerst Gebouw in beeld: alles over architectuurfotografie.

Foto: Photolympus
Foto: Photolympus

1. Wacht op het juiste licht

Beton heeft geen glans en geen kleur om op te leunen. Het moet het hebben van licht en schaduw, en dus is het tijdstip waarop je fotografeert belangrijker dan ooit. Het mooiste moment is het eerste uur na zonsopkomst of het laatste uur voor zonsondergang. De zon staat dan laag en strijkt schuin over de gevel, waardoor elke naad, bobbel en houtnerf in het beton opeens zichtbaar wordt. Zorg dan wel dat het licht vanuit een hoek komt om dit relief te krijgen, niet pal van achter je of als tegenlicht. Zoek dus naar strijklicht.

Ook de harde middagzon is bruikbaar, maar dan voor iets anders: die geeft je scherp afgetekende blokken licht en schaduw. Perfect voor een grafisch, bijna abstract beeld, waarbij de schaduw net zo goed onderdeel van de compositie is als het gebouw zelf.

En een grijze dag? Geen verloren dag. Zacht, egaal licht spaart je de uitgebeten witte plekken en laat de textuur van het beton keurig intact. Enige nadeel is die saaie witte lucht. Snijd hem grotendeels weg, of maak hem juist onderdeel van het verhaal: een sombere lucht boven een betonkolos is precies de sfeer die bij deze stijl hoort. Wil je meer drama, kom dan terug in het blauwe uurtje, als de ramen branden en het beton koel blauw wegzakt.

Foto: Dieter-Demey
Foto: Dieter-Demey

2. Zak door je knieën

Brutalistische gebouwen zijn ontworpen om indruk te maken. Dat gevoel krijg je alleen in beeld als je fotografeert vanaf een standpunt dat klopt bij die ervaring, en dat is bijna nooit op ooghoogte vanaf de overkant van de straat. Ga dicht tegen de gevel staan, zak door je knieën en richt je groothoek omhoog. De verticale lijnen lopen dan naar elkaar toe en het gebouw lijkt over je heen te vallen.

Bij vastgoedfotografie is dat 'omvallen' een doodzonde, maar hier is het precies het effect dat je wilt. Hoe dichterbij en hoe lager je gaat, hoe sterker het wordt. Een brandpuntsafstand tussen 16 en 24 mm (omgerekend naar kleinbeeld) werkt het best. Heeft je camera een kantelbaar scherm, dan kun je hem zelfs bijna op de grond leggen en van onderaf componeren.

Zoek daarbij een hoek waarin het gebouw zich in lagen opstapelt, zoals bij dit Parijse flatgebouw met bloembladvormige balkons. Dit zijn Les Choux de Créteil, in de volksmond 'de kolen', gebouwd in 1974 naar ontwerp van Gérard Grandval. Door recht omhoog te fotograferen wordt de herhaling van al die balkons pas echt duizelingwekkend.

Foto: bobjanssen
Foto: bobjanssen

3. Bepaal zelf wat je met je lijnen doet

Wil je juist het tegenovergestelde, een kaarsrecht en strak beeld waarin de architectuur voor zichzelf spreekt, dan moet je iets doen aan die overhellende lijnen. De basisregel: houd je camera waterpas en de sensor evenwijdig aan de gevel. Zet de elektronische waterpas en het hulplijnenraster in je zoeker aan, want op het oog gaat het altijd mis.

Het probleem is dat je dan vaak de bovenkant van het gebouw mist. Drie oplossingen. Neem meer afstand en gebruik een langere brandpuntsafstand, want hoe verder weg, hoe minder vervorming. Zoek een hoger standpunt, bijvoorbeeld een parkeerdek of een brug aan de overkant. Of gebruik een tilt-shiftlens: daarmee schuif je het beeldveld omhoog terwijl je camera waterpas blijft staan, precies waarvoor architectuurfotografen zo'n lens kopen.

Heb je die lens niet, dan kom je met Lightroom of Photoshop een heel eind. Onder Transformatie zet je met de knop Verticaal of Automatisch de lijnen in één klik recht. Houd bij het fotograferen wel wat lucht rondom je onderwerp, want bij het rechttrekken snijdt het programma flink van de randen af. Waar je ook voor kiest, kies duidelijk. Half scheve lijnen zien er altijd uit als een foutje, terwijl een bewust gekantelde compositie zoals hieronder juist werkt. Meer hierover lees je in dit artikel over lijnenspel in architectuurfotografie.

