
Maximale hoogte
Om de gewenste werkhoogte te krijgen, schuif je altijd eerst de poten uit. Ben je er dan nog niet, dan is er nog de middenkolom waarmee je jouw camera extra de hoogte in stuwt. Er zit helaas wel een addertje onder het gras.
Een statief is een driepoot en dat zorgt voor veel stabiliteit. Maar zodra je de middenkolom omhoog schuift, wordt het geheel iets minder stabiel. Er kunnen dan sneller kleine trillingen optreden, bijvoorbeeld bij harde wind of als je per ongeluk tegen je camera of een statiefpoot stoot.
Daarom kun je de middenkolom het best bewaren voor specifieke situaties waarin je even wat extra hoogte nodig hebt en hem verder zoveel mogelijk (grotendeels) ingeschoven laten. Bij de specificaties staan altijd zowel de hoogte met ingeschoven als met uitgeschoven middenkolom vermeld.
Minimale hoogte
Naast de maximale hoogte van een statief, is ook de minimale hoogte van belang. Ook die vind je weer terug in de specificaties. Als je dicht bij de grond kunt komen, kun je hem perfect gebruiken om indrukwekkende macro-opnamen te maken in bijvoorbeeld een bos of bloemenveld, maar ook bij product- of kinderfotografie komt dit van pas. Je schuift eerst alle poten en de middenkolom in, zodat het statief zo klein mogelijk wordt. Daarna kun je de poten vaak nog in een spreidstand zitten, waarmee de camera nog lager zakt.
Op een gegeven moment stoot de onderkant van de middenkolom tegen de grond en kun je niet verder omlaag. Vandaar dat deze kolom bij bepaalde statieven omkeerbaar is. De camera zweeft dan ondersteboven tussen de drie statiefpoten rakelings boven de grond. Dat maakt de bediening en het meekijken door de zoeker of op het scherm wel een stukje complexer. Bij andere statieven kun je de middenkolom tijdelijk weghalen, waarna je de camera boven op de driepoot monteert en je via de spreidstand alsnog extreem laag bij de grond komt, zonder dat alles ondersteboven hangt. Dat werkt wel prettiger.
Gemiddelde werkhoogte instellen
Je hebt zeker niet altijd de maximale werkhoogte nodig. In dat geval kun je het best als volgt te werk gaan. Laat altijd eerst de middenkolom zakken als je dit nog niet gedaan hebt. Schuif daarna de onderste pootsegmenten in. Die zijn namelijk het dunst en dus het minst stabiel. Je schuift nooit als eerste de hoogste pootsegmenten in, want die zijn het dikst en dus steviger.
Is de ondergrond onregelmatig, zoals bij rotsen of op een hellend vlak, dan kun je op exact dezelfde manier één of twee van de drie poten een stukje inkorten om de camera toch vlak te krijgen.
Heb je geen kantelbare middenkolom, dan is twee poten inkorten zodat het statief lichtjes naar voren helt een optie. Maar alleen als je het met mate doet, het niet waait en de camera met lens niet al te zwaar is. Controleer na het verstellen altijd of alles nog steeds stabiel staat en blijf continu bij je statief om je camera op te vangen mocht er onverhoopt toch iets misgaan.
Waterpas gebruiken
In een statief kunnen één of meer waterpasjes zitten, zodat je hem exact vlak kunt neerzetten. Dat is handig voor panoramafoto’s of tijdens het filmen. Een waterpasje in de statiefkop is nodig om er zeker van te zijn dat niet alleen de driepoot, maar ook je camera waterpas staat. Moderne camera’s hebben steeds vaker zelf een digitaal waterpas aan boord waarmee je ook prima uit de voeten kunt.
Alle beweging voorkomen
Het statief gebruiken we om alle beweging te voorkomen. Ook je camera kan bewegingen veroorzaken. Gebruik je een spiegelreflexcamera, dan zal de opklappende spiegel een trilling kunnen veroorzaken, met name als het statief niet heel stabiel is. Gebruik daarom in je camera de spiegel-opklap-functie. Deze mogelijkheid zit vaak diep in de uitgebreide menu’s verstopt. Systeemcamera-gebruikers kennen deze problematiek niet: een systeemcamera immers heeft geen spiegel.
Wil je nog meer trillingen voorkomen, dan kan je er voor kiezen te werken met de stille sluiter of de elektronische sluiter. Deze functie zie je met name in de systeemcamera’s terug. De sluiter gaat niet meer open en dicht, maar de sensor wordt als geheel uitgelezen zonder mechanische bewegingen. Hierdoor staat je camera altijd honderd procent stil.
Peter Abbes (peterabbes)
Canon 77D · ISO 100 · F 5,6 · 10 SEC · 10 MM
Compositie
Met statief werken heeft nog een voordeel, al lijkt dit aanvankelijk misschien een nadeel. Als je vanaf statief door de zoeker van je camera kijkt, zie je meestal niet de compositie die je voor ogen had. Dat luistert vaak erg nauw. Soms moet je wel een paar keer je statief verstellen voordat je tevreden bent. Het voordeel van dit bijstelwerk is dat je de tijd neemt om goed over je compositie na te denken voordat je de foto maakt.
Uit de hand zou je wellicht al een paar foto’s geschoten hebben met de kans dat de goede compositie erbij zit. Met je statief denk je eerst goed na over welke compositie je wilt en waarom. De hoeveelheid foto’s neemt af, maar de kwaliteit neemt toe.
Het is ook goed om voordat je het statief uitklapt al te kijken naar de gewenste compositie. Bekijk je onderwerp vanuit verschillende hoeken en hoogten.
Staat je statief eenmaal precies zoals je wilt, dan is het gemakkelijker om binnen dezelfde compositie te spelen met sluitertijd en diafragma. Zo kun je verschillende belichtingen proberen voor het beste beeld of achteraf de beelden combineren voor een High Dynamic Range-foto.
Veel statieven hebben een haak aan de middenzuil. Wellicht heb je je al eens afgevraagd waarvoor deze dient. Ook deze haak geeft extra stabiliteit als je er iets zwaars aan hangt. Er moet wel een heel stevige wind waaien wil je statief nou nog bewegen.
Werk je met grote teleobjectieven, let er dan op dat je niet de camera, maar het objectief aan je statief vast maakt. Deze weegt immers meer dan de camera. De meeste grotere objectieven hebben een speciale aansluiting voor een statief. Zo houd je het gewicht goed verdeeld.
Michel Looyenstein (michel69_zoom)
Canon 6D · ISO 1600 · F 5,6 · 50×40 SEC · 17 MM

