in

Customize jouw camera: zo stel je je camera in!

Een digitale camera herbergt talloze mogelijkheden, waarvan je er wellicht maar een deel regelmatig gebruikt. Door je camera te temmen en te ‘tweaken’, zorg je ervoor dat die doet wat je wilt en wanneer jij dat wilt. Zo voorkom je dat fotokansen verloren gaan doordat je op het beslissende moment staat te worstelen met de instellingen.

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Camerabeheersing in Zoom Academy. Alles leren over je camera en wil je alle functies optimaal benutten? Bekijk de gehele cursus!

Als je een analoge camera uit de jaren tachtig van de vorige eeuw bekijkt, valt vooral op hoe simpel die is. Vaak zijn er maar één of twee belichtingsmodi, bijvoorbeeld diafragmavoorkeuze en handinstelling. Autofocus stond nog in de kinderschoenen, en de film transporteren deed je in de regel met de hand.

Daarmee vergeleken barst een digitale camera van de knopjes, menu’s en andere instelmogelijkheden. Zelfs de functie van veel knoppen staat niet vast. Behalve de bekende volautomatische, halfautomatische en handmatige belichtingsmodi, tref je vaak nog een heel arsenaal aan zogenaamde motiefprogramma’s aan, bedoeld voor specifieke opnameomstandigheden. Bij de automatische scherpstelling en de ‘transportstand’ (een begrip uit de analoge tijd) struikel je eveneens over de opties. Bij de autofocus zijn het er zelfs zó veel dat we die later in dit hoofdstuk apart bespreken.

Hoe voorkom je dat je door de bomen het bos niet meer ziet, waardoor je misschien de verkeerde keuzes maakt wanneer het erom spant?

Bij professionele camera’s zoals deze Nikon Z 9 kan het aantal bedieningsorganen in eerste instantie een overweldigende indruk maken.

De basics

Laten we bij het begin beginnen: met een nieuwe camera, die je maagdelijk uit z’n doos haalt. Bij die camera zit een gebruiksaanwijzing. Soms een dikke pil, maar soms alleen een ingekorte versie van de uitgebreide handleiding die je op de website van de importeur kunt raadplegen of downloaden. Vooral zo’n lijvig boekwerk nodigt niet uit om het van kaft tot kaft te lezen. Dat hoeft vaak ook niet. Maar bewaar hem wel.

Wensen

Het voornaamste in dit stadium is dat je je camera gebruiksklaar maakt. Gebruiksklaar in de zin van: zoals jij dat wilt. De fabrikant heeft namelijk af fabriek al een heleboel dingen standaard ingesteld. Het is maar de vraag of die standaardinstellingen optimaal aansluiten bij jouw wensen en behoeften. Wil je bijvoorbeeld diafragmawaarden en belichtingscorrecties instellen in derde stops, of liever in halve? En wil je bij live-view ter controle op de belichting een miniatuurversie van het histogram in beeld zien?

Andere praktische vraag: hoelang moet het duren voordat je camera op stand-by gaat? Stel een zo lang mogelijke tijd in als je altijd paraat wilt zijn, ook al is je batterij dan vlugger leeg. En hoe zit het met de bijgeluiden? Veel camera’s laten een doordringend piepsignaal horen zodra is scherpgesteld. Gevolgd door een duidelijke klik wanneer je de ontspanknop helemaal indrukt, zelfs wanneer je de elektronische sluiter gebruikt. Als je aan straatfotografie doet, of klassieke concerten of schuw wild fotografeert, kun je zulke bijgeluiden beter op non-actief zetten. Hetzelfde geldt voor lichteffecten, zoals de lichtbundel die de AF in het donker bijlicht en allerlei verklikkerlichtjes die op de meest ongelegen momenten gaan branden. Je zult de eerste niet zijn die, in een situatie waarin flitslicht absoluut taboe is, ontdekt dat de ingebouwde pop-upflitser ingesteld stond op automatisch flitsen …

Wanneer kun je fotograferen?

