in

Meer dan dichterbij: creatieve mogelijkheden met een telelens

Een telelens is niet alleen handig om verre onderwerpen dichtbij te halen. Met het beperkte beeldveld, de geringe scherptediepte en de bijzondere weergave van verschillende lagen kun je er ook verrassend creatieve beelden mee maken.

Kijk niet naar afstand, maar naar uitsnedes

Wanneer je door een telelens kijkt, zie je maar een klein gedeelte van de omgeving. Dat lijkt misschien een beperking, maar het helpt juist om sterkere composities te maken. Storende elementen vallen buiten beeld en je wordt gedwongen nauwkeuriger te kijken naar lijnen, kleuren, vormen en details.

Zoek daarom niet alleen naar onderwerpen die ver weg zijn. Richt je telelens ook eens op een gevel, een rij bomen of een klein deel van een landschap. Door alle context weg te laten, kan een alledaags onderwerp ineens veranderen in een grafisch of abstract beeld.

Een langere brandpuntsafstand geeft veel controle over wat je wel en niet in beeld laat. Doordat je voor dezelfde uitsnede verder van je onderwerp gaat staan, lijken verschillende lagen in de foto bovendien dichter bij elkaar te liggen. Dit effect wordt vaak perspectiefcompressie genoemd.

Foto: Katja van der Kwast
Foto: Katja van der Kwast

Lees ook: Inspiratie – Zo werk je met een telelens op Zoom Academy

Breng verschillende lagen bij elkaar

Een telelens is bijzonder geschikt om diepte op te bouwen met lagen. Denk aan een landschap met een donkere voorgrond, een rij bomen in het midden en heuvels in de verte. Met een groothoeklens lijken die elementen vaak ver uit elkaar te liggen. Met een telelens kun je ze visueel dichter bij elkaar brengen.

Dit werkt vooral goed bij heuvelachtige landschappen, bossen, duinen en steden met veel gebouwen achter elkaar. Mist, nevel of tegenlicht kan het onderscheid tussen de lagen versterken. Iedere laag krijgt dan een iets andere helderheid of kleurtoon.

Zoek een standpunt waarbij onderdelen van het landschap elkaar gedeeltelijk overlappen. Een brandpuntsafstand tussen ongeveer 150 en 400 mm geeft je veel vrijheid om precies de juiste uitsnede te maken.

Maak orde in een drukke omgeving

In de stad gebeurt vaak te veel tegelijk. Verkeersborden, geparkeerde fietsen, mensen en reclame kunnen een compositie onrustig maken. Met een telelens kun je één klein moment uit die drukte halen.

Zo kun je vanaf de overkant van een plein wachten tot iemand langs een gekleurde muur loopt. Je kunt ook een herhaling van ramen combineren met één persoon die uit het raam kijkt. Doordat je op afstand blijft, verstoor je het moment minder snel en kun je rustig op de juiste houding of beweging wachten.

Let goed op de achtergrond. Een telelens maakt de achtergrond gemakkelijker onscherp, maar opvallende kleurvlakken, lichte plekken en lijnen blijven zichtbaar. Verplaats jezelf indien mogelijk een paar stappen om deze elementen beter achter je onderwerp te laten vallen.

Foto: Dewi83
Foto: Dewi83

Zoek naar patronen en abstracte vormen

Met een telelens kun je onderwerpen zo sterk isoleren dat niet direct meer duidelijk is waarnaar we kijken. Dat biedt mooie mogelijkheden voor abstracte fotografie.

Zoom bijvoorbeeld in op het ritme van balkons, weerspiegelingen in een glazen gebouw of de golvende lijnen van een akker. Ook dicht bij huis vind je geschikte onderwerpen: dakpannen, schaduwen op een muur, rijen stoelen of geparkeerde auto’s kunnen samen een patroon vormen.

Probeer zowel horizontale als verticale composities. Door de camera een beetje te kantelen, kunnen bekende lijnen ineens dynamisch door het beeld lopen. Zorg er wel voor dat de kanteling bewust aanvoelt.

Foto: FelinaFoto
Foto: FelinaFoto

Gebruik een onscherpe voorgrond

Een onscherpe achtergrond is een bekende eigenschap van een telelens, maar ook de voorgrond kun je creatief laten vervagen. Fotografeer bijvoorbeeld door bladeren, bloemen, hekwerk of een groep mensen heen. Wanneer deze elementen zich dicht bij de lens bevinden, veranderen ze in zachte kleurvlakken.

Zo’n onscherpe voorgrond kan een onderwerp omlijsten en de foto meer diepte geven. Bij dierenfotografie kun je laag bij de grond door gras of begroeiing fotograferen. Bij portretten kunnen bladeren, lichtjes of andere objecten aan de rand van het beeld voor extra sfeer zorgen.

Gebruik hiervoor een relatief groot diafragma, zoals F 2,8, F 4 of F 5,6. Houd voldoende afstand tussen de voorgrond, je hoofdonderwerp en de achtergrond. Hoe groter die afstanden zijn, hoe sterker de verschillende lagen van elkaar loskomen.

