Een goede foto kan op zichzelf een verhaal vertellen. Maar soms heb je aan één beeld niet genoeg. Door meerdere foto’s bewust met elkaar te combineren, kun je een plek, persoon of gebeurtenis veel uitgebreider laten zien. En daarvoor hoef je helemaal niet op reis of dagenlang op pad. Geef jezelf één dag, kies één onderwerp en probeer daar een complete fotoserie van te maken. Met deze aanpak leer je niet alleen beter fotograferen, maar vooral beter kijken.
Begin niet met fotograferen, maar met een idee
Een fotoserie is iets anders dan tien mooie foto's die toevallig op dezelfde dag zijn gemaakt. De beelden moeten iets met elkaar te maken hebben. Ze kunnen samen een verhaal vertellen, dezelfde sfeer uitstralen of verschillende kanten van één onderwerp laten zien.
Bepaal daarom voordat je vertrekt wat je wilt fotograferen. Houd het onderwerp klein en concreet. 'De stad' is bijvoorbeeld erg breed. 'Mijn buurt op zaterdagochtend' geeft al veel meer richting. Andere onderwerpen kunnen een dag op het station, het werk in een koffiezaak, een markt, je eigen gezin of een middag in een werkplaats zijn.
Je kunt het jezelf ook nog eenvoudiger maken. Fotografeer bijvoorbeeld één persoon gedurende een dag. Of kies één straat en kijk hoeveel verschillende verhalen je daar kunt vinden. Het doel is niet dat je vooraf precies weet welke foto's je gaat maken. Je bepaalt alleen het kader waarbinnen je gaat zoeken.

Denk als een verhalenverteller
Wanneer je eenmaal bezig bent, ligt een bekende valkuil op de loer: je maakt steeds ongeveer dezelfde foto. Zie je bijvoorbeeld een markt, dan kom je misschien thuis met twintig overzichtsfoto's van marktkramen. Voor een serie heb je juist afwisseling nodig.
Begin met een overzichtsbeeld waarmee je laat zien waar het verhaal zich afspeelt. Zoek daarna kleinere scènes. Fotografeer een persoon, een handeling en een opvallend detail. Kijk vervolgens of je ook een onverwacht tussenmoment kunt vinden.
Stel dat je een ochtend in een koffiebar fotografeert. Je eerste beeld kan de zaak van buitenaf laten zien. Daarna fotografeer je de barista aan het werk. Vervolgens zoom je in op handen die een kop koffie maken, het licht op een tafel of een stapel gebruikte kopjes. Een laatste foto van een lege tafel kan juist een rustig einde vormen. Je bouwt zo eigenlijk een verhaal op dezelfde manier op als een film: eerst laat je zien waar we zijn, daarna wie of wat belangrijk is en vervolgens toon je de details.

Wissel bewust van beeldgrootte
Je hoeft voor afwisseling niet voortdurend van objectief te wisselen. Met één 35mm- of 50mm-objectief kun je al een complete serie maken. Verander vooral zelf van positie. Maak eerst een ruim overzicht. Loop daarna dichter naar je onderwerp voor een medium beeld en eindig met een detail. Die afwisseling maakt een serie veel prettiger om te bekijken.
Let ook op je standpunt. Als iedere foto vanaf ooghoogte wordt gemaakt, ontstaat alsnog snel herhaling. Zak eens door je knieën, fotografeer recht van boven of gebruik een voorgrond om diepte te creëren.
Een eenvoudige opdracht helpt: probeer van ieder belangrijk onderdeel van je verhaal een overzicht, medium beeld en detail te maken. Je hoeft uiteindelijk niet alle drie te gebruiken, maar tijdens het fotograferen dwingt het je om verder te kijken dan je eerste compositie.

Zoek naar een visuele rode draad
Afwisseling is belangrijk, maar je foto's moeten tegelijkertijd voelen alsof ze bij elkaar horen. Daarvoor heb je een visuele rode draad nodig. Dat kan licht zijn. Fotografeer bijvoorbeeld vooral scènes met hard zijlicht en diepe schaduwen. Maar je kunt ook een terugkerende kleur, compositie of brandpuntsafstand gebruiken. Werk je met één objectief en vergelijkbare beeldverhoudingen, dan ontstaat vaak vanzelf al meer samenhang.
Ook je nabewerking speelt een rol. Wanneer de ene foto heel warm en contrastrijk is en de volgende koel en zacht, kan de serie uit elkaar vallen. Probeer daarom een vergelijkbare kleurweergave, witbalans en contrast te gebruiken. Dat betekent niet dat alle foto's hetzelfde moeten ogen. Zie het als muziek: iedere foto mag een andere noot zijn, zolang ze samen hetzelfde nummer vormen.
Fotografeer ook de momenten ertussenin
De meest voor de hand liggende foto is niet altijd de beste foto van de serie. Juist de kleine momenten kunnen veel vertellen. Fotografeer je bijvoorbeeld iemand die in een atelier werkt? Maak dan niet alleen foto's terwijl diegene daadwerkelijk bezig is. Kijk ook naar de verf op de handen, gereedschap op tafel, een half afgemaakte creatie of het moment waarop iemand even uit het raam kijkt.
Bij straatfotografie werkt hetzelfde. De gevel van een café vertelt iets over een plek, maar een half leeg koffiekopje op een tafel, een fiets tegen de muur of iemand die haastig door de deur verdwijnt kan veel meer sfeer toevoegen.
Dit soort beelden noemen we gemakkelijk 'details', maar binnen een serie hebben ze een belangrijke functie. Ze geven de kijker rust en vullen informatie aan die niet in het overzichtsbeeld zit. Blijf daarom na het maken van de voor de hand liggende foto nog even staan. Vaak begint het interessante kijken pas daarna.

