Fashionfotografie is veel meer dan een model in mooie kleding voor je camera zetten. Je werkt met styling, licht, locatie, poses en sfeer. Al die onderdelen moeten uiteindelijk hetzelfde verhaal vertellen. Juist daarom begint een goede fashionshoot vaak al dagen voordat je de eerste foto maakt.
Hoe pak je zo'n shoot aan als je er zelf mee wilt experimenteren? Met deze vijf tips werk je stap voor stap van een eerste idee naar een samenhangende modeserie.
1. Begin je fashionshoot met een moodboard
Een sterke fashionshoot begint met een idee. Je hoeft nog niet precies te weten hoe iedere foto eruit gaat zien, maar bepaal wel welke sfeer je wilt neerzetten. Een moodboard helpt daarbij. Verzamel beelden die je aanspreken. Dat kunnen modefoto's zijn, maar net zo goed kleuren, interieurs, landschappen, schilderijen, poses, kledingstukken of een bepaald soort licht. Maak bijvoorbeeld een bord op Pinterest of verzamel de beelden in één document.
Kijk daarna kritisch naar je verzameling. Welke kleuren komen steeds terug? Is het licht hard of juist zacht? Zijn de beelden kleurrijk of ingetogen? Welke locaties passen erbij? En welke uitstraling hebben de modellen? Probeer uiteindelijk een duidelijke richting over te houden. Een moodboard met zachte aardetinten, natuurlijk licht en rustige poses vraagt om een heel andere shoot dan een verzameling met harde flits, felle kleuren en grafische vormen.
Denk daarnaast in een serie in plaats van één losse foto. Veel modeseries hebben een eenvoudige setting of verhaallijn. Dat hoeft helemaal geen ingewikkeld verhaal met een begin en einde te zijn. Een model dat door een verlaten stad dwaalt of zich klaarmaakt voor een avond uit kan al voldoende zijn. Zo'n uitgangspunt zorgt ervoor dat je foto's bij elkaar horen. Neem je moodboard ook mee naar de shoot. Het is een handig hulpmiddel om aan je model, visagist of stylist te laten zien wat je bedoelt.

2. Kies je model, styling en visagie als één geheel
Bij fashionfotografie is de keuze van je model erg belangrijk. Zoek daarom niet eerst iemand die toevallig graag op de foto wil en bedenk daarna wat je ermee gaat doen. Draai het liever om: zoek een model dat past bij het concept dat je hebt bedacht. Let daarbij niet alleen op uiterlijk. Uitstraling en houding zijn minstens zo belangrijk. Een model voor een ingetogen, minimalistische modeserie vraagt iets anders dan iemand voor een uitbundige en kleurrijke shoot.
Daarna komt de styling. Kleding is bij fashionfotografie geen bijzaak, maar een van de hoofdonderwerpen van je foto. Kijk daarom kritisch naar kleuren, stoffen, schoenen en accessoires. Controleer tijdens de shoot ook steeds kleine details. Zit een kraag goed? Is een mouw vreemd omgeslagen? Staat een ketting recht? Zulke dingen zijn achteraf vaak lastiger te herstellen dan je denkt.

Ook make-up kan veel verschil maken. Voor een eenvoudige shoot kun je het model vragen zelf make-up mee te nemen. Wil je uitgebreider werken, dan kun je samenwerken met een make-up artist, oftewel MUA. Zeker wanneer iedereen nog een portfolio opbouwt, kun je eventueel op TFP-basis samenwerken: Time For Print. Iedereen investeert dan tijd en krijgt daarvoor bruikbare foto's terug. Hetzelfde geldt voor een stylist. Heb je geen budget voor een professionele stylist? Bouw dan zelf langzaam een kleine verzameling accessoires op die tijdens shoots van pas kunnen komen.
3. Zoek een locatie die het verhaal versterkt
Je kunt bijna overal fashionfoto's maken, maar de locatie heeft enorme invloed op de uitstraling van het eindresultaat. Zoek daarom een plek die aansluit bij je moodboard. Voor een strakke modeserie kan moderne architectuur interessant zijn. Voor een romantische uitstraling kun je juist denken aan natuur, een oud interieur of een lichte kamer. Ook een ogenschijnlijk eenvoudige locatie kan werken zolang kleur, licht en achtergrond bij het concept passen.
Let daarbij vooral op storende elementen. Een prachtig model in zorgvuldig gekozen kleding verliest veel impact wanneer er precies een afvalbak, verkeersbord of felgekleurde tuinslang uit het hoofd lijkt te groeien. Bekijk een locatie daarom vooraf vanuit verschillende standpunten. Let niet alleen op wat er achter je model staat, maar ook op het aanwezige licht. Waar staat de zon tijdens de shoot? Zijn er grote ramen? Kun je in de schaduw werken? En is er voldoende ruimte om afstand tot de achtergrond te creëren?
Dat laatste kan belangrijk zijn als je met een groot diafragma wilt werken. Met bijvoorbeeld F 1,8 of F 2,8 en voldoende afstand tussen model en achtergrond kun je de omgeving mooi verzachten. Toch hoeft de achtergrond niet altijd onscherp te zijn. Bij fashionfotografie kan de locatie juist onderdeel zijn van het verhaal. In dat geval kies je bewust voor meer scherptediepte en geef je de omgeving een grotere rol.