Laat de zon of maan een grote rol spelen

Met een telelens kun je de zon of maan opvallend groot achter een landschap, gebouw of silhouet plaatsen. Het draait hierbij vooral om je standpunt. Door op ruime afstand van het onderwerp te gaan staan en ver in te zoomen, kun je een verre zon of maan groot ten opzichte van dat onderwerp vastleggen.

Een goede voorbereiding is belangrijk. Bepaal vooraf waar de zon of maan opkomt of ondergaat en zoek een plek waar je het hemellichaam met een herkenbaar onderwerp kunt combineren. Denk aan een kerktoren, molen, boom of persoon op een heuvel.

Bij een silhouet kun je op de lichte lucht meten en eventueel iets onderbelichten. Gebruik bij weinig licht een statief en controleer regelmatig of de sluitertijd nog kort genoeg is. Kijk nooit rechtstreeks door een optische zoeker naar de zon. Gebruik het scherm van je camera en beperk de tijd dat je de lens op de felle zon richt.

Foto: Melvin-Jonker
Foto: Melvin-Jonker

Speel met beweging

Een telelens hoeft niet uitsluitend scherpe, stilstaande onderwerpen op te leveren. Juist beweging kan interessante beelden geven. Volg bijvoorbeeld een fietser, hardloper of vogel met de camera en gebruik een langere sluitertijd. De achtergrond verandert dan in strepen terwijl het onderwerp gedeeltelijk scherp blijft.

Begin bij een bewegend onderwerp bijvoorbeeld met een sluitertijd tussen 1/30 en 1/125 seconde. Beweeg al vóór het afdrukken vloeiend met het onderwerp mee en blijf die beweging ook na het maken van de foto volgen. De juiste sluitertijd hangt af van de snelheid en afstand van het onderwerp, dus maak meerdere opnamen en pas de instellingen tussendoor aan.

Je kunt ook bewust de hele foto laten vervagen. Beweeg de camera tijdens een langere belichting verticaal langs bomen of horizontaal langs een horizon. Het beperkte beeldveld van de telelens helpt om rustige vlakken en kleurbanen te maken.

Maak rustige portretten

Een telelens is ook geschikt voor portretfotografie. Met een brandpuntsafstand tussen ongeveer 85 en 200 mm kun je enige afstand tot je model bewaren en tegelijkertijd een rustige achtergrond creëren.

Let behalve op de onscherpte ook op de kleuren achter het model. Een achtergrond met bladeren, verlichting of reflecties kan veranderen in grote, zachte lichtcirkels. Dit effect wordt sterker wanneer de achtergrond ver achter het model ligt.

De grotere werkafstand vraagt wel om duidelijke communicatie. Spreek vooraf aanwijzingen af of blijf hardop contact houden, zodat het model niet het gevoel krijgt alleen voor de camera te staan.

Fotografeer details in het landschap

Niet ieder landschap hoeft zo weids mogelijk in beeld. Soms vertelt een klein onderdeel meer over een plek dan een totaaloverzicht. Gebruik een telelens om een eenzame boom, een verlichte bergtop, een kronkelend pad of een groep dieren uit het landschap te halen.

Let vooral op licht dat maar één gedeelte van het landschap raakt. Een zonnestraal op een huisje of een lichte strook tussen donkere wolken kan met een telelens het hoofdonderwerp van de foto worden. Wacht vervolgens tot het licht en de verdeling van de vlakken goed bij elkaar passen.

Foto: Bvdphotography
Foto: Bvdphotography

Houd je sluitertijd in de gaten

Hoe verder je inzoomt, hoe sneller kleine bewegingen van de camera zichtbaar worden. Beeldstabilisatie helpt tegen beweging van de fotograaf, maar kan een bewegend onderwerp niet stilzetten.

Gebruik uit de hand als uitgangspunt een sluitertijd die minimaal overeenkomt met je brandpuntsafstand. Bij 300 mm kun je bijvoorbeeld rond 1/320 seconde beginnen. Voor vogels, sporters of andere snelle onderwerpen is vaak een veel kortere sluitertijd nodig, zoals 1/1000 of 1/2000 seconde.

Verhoog indien nodig de iso-waarde. Een beetje ruis is meestal eenvoudiger te corrigeren dan bewegingsonscherpte in een belangrijk onderwerp. Bij een statisch landschap kun je juist een statief gebruiken en de sluitertijd langer maken.

Leer kijken met je telelens

De kracht van een telelens zit uiteindelijk niet alleen in het bereik. Deze lens helpt je om te selecteren, vereenvoudigen en verbanden te zien tussen onderwerpen die op het eerste gezicht los van elkaar lijken te staan.

Ga daarom eens op pad zonder het doel om iets specifieks dichterbij te halen. Zoek naar lagen, herhalingen, lichtvlekken, kleine gebaren en onderwerpen die elkaar door jouw standpunt precies overlappen. Zodra je op die manier gaat kijken, blijkt een telelens geschikt voor veel meer dan sport en wildlife.

Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Wind fotograferen: zo maak je beweging zichtbaar

1 raam, 1 model: verschillende portretten met natuurlijk licht