in

Architectuurfotografie: oog voor lijnenspel

Ultramoderne stations, vervallen zwembaden en imposante bruggen. Met architectuurfotografie kun je heel veel kanten op en deze tak van sport biedt ook interessante technische uitdagingen. In dit artikel gaan we je voor op weg naar de ultieme architectuurfoto.

Extreme groothoekobjectieven, manshoge statieven en stapels filters. Dat is wat de gemiddelde professionele architectuurfotograaf met zich meesleept. Is dat nou echt nodig? Ja en nee. Met een (extreme) groothoek ziet een interieur er imposanter uit. Met een 14 of 17 mm maak je van een kleine slaapkamer een enorme balzaal, zoals je op Funda.nl vaak ziet. Maar je kunt daardoor ook te veel laten zien. Neem een grote ruimte als een bibliotheek ook eens op met een standaard (50 mm) of zelfs tele (200 mm) objectief. Je pikt er een deel van de ruimte uit en stuurt de aandacht daarnaartoe. Met een groothoek weet je soms niet waar je moet kijken.

Statief

Een stevig statief is handig, zo niet essentieel. Bij interieurfoto’s heb je vaak met weinig licht te maken. Het zijn wel allemaal muren, plafonds en meubels die je fotografeert. Niets beweegt. Je hoeft dus niet bang te zijn voor bewegingsonscherpte in het beeld; de sluitertijd is flexibel in te stellen. Meerdere seconden of zelfs minuten belichten is met de combinatie van statief en stilstaande meubels goed te doen. Het is dan wel zaak je camera goed stil te houden. Architectuurfotografen doen dat met grote en vooral hoge statieven. Die hoogte hebben ze nodig om de lijnen in het beeld recht te houden. Met een laag statief moet je al snel omhoog fotograferen, met meer vertekening tot gevolg.

Let wel op, want een groot statief betekent meer slepen. Onbewust beperkt dat je in je bewegingsvrijheid. 

Polarisatie

In tegenstelling tot een zwaar statief wegen filters bijna niks. Die neem je dus gemakkelijk mee, waardoor je foto’s al snel een professionele uitstraling krijgen. Meest gebruikt bij exterieurarchitectuur is het polarisatiefilter. Draai het in een bepaalde hoek voor je objectief en je kunt lichtreflecties makkelijk wegfilteren. Bij water- en ruitreflecties zie je dit het duidelijkst terug, maar ook bladeren aan een boom of reflectie van water worden keurig weggewerkt. Door de reflectievermindering krijg je ook veel meer kleur in je foto’s. Een zeer bruikbaar filter dus voor de architectuurfotograaf. Pas wel op dat je hem niet met teveel groothoek gebruikt in combinatie met luchten: het filter werkt meer in de ene richting dan in de andere. Dus als je met groothoek werkt, kan het zijn dat het filter alleen in het midden van het beeld werkt. Je ziet dan dus verloop van licht (ongefilterd) naar donker (gepolariseerd). Het filter neemt ook een paar stops licht weg, waardoor je sluitertijd langer wordt.

Zonnebril

Relatief nieuw zijn neutral density filters, ook wel grijsfilters genoemd. Ze werken als zonnebril voor je objectief, want ze nemen licht weg. Je kunt bij aanschaf kiezen hoeveel stops licht het filter tegenhoudt: 1, 2, 3, 5, 10 of zelfs 16 stops. Meest gebruikt is de 10-stops. Als je sluitertijd zonder filter 1/30 is, ga je met het filter erop ineens naar 30 seconden.

Wat kun je daarmee? Met dertig seconden (of nog veel langer) worden bewegende onderwerpen wazig. Wolken bewegen in beeld, water krijgt een soort zijdeachtige vervaging. Het zorgt voor cleane, trendy architectuurfoto’s. Andere toepassing; als ergens veel mensen rondlopen, kun je die laten verdwijnen door een paar minuten te belichten met een nd-filter op je lens. Handig op stations en vliegvelden.

‘Vroeger’, in het analoge tijdperk, waren er nog veel meer filters in omloop, zoals verloopfilters naar blauw en oranje. Digitaal kun je dat soort filters makkelijk nabootsen in een beeldbewerkingsprogramma. Scheelt een hoop gesjouw.

