in

Pure portretfoto’s maken: natural beauty

Het bewerken van portretfoto’s in de computer wordt makkelijker en makkelijker. Er zijn zelfs programma’s waarmee je bijna automatisch kunt werken. Maar is dat eigenlijk wel nodig? Vaak is het veel mooier om je portretfoto zo natuurlijk mogelijk op te nemen, zonder toeters en bellen. We helpen je op weg naar een ‘natural beauty’.

Op de radio hoor je soms liedjes waarvan je denkt, is dat nou nodig? Alles is dik aangezet, allerlei effecten zijn toegevoegd, waardoor je de echte melodie niet meer hoort. Bij portretfoto’s kun je in dezelfde valkuil stappen. Het is heel verleidelijk om allerlei tierelantijnen van stal te halen. Losse flitsers, smokey eyes make-up, wind- en rookmachines zijn veel gebruikte accessoires. Om van de nabewerking maar te zwijgen. De huid zachter maken en kleurzwemen toevoegen zijn meer regel dan uitzondering. Des te groter is de uitdaging om eens een pure foto te maken. In de vergelijking met muziek: het singer-songwriter effect. Alleen gitaar en zang. Bij een portretfoto: alleen een model en een camera.

Model

De eerste stap naar een natural beauty is je modelkeuze. Er zijn veel vrouwen (maar ook mannen) die het als kunst zien om ‘over de top’ op de foto te gaan. Ze kijken standaard verleidelijk of komen op de proppen met de ultra afgezaagde duckface (inderdaad, je lippen tuiten als een eend). Als fotograaf moet je dit soort modellen voor een puur portret eigenlijk mijden. En als je er toch mee te maken krijgt, is het zaak ze goed te regisseren. Wees je bewust dat je als fotograaf veel invloed hebt op hoe je modellen kijken. Je kunt prikkels afgeven. ‘Kijk eens zonder expressie’, ‘kijk eens een beetje leeg’ of ‘denk aan iets serieus’. Vaak zie je dan de blik in de ogen van de modellen van gemaakt naar puur gaan.  

Wees ook niet te snel tevreden als je een model uitkiest. Wellicht biedt je buurmeisje zich aan. Maar de kans dat zij een puur gezicht heeft is vrij klein. Ga eens in een drukke winkelstraat staan en je zult zien dat maar heel weinig mensen de juiste ‘looks’ hebben voor een natuurlijk portret. Vaak is het een combinatie van factoren die niet in woorden te vatten is. Als je zo’n model met de juiste X-factor vindt, is de helft van je werk eigenlijk al gedaan.

Let er ook op dat je model niet teveel make-up op heeft, ze er niet te popperig uitziet en dat ze niet arrogant uit haar ogen kijkt. De definitie is niet zo hard te stellen, maar zodra je iemand ziet, weet je vaak direct of ze geschikt is. Uitstraling is daarbij een belangrijke factor. Neem dus de tijd voor je keuze, wees kritisch.

Apparatuur

Bij een natuurlijk portret horen natuurlijke camerakeuzes. Allereerst je objectief. Bij voorkeur geen groothoek objectief (14-35 mm), waarmee je de verhoudingen in het gezicht volledig uit elkaar trekt. De neus lijkt bij groothoek veel groter dan de oren, wat er per definitie niet natuurlijk uitziet. Bovendien zal je model zich ongemakkelijk voelen omdat je zo dichtbij staat. Teveel tele (150-300 mm) werkt ook niet goed. Het zal je model optisch in elkaar drukken, waardoor alle diepte verdwijnt. En je staat zo ver af dat je moet schreeuwen om jezelf verstaanbaar te maken. Tussen de 50 en 100 mm zul je de meest natuurlijke look and feel en de juiste afstand tot je model hebben.

Tweede belangrijke keuze: je instellingen. Puur gaat vaak samen met rustig. Gebruik daarom een open diafragma, waardoor de scherpte wel op het gezicht, maar niet op de achtergrond ligt. Zo focust de kijker zich op het gezicht. Pas de sluitertijd aan op de opening, waarbij je er rekening mee houdt dat je niet langzamer gaat dan 1/60 seconde. Beweging in een natuurlijk portret is geen optie.