Wil je objectieven zonder AF en elektronische contacten op je moderne camera gebruiken? Dan moet je meestal in het menu aangeven dat je opnamen wilt kunnen maken ‘zonder objectief’. Aan de andere kant zien veel fabrikanten er geen been in dat je zonder geheugenkaart foto’s kunt maken – foto’s die dus wél worden gemaakt, maar níét worden opgeslagen. Een drama als je zoiets pas na een dag intensief fotograferen bemerkt. Zet daarom deze optie uit.

Opnameformaat

Ten slotte stel je in het opnamemenu nog het gewenste opnameformaat in. Daarmee doelen we niet alleen op het fysieke beeldformaat (de resolutie in pixels) en de hoogte-breedteverhouding, maar ook en vooral op het bestandsformaat. Kies je voor het gemak van jpeg of de flexibiliteit van raw? Omdat we de voor- en nadelen al eerder hebben besproken, kunnen we daarover kort zijn. Vaak is er trouwens nog een derde optie: raw+jpeg. Zeker als je camera twee geheugenkaarten huisvest, zodat je de raw-bestanden kunt opslaan op de ene kaart en de jpeg-versies op de andere, zit je daarmee altijd goed.

Als je in jpeg fotografeert, is het verstandig om het grootste formaat en de hoogste kwaliteit te kiezen. Kleiner respectievelijk lager kan altijd nog; andersom niet. Jpeg-bestanden in lage resolutie zijn eigenlijk alleen interessant als je die direct ‘on the go’ wilt uploaden naar je website of socialmedia-account. In dat geval is het raadzaam om je camera bij die beelden meteen copyrightinformatie te laten opslaan. Ook dát stel je in via het menu.

Als je niet zit te wachten op storende licht- en geluidssignalen, zet die dan uit.

Kleurprofiel

Bij jpeg heb je doorgaans de keus tussen twee kleurprofielen: sRGB en Adobe RGB. Fanatieke fotobewerkers zijn het beste bediend met Adobe RGB, terwijl sRGB voor (direct) onlinegebruik verreweg de veiligste optie is. Als je in raw fotografeert, hoef je de knoop pas tijdens de raw-conversie door te hakken.

Het licht om je heen kan in een seconde veranderen, waardoor je snel moet handelen en misschien andere instellingen nodig hebt.

Johan van Opstal (peacefull)
Canon 80D · ISO 100 · F 2,8 · 0,3 SEC · 100 MM

Belichting

De belichting en scherpstelling als zodanig komen in aparte paragrafen aan de orde. Dat P, A of Av, S of Tv en M respectievelijk voor de programmastand, diafragmavoorkeuze, sluitertijdvoorkeuze en handmatige belichting staan, is vermoedelijk een bekend verhaal. Vrijwel iedere fotograaf heeft zijn of haar favoriete belichtingsmodus. Bij diafragmavoorkeuze stel je het diafragma meestal in met het achterste instelwiel, terwijl je bij sluitertijdvoorkeuze doorgaans het voorste wieltje gebruikt. Stel dat je normaliter in de diafragmavoorkeuzestand werkt, maar voor de gelegenheid wilt overstappen op sluitertijdvoorkeuze. Als je gewend bent om het achterste instelwieltje te gebruiken, is het misschien handig als je daar óók de sluitertijd mee kunt aanpassen. Dikke kans dat dit valt te regelen via het menu.

Veel fotografen hebben een instinctieve afkeer van de programmastand, omdat je dan op de keuzes van de camera bent aangewezen. Vaak kun je echter in de reguliere P-stand de door de camera gekozen sluitertijd-diafragmacombinatie aanpassen met één of beide instelwieltjes. Deze optie heet ‘program shift’ of iets dergelijks. Je ontdekt snel genoeg of die optie standaard ingeschakeld is door in de P-stand aan de instelwieltjes te draaien.

Naast het hoofdscherm op de achterzijde hebben veel camera’s, zoals deze Canon-spiegelreflex, nog een tweede scherm bovenop waarop de belangrijkste instellingen worden weergegeven.

Zoeker en scherm

Zeker bij een elektronisch zoeker- of schermbeeld kun je de weergave (bijna) helemaal naar eigen smaak instellen. Sommige fotografen houden het liefst zo sober mogelijk. Anderen willen naast de elementaire belichtingsinstellingen en het actieve autofocuspunt graag ook weten hoeveel opnamen er nog op hun geheugenkaart passen, en hoe het met de accu is gesteld.

