Samsung blijft met de Galaxy S Ultra-lijn trouw aan een vertrouwd recept: een gigantisch scherm, vier camera’s op de achterkant, een S Pen erin én een prijskaartje dat je twee keer doet kijken. Het cameracompartiment toont dit jaar weer vernieuwing: vooral goed nieuws voor wie graag met lastig licht fotografeert.
Twee generaties na onze test van de S24 Ultra voelen we deze S26 Ultra aan de tand. De vier camera’s op de achterkant komen op het eerste gezicht bekend voor, maar hebben diverse verbeteringen ondergaan. We lopen ze een voor een langs.
Verbetering camera’s
De ultrawide (0,6x, omgerekend 13 mm) maakte de grootste sprong. Waar de S24 Ultra het deed met 12 megapixels en F 2,2 zonder autofocus, levert de S26 Ultra nu 50 megapixels en lichtsterkte F 1,9 mét AF. Die autofocus is voor ons de belangrijkste winst: de groothoek kan eindelijk ook dichtbij scherpstellen, wat hem geschikt maakt voor close-ups.
De primaire camera (1x, 23 mm) houdt de vertrouwde 200-megapixelsensor aan, dezelfde die Samsung al sinds de S23 Ultra gebruikt. De grote verandering zit in de lensopening: die ging van F 1,7 naar F 1,4, een halve stop extra licht. De 3x telelens (69 mm) is als enige ongemoeid gelaten: 10 megapixels en F 2,4, identiek aan de S24 Ultra en met zijn kleine sensor het zwakste schakeltje. De 5x telelens (115 mm) houdt zijn 50 megapixels, maar de lensopening is vergroot van F 3,4 naar F 2,9. Belangrijker nog: Samsung heeft de constructie volledig herzien.

Constructie telelens
De interessantste hardware-ingreep zit verstopt in die 5x telelens. Samsung is afgestapt van de klassieke periscoopconstructie en gebruikt nu een ontwerp dat luistert naar de naam All Lenses on Prism (ALoP). De lenselementen zitten direct op het prisma in plaats van erachter, waardoor de module compacter wordt én er fors meer licht doorheen kan. Het visuele bewijs zie je in de bokeh: onscherpe lichtpuntjes verschijnen nu als ronde of ovale cirkels, waar de S24 en S25 Ultra rechthoekige vormpjes lieten zien. Subtiel, maar het oogt natuurlijker en ‘camera-achtiger’. Er is wel een prijs: de minimale scherpstelafstand van de 5x telelens is bijna verdubbeld, van 26 naar zo’n 52 centimeter. Ook de primaire camera stelt nu pas vanaf 18 centimeter scherp (was 8). Voor close-ups gebruik je daarom het best de ultrawide met zijn nieuwe autofocus.
Fotograferen bij weinig licht
Bij weinig licht laat dit toestel zijn grootste meerwaarde zien. Drie van de vier lenzen vangen meer licht dan op de S24 Ultra. Dat merk je zodra de zon (bijna) onder is. Je kunt kortere sluitertijden gebruiken zonder de iso-waarde fors op te schroeven, wat scherpere beelden met minder ruis oplevert. Vooral de 5x telelens profiteert: door de ALoP-constructie en de grotere lensopening blijven ingezoomde avondopnamen verrassend bruikbaar.
Een deel van die winst is optisch, maar Samsung legt er een flinke laag rekenkracht overheen. De ruisonderdrukking, onderdeel van wat Samsung ‘Nightography’ noemt, draait op de beeldprocessor en past per sensortype een eigen correctie toe. Dat is in feite AI-bewerking: meerdere opnamen worden samengevoegd en gladgestreken. Het resultaat oogt schoon, maar Samsung gaat best extreem te werk: wie op pixelniveau kijkt, ziet de typische gladde textuur. Wie daar geen fan van is, kan het best fotograferen in raw.

