in

Het optimale diafragma: lens diffractie uitgelegd


4 maart 2020, 08:04

De term diffractie kom je met enige regelmaat tegen als het over fotografie en scherpte gaat. Wat betekent diffractie en hoe kun je er rekening mee houden?

Scherpte is een belangrijk aspect voor veel fotografen. Zeker binnen een genre zoals landschapsfotografie is het belangrijk dat je foto goed scherp is, vaak van voor tot achteren in het beeld. Als fotograaf ga je daarom vaak voor de hoogst haalbare scherpte. Voor zo’n landschapsfoto die van de voorgrond tot de achtergrond scherp moet zijn kies je daarom al snel voor een klein diafragma. Zoals jullie weten is dat – verwarrend genoeg – een groot f-getal, bijvoorbeeld f/16 of f/22. Op die manier vergroot je de scherptediepte en is zowel het bosje op de voorgrond als de bomenrij op de achtergrond goed scherp.

Je zou denken: hoe kleiner het diafragma, hoe beter. Niets is minder waar. De meeste beeldfouten kun je voorkomen door grote diafragma’s te ontwijken en te gaan voor een groter f-getal. Helaas is er aan de andere kant van het spectrum ook een beperking aanwezig: diffractie. Diffractie zorgt voor scherpteverlies in je beelden. Het effect zou je onder de noemer ‘beeldfouten’ kunnen scharen, maar feitelijk gezien is het eerder een natuurkundig effect. Hoe goed of kostbaar je objectief dus ook is, diffractie is altijd een aspect om rekening mee te houden.

Een beeld waarin diffractie optreedt is dus minder scherp dan een beeld waarin diffractie geen rol speelt. Maar wat is het nu eigenlijk? Licht dat in je objectief naar binnen valt komt langs de lamellen van je diafragma. Dat diafragma is – afhankelijk van je instellingen – groot of klein. Licht heeft natuurkundig gezien altijd de neiging om af te buigen als het ergens tegenaan komt, dus ook als het de lamellen van je diafragma raakt. Het is weliswaar geen grote buiging, maar de lichtstralen krijgen toch een kleine buiging mee waardoor ze elkaar op een gegeven moment gaan kruisen. Op dat punt – waar die lichtstralen elkaar kruisen – krijg je scherpteverlies. Bij een kleiner diafragma – dus een kleinere doorgang – is dit effect sterker aanwezig. Hoe kleiner het diafragma: hoe sterker de diffractie.

Het scherpteverlies door diffractie is niet enorm groot, maar waarneembaar als je twee foto’s geschoten met verschillende diafragma’s naast elkaar legt en vergelijkt. Een beeld geschoten bij f/22 komt ‘zachter’ en minder scherp over dan een beeld geschoten bij f/11. Als het even kan is het dus een goed idee om rekening te houden met deze wetenschap als je aan het fotograferen bent en je op zoek bent naar de optimale scherpte en detaillering in je foto’s. Alle objectieven hebben overigens een ‘sweet spot’, een punt waar de scherpte optimaal is. Vaak ligt dat ergens tussen de f/5.6 en de f/11, maar het is voor ieder objectief weer anders. Verder diafragmeren naar f/16 of f/22 heeft in veel gevallen niet enorm veel effect voor de scherpte en kan door diffractie dus ook tegengesteld uitpakken.

Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Inspiratie nodig? 7 onderwerpen om een stilleven te fotograferen

De verschillende bestandsformaten uitgelegd