Al eerder noemden we het histogram als een handig hulpmiddel bij de belichting. Het is ook fijn om een eventuele belichtingscorrectie te laten weergeven, zelfs wanneer je camera daarvoor een aparte ‘analoge’ draaiknop heeft. Al is het maar om te voorkomen dat je vergeet dat je zo’n correctie hebt ingesteld. Veel camera’s kunnen ook een waterpas weergeven, zodat je ziet of je je camera kaarsrecht houdt. Of een lijntjespatroon als leidraad bij de compositie. Legio keuzemogelijkheden dus, maar kies alleen wat je nodig hebt en maak het niet te druk. Anders zie je door al die cijfers en icoontjes je onderwerp nauwelijks meer.

Wat ook erg handig is, is dat de in het zoeker- of schermbeeld weergegeven instellingen mee kantelen als je je toestel een kwartslag draait (net als bij je telefoon dus). Ook deze optie is te vinden in het menu. Tot slot kun je de helderheid van je zoeker- en schermbeeld verlagen of verhogen. Met name dat laatste kan prettig zijn bij fel zonlicht. Meer licht kost uiteraard ook meer stroom, dus zet de helderheid weer lager zodra dat kan. En bepaal nóóit de belichting op basis van de helderheid van je schermbeeld. Daarvoor heb je dat histogram. Wel kun je vaak instellen dat bij dreigende overbelichting de hooglichten op je scherm bijvoorbeeld gaan knipperen.

Het histogram is een handig hulpmiddel bij de belichting.

Functietoetsen en custom standen

Een categorie apart zijn de functietoetsen. Vaak staat daar geen aanduiding bij, maar hooguit iets algemeens als ‘Fn’ of ‘Fn2’. Dat heeft een goede reden, want jij wijst de gewenste functie toe aan die toets, wederom via het menu. Bij veel actuele camera’s is een deel van die knopjes en functies naar het aanraakscherm verhuisd. Dat werkt een stuk eenvoudiger en intuïtiever dan een wagonlading knoppen, maar het is opletten als je dat touchscreen ook gebruikt om de autofocus aan te sturen. Eén verkeerde tik en de iso-waarde schiet bijvoorbeeld onbedoeld omhoog of omlaag. Ook de functionaliteit van het aanraakscherm laat zich veelal op maat instellen. Bepaal zorgvuldig welke functies voor jou het belangrijkst zijn en probeer de kans op bedieningsfouten te minimaliseren.

Naast een hoofdmenu hebben veel camera’s ook een zogenaamd snelmenu. Bij Fujifilm-camera’s zit dat onder de Q-toets van ‘Quick’. Zeker in combinatie met een aanraakscherm werkt dat handig om snel bij de voornaamste instellingen te kunnen zonder eindeloos gescrol door menu’s.

Tot slot beschikken veel cameramodellen uit het hogere segment nog over zogenaamde Custom- of User-standen, aangegeven met de letter C of U. Vaak met een cijfer erbij, want het zijn er meestal meer. Je gebruikt zo’n stand om een compleet scala aan favoriete instellingen voor één specifieke taak op te slaan. Zo kun je als sportfotograaf aparte standen hebben voor indoor- en buitensporten, of voor voetbal en hardlopen. Natuurlijk kun je de in zo’n stand vastgelegde instellingen nog steeds overrulen wanneer dat wenselijk of noodzakelijk is. Maar je hebt – om in het sportjargon te blijven – alvast een goede startpositie te pakken. In het heetst van de strijd ben je zo altijd meteen schietklaar.

De Q-toets op de boven- of achterkant van een Fujifilm-camera geeft toegang tot het snelmenu. Op het programmawiel bevinden zich vier C(ustom)-standen.

Via de Custom-instellingen personaliseer je je camera maximaal.

Auto-iso

Vermoedelijk wist je al dat je camera ook de iso-waarde automatisch kan instellen, afhankelijk van de hoeveelheid licht. Zo heb je nooit een te lange sluitertijd door een te lage iso-waarde, of te veel ruis door een onnodig hoge.