Raw-beelden
Je kunt in raw fotograferen, maar de meeste opties daarvoor zitten niet in de gewone camera-app. Daarvoor gebruik je de Samsung-app Expert RAW, die standaard op het toestel aanwezig is (je kunt deze ook via de normale camera-app openen). In Expert RAW krijg je volledige controle over iso-waarde, sluitertijd, witbalans en scherpstelling, plus extra gereedschap zoals een digitaal ND-filter, een virtueel reflectiescherm en meervoudige belichtingen.
Het grote voordeel van raw is dat je zelf de regie houdt. De agressieve ruisonderdrukking en verscherping van de jpeg-modus blijven achterwege, je behoudt veel meer informatie in de schaduwen en hooglichten, en je werkt het bestand later op de computer naar eigen smaak af. Daar staan twee nadelen tegenover. De slimme jpeg-functies werken niet op een raw-bestand: de scènemodi, de automatische bewerkingen en de AI-ruisonderdrukking gelden alleen voor jpeg.
Een aandachtspunt is de resolutie. Je kunt in raw fotograferen met de hoofdcamera, maar daarbij houd je (door verwerking en compressie) minder bewerkingsruimte over dan je zou verwachten. Voor maximale bewerkingsruimte kun je beter in een wat lagere resolutie fotograferen (50, 24 of 12 megapixels).
Nieuw in Expert RAW is het virtuele reflectiescherm, verstopt onder de knop met ‘labs’. Dit simuleert een fotografisch reflectiescherm (zilver of goud, instelbaar in intensiteit en richting). Dit helpt vooral bij portretten met tegenlicht, en werkt verrassend overtuigend. Het vervangt geen echt reflectiescherm, maar werkt in noodgevallen prima.
Bewerk je na in Lightroom, dan komen de raw-bestanden binnen met het kleurprofiel Samsung Expert RAW, dat de schaduwen alvast flink opheldert. Voor een neutraler vertrekpunt zet je het profiel terug naar Adobe Kleur.
Jpeg-slimmigheid
In de standaard-jpeg-app vind je dezelfde modi terug als op de S24 Ultra, waaronder portret, eten, panorama en diverse video-opties. De portretmodus is verbeterd en kan beter overweg met bewegende onderwerpen, zoals spelende kinderen of huisdieren. De achtergrondvervaging werkt goed zolang de randen van het onderwerp duidelijk zijn. Bij rommelige achtergronden zie je duidelijk dat het digitale en geen optische onscherpte betreft.
Het is goed om te weten waar de telefoon gebruikmaakt van softwarematige ‘verbetering’. De zoom voorbij 10x (oplopend tot 100x) leunt volledig op AI: de software verzint detail dat er optisch niet is. Leuk voor een snapshot, maar voor serieus werk onbruikbaar. Ook de generatieve bewerkingen in de Galerij-app, zoals reflecties verwijderen of objecten verplaatsen, draaien op AI en krijgen een klein watermerk. Die resultaten zijn leuk voor snel gebruik, maar halen het niet bij gespecialiseerde bewerkers op de computer.
Privacy
Tot slot een detail dat niets met fotografie te maken heeft, maar wél uniek is: de S26 Ultra heeft de functie Privacy Display: een hardwarematige (in het oledpaneel ingebouwde) inkijkbescherming die voorkomt dat omstanders meekijken. Handig in openbare ruimtes, maar voor het beoordelen van je foto’s zet je dit uit: ingeschakeld oogt het scherm wat doffer.
Conclusie
De S26 Ultra is geen revolutie, maar een doordachte verfijning. Bij lastig licht maken de grotere lensopeningen en de nieuwe ALoP-telelens het verschil, en wie in raw werkt, houdt het eindresultaat volledig in eigen hand. Tegenover die winst staat een concessie bij close-up- en macrofotografie. Voor een citytrip of een weekend weg wanneer je niet je hele cameratas wilt meeslepen, is dit een van de meest veelzijdige smartphones op de markt.