Waterpas

Het lijnenspel is een van de belangrijke gereedschappen van de architectuurfotograaf. Belangrijke keus daarbij: zet ik mijn camera waterpas of niet? Je camera waterpas zetten heeft grote voordelen. Je mag ervan uitgaan dat alle gebouwen (behalve een enkele toren in Italië) waterpas gebouwd zijn. Als je camera ook waterpas staat, lopen alle lijnen dus recht. En dat ziet er direct strak uit. Het lijkt misschien een basistip, maar je zult versteld staan hoeveel fotografen hun camera net niet waterpas zetten. Het gevolg is vallende lijnen. Vooral als je de camera naar boven of beneden draait, lopen de lijnen van gebouwen en muren ‘scheef weg’.

Het is niet altijd mogelijk om je camera waterpas te zetten en toch alles in beeld te hebben. Veel gebouwen zijn hoger dan de statiefhoogte. Om in dat geval alles in beeld te krijgen, ben je gedwongen de camera naar boven te kantelen. Deze perspectiefvertekening kan heel mooi werken. Vooral als je het extreem doet, bij hoge wolkenkrabbers bijvoorbeeld, werkt het indrukwekkend.

Een klein stukje omhoog fotograferen ziet er vaak uit als een willekeurig gemaakt kiekje. Er is een speciale lens bedacht om dit probleem te verhelpen. Met een ‘tilt shift’-objectief kun je de camera omhoog richten en daarna je lens aan de voorkant weer waterpas terugdraaien. Zo heb je een onvertekend beeld, ondanks dat je camera niet waterpas staat. Nadeel is de speciale – dure – lens, die je weinig gebruikt. Je kunt het effect ook opheffen door in de nabewerking de vertekening te verwijderen, waarbij je dan vaak wel een deel van je kader moet inleveren.

Compositie

Actie is vaak ver te zoeken in architectuur- en interieurfoto’s. De dynamiek moet dan ook komen uit de compositie. Er zijn veel verschillende composities die je kunt toepassen, zowel binnen als buiten. Veel gebruikt is symmetrie. Alles lijkt meer geordend als het er aan twee kanten hetzelfde uit ziet. Het beeld oogt daardoor logisch en strak. Architecten gebruiken zelf ook symmetrie in hun ontwerpen. Aan jou als fotograaf de taak om dat te accentueren.

Een tegenhanger is de gulden snede. Bij deze techniek plaats je een belangrijk element – bijvoorbeeld een stoel – in een hoek van de compositie. Ons oog scant in een foto eerst de hoeken. En dus is de stoel met deze techniek direct in beeld voor de kijker. De compositie is bij de gulden snede asymmetrisch.

Caleidoscoop

Perspectivische vertekening is nog zo’n veelgebruikte techniek bij architectuurfotografie. In een lange gang kun je zo gaan staan dat de muren aan alle kanten naar het midden toe weglopen, met dynamiek als gevolg. Als aan het einde van de gang ook nog een mooi standbeeld staat, wijzen de lijnen de weg daarnaartoe. We noemen dit ‘inleidende lijnen’. Ze sturen de kijker verder de gang in.

Een ultieme vorm van een inleidende lijn is de inleidende cirkel. Als je in een groot trappenhuis van bovenaf naar beneden fotografeert, zie je een soort caleidoscoop van lijnen; succes gegarandeerd. Van onderaf naar boven werkt het net zo goed.

Buiten is het wat lastiger lijnenspel te vinden. Hier kun je reflecties gebruiken om het beeld aantrekkelijker te maken. Een vijver doet wonderen. Het weerspiegelt het gebouw en zorgt tegelijkertijd voor symmetrie. (Vergeet dan niet je polarisatiefilter eraf te halen, anders wordt de reflectie weggefilterd.)

Symmetrie, gulden snede, lijnenspel en reflectie zijn allemaal gereedschappen van de architectuurfotograaf. Af en toe haal je er eens een of twee uit de kist.