Foto: btman
Foto: btman

4. Kruip dichterbij, want de textuur is het verhaal

Je hoeft het gebouw niet altijd in zijn geheel te laten zien. Sterker nog: vaak zit de beste foto in een detail. Juist bij brutalisme, waar het materiaal het hele idee is. Zoek naar de afdruk van de houten planken in het beton, naar grindkorrels in het oppervlak, naar regenstrepen en roestvlekken. Dat zijn de sporen die het gebouw menselijk maken.

Pak hiervoor een telelens van 70 tot 200 mm en licht er stukken uit: een rij identieke balkons, een trappenhuis, een patroon van kolommen. Door de compressie van een telelens gaan die herhalingen nog strakker op elkaar aansluiten en wordt je foto bijna abstract. Vergeet ook niet omhoog te kijken. In een betonnen schacht of onder een luifel vind je vormen die vanaf de straat onzichtbaar zijn.

Technisch is het simpel: diafragma tussen f/8 en f/11 voor maximale scherpte, ISO zo laag mogelijk en bij weinig licht een statief. Fotografeer in RAW, want in de nabewerking wil je de textuur nog kunnen versterken zonder dat het beeld uit elkaar valt.

Foto: corvee1r
Foto: corvee1r

5. Geef het gebouw een maatstok

Een betonwand van dertig meter hoog en een betonwand van drie meter hoog zien er op een foto precies hetzelfde uit. Formaat bestaat niet in een beeld, tenzij je de kijker iets geeft om mee te vergelijken. Zet dus bewust een maatstok in je kader: een voorbijganger, een fietser, een auto, een boom of een bankje.

Laat die maatstok klein zijn. Hoe kleiner de figuur, hoe groter het gebouw. Zoek een positie waarin je het beton vrijwel het hele beeld laat vullen, en wacht dan geduldig tot er iemand door je compositie loopt. Zet die persoon niet in het midden maar op ongeveer een derde van de breedte, dan blijft het gebouw de hoofdrol spelen.

Een variant hierop is het contrast tussen beton en natuur, zoals op de foto hieronder: een broos boompje tegen een gigantische, gesloten wand. Dat vertelt in één beeld het hele verhaal van het brutalisme.

Foto: ronab
Foto: ronab

Nog één ding: probeer zwart-wit

Brutalisme en zwart-wit zijn oude vrienden. Het beton is toch al grijs, de omgeving vaak kleurloos, en zonder kleur gaat alle aandacht naar vorm, ritme en textuur. Zet bij het omzetten het contrast en de structuur wat omhoog, dan wordt het beton harder en ruwer. En schuif de blauwtint in de zwart-witmix omlaag: de lucht wordt dan donker en dreigend, hetzelfde effect dat vroeger met een rood filter werd bereikt. Blijf je liever in kleur, dan haalt een polarisatiefilter de weerschijn van natte betondelen en maakt het een blauwe lucht dieper.

Wil je meteen op pad? In Nederland hoef je niet ver te zoeken. De aula van de TU Delft van Van den Broek en Bakema geldt als het bruutste gebouw van het land, met een auditorium dat als een betonnen schotel over het plein hangt. Ook het Provinciehuis in Den Bosch en het voormalige Johnson Wax-kantoor in Mijdrecht, beide van Huig Maaskant, zijn de moeite waard, net als het stadhuis van Terneuzen en het station van Doetinchem. Houd er wel rekening mee dat veel van deze gebouwen kantoren of woningen zijn: fotografeer vanaf openbaar terrein, vraag toestemming als je naar binnen wilt en respecteer de privacy van de bewoners.

Ben je op pad geweest? Deel je resultaat in de Zoom.nl-community, misschien staat jouw betonkolos binnenkort in een volgend artikel.

Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Is het tijd voor een nieuwe camera? 5 vragen die je jezelf eerst moet stellen

Top 10 plekken waar je de vallende sterren mag fotograferen