Nu hangt wat een te lange sluitertijd is mede af van de brandpuntsafstand, zoals je eerder hebt gelezen. Wist je al dat je vaak zelf een specifieke ondergrens kunt instellen via het menu? Soms kun je zelfs meerdere auto-iso-instellingen voorprogrammeren voor gebruik met verschillende objectieven. Tip: als je flitst in een donkere ruimte, kun je de iso-waarde beter met de hand instellen. Zo voorkom je dat de camera puur op het schaarse omgevingslicht afgaat en een idioot hoge waarde kiest.

Transportstand

We lieten al eerder de aan het filmtijdperk ontleende term ‘transportstand’ vallen. Op sommige camera’s heet die ‘Drive’. De voornaamste keuze is tussen enkelbeeld en serieopnamen, waarbij je in het laatste geval meestal nog kunt kiezen uit verschillende opnamesnelheden (‘burstrates’). Bij actiefotografie is het verleidelijk om voor de snelste stand te gaan. Dan heb je de grootste kans dat dé foto erbij zit. Maar pas op: het buffergeheugen van je camera en de geheugenkaart krijgen dan een lawine aan beelden te verwerken, zodat het soms al na enkele seconden einde oefening is. Als zo’n actie langer duurt, stel dan liever een lagere snelheid in.

Op de tast

Zeker als je regelmatig ‘droog’ oefent, zul je merken dat je je camera op den duur blindelings kunt bedienen. Op de tast weet je de belangrijkste knoppen en wieltjes feilloos te vinden. Soms is dat ook letterlijk nodig. Als je in het donker de sterrenhemel fotografeert, is het geen probleem om jezelf even met een zaklamp bij te lichten. Maar als officiële fotograaf van een concert in een verduisterde zaal val je dan lelijk uit de toon.

In zo’n situatie is het trouwens verstandig om niet alleen alle geluidjes en lichtjes uit te schakelen en de geluidloze elektronische sluiter te gebruiken. Het is ook erg hinderlijk voor andere aanwezigen als het scherm voortdurend oplicht, zoals na elke gemaakte foto. Fotograferen, gemaakte foto’s terugkijken én zaken in het cameramenu instellen doe je dus uitsluitend via de elektronische zoeker. Ook daarvoor is het noodzakelijk dat je in het donker de voornaamste knoppen weet te vinden.

In wezen is het een kwestie van routine en systematiek. Daarom is het handig als bij de overstap op een nieuwe camera alles zoveel mogelijk op dezelfde plaats blijft. Sommige camera’s en objectieven helpen je daarbij. Bij modellen waarbij je handmatig scherpstelt met een scherpstelring die elektronisch de scherpstelmotor aanstuurt, kun je bijvoorbeeld vaak in het cameramenu kiezen of je met de klok mee van oneindig naar dichtbij scherpstelt, of juist tegen de klok in. Alle kleine beetjes helpen.

Camerafabrikanten hebben de hebbelijkheid om knoppen en functies weleens naar elders te verplaatsen. En als je met meer cameratypes of -merken door elkaar werkt, is het bij iedere wisseling eventjes wennen. Bij de een gaat dat sneller dan bij de ander. Eén ding geldt voor elke fotograaf: maak het jezelf niet lastiger dan nodig is!

Controle over je materiaal is een vereiste voor dergelijke fraaie plaatjes.

Geert-Jan van Hest (geertjanvanhest)
Nikon D750 · ISO 160 · F 14 · 1/15 SEC · 14 MM

Zoom Academy

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Camerabeheersing in Zoom Academy. Alles leren over je camera en alle functies optimaal benutten? Bekijk de gehele cursus!

Zo leer je onder andere:

  • Alles over de techniek van je toestel
  • Je kennis te vergroten en mooiere foto’s te maken
  • Het toepassen van de technieken in de praktijk

Bekijk hier de volledige Cursus Camerabeheersing.


Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Selecties maken op basis van licht en donker: zo werken bereikmaskers in Lightroom

Zwart-witportret belichten: de kracht van klassiek