De acteur

Mensen zijn meestal niet gewenst in een interieur- of architectuurfoto. Ze verstoren de compositie. Soms kan een langslopende zakenman of traplopend stelletje handig zijn om dynamiek in beeld te krijgen. Ook kan het de functie of grootte van een ruimte duidelijker maken. Het is dan wel handig de persoon met bewegingsonscherpte op te nemen, zodat hij of zij niet te veel de aandacht afleidt.

Techniek

Er gebeurt veel in een gemiddelde architectuurfoto. Dat zorgt voor nogal wat technische uitdaging. Allereerst heb je – vooral met groothoek – elementen dichtbij en veraf, die je allebei scherp wilt hebben. Het is handig om hiervoor een klein diafragma (groot getal) in te stellen. F 11 of F 16 is een mooi streven. Hierdoor loopt de scherptediepte door van dichtbij tot oneindig. Een klein diafragma kun je zonder problemen gebruiken, omdat er geen bewegende objecten in beeld staan en je sluitertijd dus lekker lang kan zijn. Secondenlang belichten is geen enkel probleem. De iso kan dan ook laag blijven, iso 100 levert veel dynamisch bereik en amper ruis op. Met deze instellingen is het wel zaak goed steady te werken. Dit kun je – naast een statief – doen door met een draadontspanner te werken. Zo zit je niet aan de camera zelf tijdens de opname. Heb je geen draadontspanner? Stel de camera dan in op de zelfontspanner van tien seconden, zodat je zeker weet dat er geen beweging door jouw toedoen in de foto terechtkomt. Als je echt kritisch wilt werken, kun je ervoor kiezen om eerst de spiegel omhoog te gooien en bij de tweede keer klikken pas de echte foto te maken. Alles voor de ultieme scherpte. Kijk in je gebruiksaanwijzing of en waar en deze functie in jouw camera zit.

Hdr

Een veel voorkomend probleem, met name in een interieur, is het grote dynamisch bereik. De zon schijnt door de ramen, kaarslicht en spotjes zorgen voor onoverbrugbare contrasten voor de camera. Althans in een enkele opname.

Als je meerdere belichtingen van hetzelfde onderwerp maakt, grijp je het hele dynamische bereik. Achteraf kun je dan deze beelden combineren tot een hdr-beeld (high dynamic range). Hoeveel beelden je maakt, is afhankelijk van het onderwerp. Soms zijn drie opnames met twee stops verschil genoeg. Als je op safe wilt spelen, maak je negen opnames met één stop verschil. Zo heb je in 99% van de gevallen genoeg speelruimte. Als je achteraf met minder opnames toe kunt, pik je die er gewoon uit. Better safe than sorry …

De workflow: kies allereerst je middenbelichting op manual. Laten we zeggen dat je uitkomt op 1/60 bij F 8. Maak de foto. Nu ga je overbelichten. Maak foto’s met de volgende sluitertijden: 1/30 (+1 stop), 1/15 (+2 stops), 1/8 (+3 stops) en 1/4 (+4 stops). Daarna ga je onderbelichten: 1/125 (-1 stop), 1/250 (-2 stops), 1/500 (-3 stops) en 1/1000 (-4 stops).

Verander tijdens zo’n reeks nooit je diafragma. De scherptediepte verandert dan ook, waardoor je problemen kunt krijgen met het in elkaar stitchen van het hdr-beeld.

Hdr-handigheidjes

De diverse cameramerken hebben ingebouwde handigheidjes om het maken een hdr makkelijker te maken. Check of jouw camera die functionaliteit aan boord heeft. Met een Nikon D810 bijvoorbeeld, kun je bracketing (BKT) instellen op een aantal foto’s en verschil in stops. 9×1 betekent dat de bracketing functie negen foto’s maakt met telkens één stop verschil (-4 tot en met +4). Als je de camera ook nog op de zelfontspanner zet, zal hij vanzelf alle negen opnames achter elkaar maken, zonder dat je dit verder hoeft in te stellen. Zo vergeet je nooit opnames.

Tijdstip

Een van de essentiële onderdelen van een goede architectuurfoto is het tijdstip van de dag. Het overgrote deel van de buitenfoto’s maak je tijdens het ‘gouden’ of ‘blauwe’ uurtje. De zon is net op (gouden uur) of nog net niet onder (blauwe uur). Hierdoor komt er een prachtige gloed over het gebouw of de brug. Als de straat- of kantoorverlichting aan is, is de sfeer compleet. Er zijn apps, zoals ‘Sun Surveyor’, waarmee je makkelijk kunt zien wanneer verschillende uurtjes aanbreken.