Licht

Bij een natuurlijk portret is het verstandig je flitsset thuis te laten. Er is eigenlijk maar een keuze voor een natuurlijk ogend portret: daglicht. En dan het liefst van de bewolkte soort. Zachte verlichting van een groot raam is ideaal. Eventueel kun je de schaduwen nog invullen met een diffuus reflectiescherm, maar overdrijf niet. Met vier los geplaatste flitsers krijg je misschien wel spectaculaire effecten, maar puur ziet het er niet uit. Bovendien krijg je allerlei verschillende pitjes in de ogen, waar je bij daglicht maar een enkele (raamvormige) pit ziet. Keep it simple dus. Als je toch moet flitsen, bounce dan het liefst via een plafond – of beter nog – een neutrale muur. Zo boots je natuurlijk daglicht het meest na.

Make-up

Als je voor puur gaat, houdt dat ook in dat de make-up van je model in dezelfde lijn is. Basic dus. Misschien krijg je het model zelfs zover helemaal zonder make-up te poseren. Dat wordt dan een echte ‘natural beauty’ foto. Ziet je model dat zitten, vraag haar (of de visagiste) dan alleen een matte foundation, tegen glanzende huid, en een basis make-up op te brengen. Smokey eyes zijn prachtig bij extravagante modefoto’s, bij een puur portret leidt het de aandacht alleen maar af. Datzelfde geldt voor overdreven mascara en teveel contouren en highlights op de wangen. Het vraagt wat lef van je model, maar het levert een rustiger en echter beeld op. Ook hier geldt weer dat je het juiste model moet uitkiezen, die deze uitdaging aandurft. Het vraagt de nodige kwetsbaarheid.

Locatie

En waar maak je vervolgens zo’n puur portret? Een egale studio-achtergrond is een goede optie, in een rustige kleur. Grijs of bruin werken meestal goed. De kijker heeft niet de neiging naar de achtergrond af te dwalen. Bovendien is de rust in een studio lekker om de juiste sfeer te bereiken. Zet een ‘chill’ muziekje op om de sfeer nog meer ontspannen te maken. Psychologisch gezien is het handig om een model bij haar thuis te fotograferen, zodat ze zich meer op haar gemak voelt. Vermijd sowieso drukke ruimtes.

Op locatie kun je ook mooie dingen doen door een drukke achtergrond te ‘blurren’ met je scherptediepte. Je ziet wel dat het ergens is, maar waar blijft een beetje de vraag. Je kunt even testen hoe de achtergrond eruit komt te zien door een paar flink onscherpe beelden van de achtergrond te maken zonder model. 

Communicatie

Als al deze factoren goed door je bepaald zijn, kun je met echt belangrijke zaken bezig. De communicatie met je model. Om een echte natuurlijke foto te krijgen, moet de blik kloppen. Standaard zullen veel modellen hun bedrijfsgezicht opzetten. Een boer met kiespijnlach, zoals een verkoper in een kledingzaak (‘Kan ik u helpen?’). Die blik wil je niet.

Als modellen iets teveel YouTube-tutorials hebben gekeken over hoe je als model moet kijken, zetten ze nog wel eens een pruilmond op. Dat is ook niet de bedoeling uiteraard. Je wilt een sophisticated, volwassen blik. Woorden als rust, waardigheid, zelfverzekerdheid en echtheid horen daarbij. Je krijgt die blikken niet bij elk model op dezelfde manier. Het is zaak wat technieken paraat te hebben. Soms helpt het door tegen je model te roepen: ‘Ontspan al je spieren eens?’ Vaak komt er dan een bepaalde rust over je model. Een andere manier is iets oproepen. Laat haar denken aan haar eerste vriendje, favoriete strand, etc. Als je een spontane lach wilt hebben, kun je een misleidende vraag stellen: ‘Kijk eens op je chagrijnigst?’ Vaak proberen modellen dan even heel vals te kijken, om vervolgens in een spontane lach te schieten. Bij al deze technieken is het zaak dat je scherp bent vanaf het moment dat je de vraag stelt. De reactie komt vaak al binnen een halve seconde en dan moet jij de goede foto maken. Na vijf seconden is het effect van je vraag vaak alweer weggeëbd uit het gezicht van je model. Kijk ook achteraf goed naar alle bestanden op je computer. Bij tien foto’s van dezelfde situatie is de blik tien keer anders. Laat ze allemaal op je inwerken en kies daarna pas de goede eruit. Veel fotografen hebben de neiging maar een of twee foto’s uit de serie te bekijken, terwijl er bij de andere beelden betere blikken zitten.