Laat het licht gedurende de dag veranderen
Het leuke van een fotoserie die je binnen één dag maakt, is dat de tijd vanzelf onderdeel van je verhaal kan worden. 's Ochtends kan het licht koel en zacht zijn. Midden op de dag krijg je misschien hardere schaduwen en sterkere contrasten. Tegen het einde van de dag verandert de sfeer opnieuw. Probeer die verandering niet volledig weg te corrigeren. Je kunt hem juist gebruiken om het verloop van de dag zichtbaar te maken.
Dat werkt vooral goed wanneer je meerdere keren naar dezelfde plek of hetzelfde onderwerp terugkeert. Fotografeer bijvoorbeeld 's ochtends een plein wanneer het nog leeg is en maak later op de dag vanaf ongeveer dezelfde positie nog een foto wanneer het vol mensen staat. Dan vertel je niet alleen iets over de plek, maar ook over tijd.
Beperk jezelf tijdens het fotograferen
Een beperking klinkt misschien vervelend, maar kan je juist creatiever maken. Kies bijvoorbeeld één camera en één objectief en laat de rest thuis. Of spreek met jezelf af dat je de hele serie in zwart-wit gaat maken. Je kunt ook één beeldverhouding kiezen, uitsluitend horizontaal fotograferen of juist iedere foto verticaal maken.
Het voordeel is dat je minder tijd kwijt bent aan keuzes over apparatuur en meer aandacht overhoudt voor wat er vóór je camera gebeurt. Een 35mm- of 50mm-prime is hiervoor bijvoorbeeld interessant. Je kunt niet even gemakkelijk in- en uitzoomen. Wil je iets groter in beeld, dan zul je zelf dichterbij moeten komen. Daardoor ga je actiever nadenken over je standpunt en compositie.

De belangrijkste stap komt thuis
Je fotoserie is nog niet klaar zodra je de camera in je tas stopt. De selectie achteraf bepaalt voor een groot deel of het verhaal werkt. Stel jezelf bijvoorbeeld als doel om uiteindelijk zes foto's over te houden.
Kijk daarbij niet alleen naar welke beelden afzonderlijk het mooist zijn. Twee fantastische foto's die vrijwel hetzelfde vertellen, heb je waarschijnlijk niet allebei nodig. Kies dan de sterkste en gebruik de vrijgekomen plek voor een beeld dat iets nieuws toevoegt. Een serie van zes beelden zou bijvoorbeeld kunnen bestaan uit een openingsbeeld, een persoon of hoofdonderwerp, een handeling, een detail, een onverwacht tussenmoment en een afsluitend beeld.
Leg ze vervolgens naast elkaar en verander de volgorde. Wat gebeurt er als je niet met je spectaculairste foto begint? Kun je nieuwsgierigheid opbouwen? Is er een logisch einde? Daar zit een belangrijk verschil tussen een losse verzameling foto's en een echte fotoserie: je fotografeert niet alleen beelden, je bepaalt ook hoe de kijker ze ervaart.
Jouw foto-opdracht voor één dag
Kies een dag waarop je een paar uur kunt fotograferen en bepaal één klein onderwerp. Dat hoeft helemaal niet spectaculair te zijn. Sterker nog: je eigen straat, werkplek, treinreis of gezin kan juist een goede uitdaging vormen omdat je gedwongen wordt iets bekends opnieuw te bekijken.
Neem één camera mee, beperk eventueel je keuze tot één brandpuntsafstand en probeer tijdens de dag overzichtsbeelden, personen, details en tussenmomenten te verzamelen. Maak gerust honderd foto's. Maar kies aan het einde van de dag slechts zes beelden.
Bekijk die zes vervolgens niet als losse foto's, maar als één geheel. Begrijpt iemand die er niet bij was wat je hebt meegemaakt? Zit er afwisseling in? En vooral: vertelt de serie méér dan één van de foto's afzonderlijk? Als dat lukt, heb je niet alleen een mooie foto gemaakt. Je hebt met je camera een verhaal verteld.