Als de zon eenmaal op is, moet je goed in de gaten houden hoe hij draait. Hij komt in het oosten op en gaat in het westen weer onder. Een gebouw op het westen heeft dus alleen middagzon. De dag van de week speelt ook een rol. Op zondag staan er geen auto’s voor kantoorpanden, op maandag is het rustig in een winkelcentrum. Allemaal elementen die meespelen voor een geslaagd beeld.

Lenscorrectie

In de nabewerking zijn er aantal belangrijke zaken die je goed moet doen bij een architectuurfoto. Bij exterieurfoto’s is het zaak de lijnen recht te zetten als die niet waterpas zijn opgenomen. Hiervoor is een speciaal gereedschap in Photoshop: Filter-Lenscorrectie. Je selecteert je eigen objectief, waarna de tool vervorming corrigeert. Met de optie Verticaal perspectief kun je vallende lijnen corrigeren tot dat ze weer recht staan.

Bij interieurfotografie heb je soms het probleem van kleurzwemen. Buitenlicht valt samen met kunstlicht van binnen in hetzelfde beeld. Dat betekent dat het buitenlicht blauw wordt of het binnenlicht geel. Je kunt dit op verschillende manieren oplossen. Allereerst kun je in de raw-verwerking een gemiddelde tussen de ene en de andere kleurtemperatuur nemen. Als binnen 3000 K is en buiten 6000 K, stel je de witbalans in op 4500 K. Een preciezere manier is een selectie maken van de zweem en daar vervolgens apart de witbalans van bijstellen. In de raw-converter kan dit bijvoorbeeld door een radiaalfilter over een deel van het beeld te plaatsen, en dat deel aan te passen.

32-bit hdr in Lightroom

In de nieuwste versie van Lightroom zit een handige tool om van meerdere beelden één hdr te maken, met behoud van raw-beeld. Selecteer alle beelden die je samen wilt voegen en kies vervolgens: Foto/Foto samenvoegen/HDR. Lightroom maakt nu een 32-bit hdr-beeld en bewaart dit als .dng-bestand. Vervolgens kun je er nog alle verbeteringen op toepassen in de raw-converter.

Locaties

In Nederland en België zijn veel locaties te vinden waar je blij van wordt als architectuurfotograaf. Het station van Luik is zo’n voorbeeld. Ontworpen door de beroemde architect Calatrava. Vanuit elke hoek heb je een ander spectaculair uitzicht op Belgische boemeltjes. Sowieso zijn stations een dankbaar onderwerp. Op Rotterdam Centraal, Utrecht, Arnhem en de achteruitgang van Barneveld-Noord (tijdens het blauwe uurtje) schiet je gegarandeerd raak. In Amsterdam is het nieuwe filmmuseum Eye erg interessant, in Rotterdam de Kop van Zuid. Naast de ‘Zwaan’, de brug van architect Ben van Berkel staat hier sinds kort ‘De Rotterdam’ van Rem Koolhaas. Strakke vormen met een twist. Almere heeft een mooi havengebied met een aluminium golvend appartementencomplex, The Wave. Wie liever binnen fotografeert, moet wat meer moeite doen. Als je het vooraf vraagt, mag je vaak wel even in een schouwburg, zoals in ‘De Stoep’ in Spijkenisse of ‘Orpheus’ in Apeldoorn. In Amersfoort en Arnhem zijn pas nieuwe –ruim opgezette – bibliotheken geopend die de moeite waard zijn om te fotograferen. Voor urbex moet je meer moeite doen. De locaties worden door urbex-fotografen angstvallig onder de pet gehouden om het exclusief te houden. Ga bij een urbex-forum op internet en je rolt er snel in. Ga in geen geval alleen, urbex-locaties zijn vaak vervallen, instabiel en gevaarlijk.


Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Magische mist: zo fotografeer je een mistig landschap

Fotowedstrijd Dierenfotografie – doe mee en win