Attributen

De meeste voorwerpen die je aan een portret toevoeg, leiden af. Vermijd dus petjes, om over clownsneuzen en nepsnorren maar te zwijgen. Maar één voorwerp werkt wel goed: de handen van je model. Handen zeggen heel veel over mensen en het is ook een natuurlijk onderdeel van een portret. Laat je model een beetje spelen met haar handen, vraag haar de handen natuurlijk bij het gezicht te houden. Het helpt als je iemand omgekeerd op een stoel laat zitten, waardoor er ruimte is om de ellebogen te laten steunen. Wees niet te snel tevreden over de stand van de handen, laat het model tien verschillende dingen doen. Vaak haal je op gevoel de goede pose er al uit. Vermijd het cliché: hand onder de kin was in 1980 al niet hip.

Nabewerking

Als alles erop staat, is het zaak zo natuurlijk mogelijk te bewerken. En dat terwijl je in Photoshop legio mogelijkheden hebt om alles er nog mooier uit te laten zien. Niet doen in dit geval. Het verzachten van de huid of het aanzetten van de contrasten staan haaks op de natuurlijke insteek van je portret. In Camera Raw of Lightroom kun je de contrasten van je raw-beeld een beetje aanzetten, zodat er zwart en wit in je foto zit. De kleurtemperatuur aanpassen kan ook, mits het niet teveel afwijkt van het natuurlijk licht. Ga dus niet een buitenfoto helemaal blauw tinten. De verzadiging verhogen is ook erg verleidelijk, maar voor een pure look is het wellicht zelfs beter de verzadiging wat te verlagen. Zo houd je alles een beetje in toom. Houd er tijdens de opname al rekening mee dat er niet teveel verschillende kleurtemperaturen op je model schijnen. Klik waar mogelijk kunstlichtlampen uit.

Zwart-wit

Nu we zo lekker puur bezig zijn mogen we wel een keertje smokkelen. Als we een portret omzetten naar zwart-wit, kun je een iets vlekkerige huid een tikkie aanzetten. Dit klinkt heel ‘gemaakt’, maar ziet er vaak verrassend natuurlijk uit, bijvoorbeeld bij een persoon met sproeten. Ga als volgt te werk:

Kies voor Filter, Zwart-wit in Photoshop. Je ziet nu allerlei schuiven in beeld. Kies de rode of de oranje schuif (dit is afhankelijk van het type huid van de geportretteerde) en beweeg de slider iets naar links. Je ziet nu dat de huid iets donkerder wordt. Ook de oneffenheden worden iets contrastrijker. Niet heel natuurlijk qua proces, maar heel puur als eindresultaat.

Duotoon

Een andere veel gebuikte methode om een portret er sophisticated uit te laten zien is het omzetten in duotoon. Hierbij gooi je in feite een tweede laag over je zwart-witbestand met een bepaalde tint. Ga als volgt te werk:

Ga in Photoshop naar Afbeelding, Modus. Zet de modus van je beeld op Grijswaarden. Zet bij Afbeelding, Modus, Bitmap de bitdiepte om naar 8-bit. Kies vervolgens Afbeelding, Modus, Duotoon. Je kunt maximaal drie ‘inkten’ toevoegen. Voor een duotoon voeg je er echter maar één toe. Vaak is dat een warm bruine kleur, maar het kan ook een koel blauwe of magenta tint zijn, als je van anders houdt. Pas eventueel de curve van de duotoon kleur aan voor een heftiger of subtieler effect.


Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Beginnen met trouwfotografie: zo verken je locaties voor de fotoshoot

Werken met statieven: deze statiefkoppen zijn geschikt voor jou