4. Regisseer je model en let vooral op de blik
Zodra alles klaarstaat, ben jij als fotograaf ook regisseur. Dat betekent dat je niet alleen instellingen kiest en op de ontspanknop drukt, maar continu kijkt naar houding, handen, kleding, haar en gezichtsuitdrukking. Vooral bij onervaren modellen kan poseren snel geforceerd ogen. De klassieke 'modelblik' wordt dan soms zo overdreven dat de foto onnatuurlijk aanvoelt.
Geef daarom concrete aanwijzingen. Alleen zeggen dat iemand "ontspannen" moet kijken helpt vaak weinig. Geef liever een handeling of gedachte mee. Laat iemand langzaam lopen, wegkijken, aan een kledingstuk zitten of eerst buiten beeld kijken en daarna naar jou draaien. Maak vervolgens meerdere foto's. Een gezichtsuitdrukking kan binnen een fractie van een seconde veranderen en juist het beeld tussen twee poses in kan het sterkst zijn.
Let ook op handen en voeten. Een prachtig gezicht trekt automatisch je aandacht tijdens het fotograferen, waardoor je gemakkelijk mist dat een hand vreemd gedraaid is of een arm ongelukkig tegen het lichaam wordt gedrukt. Bekijk tussendoor regelmatig je foto's. Niet alleen om de scherpte en belichting te controleren, maar vooral om te zien of de serie nog aansluit op je oorspronkelijke idee. Werk je samen met een stylist of MUA? Luister naar hun ideeën, maar houd zelf het totaalbeeld in de gaten. Jij ziet immers door de zoeker hoe alle onderdelen uiteindelijk samenkomen.
5. Gebruik licht en techniek om de mode te laten spreken
Voor fashionfotografie heb je niet per se een studio vol professionele apparatuur nodig. Met een camera, een lichtsterk objectief en mooi natuurlijk licht kun je al uitstekend beginnen. Een 50mm- of 85mm-prime met bijvoorbeeld F 1,8 geeft je veel mogelijkheden om met een kleine scherptediepte te werken. Een 24-70mm- of 70-200mm-zoomobjectief geeft juist meer vrijheid tijdens het kadreren.
Let vooral op je sluitertijd. Een model staat zelden volledig stil. Zelfs een kleine verandering in houding of bewegende haren kan onscherpte veroorzaken. Zie 1/125 seconde daarom eerder als ondergrens dan als vaste instelling en kies bij beweging liever 1/250 seconde of korter. Verhoog zo nodig je iso om die sluitertijd mogelijk te maken.
Natuurlijk licht of flitslicht?
Met natuurlijk licht kun je prachtige fashionfoto's maken. Buiten is tegenlicht bijvoorbeeld interessant. Zet je model met de rug richting de zon. De haren en contouren kunnen dan mooi oplichten. Het gezicht wordt daardoor wel donkerder. Een reflectiescherm kan helpen om licht terug te kaatsen. Met een wit oppervlak krijg je een relatief zachte invulling. Zilver reflecteert krachtiger en geeft een duidelijker effect.
Je kunt ook flitslicht toevoegen. Daarmee krijg je meer controle over de richting en intensiteit van het licht en kun je bijvoorbeeld de structuur en glans van kleding extra benadrukken. Begin eenvoudig. Eén losse flitser naast de camera geeft al veel meer mogelijkheden dan de flitser rechtstreeks vanaf de camera gebruiken. Houd bij fel omgevingslicht wel rekening met de maximale flitssynchronisatietijd van je camera, tenzij camera en flitser high-speed sync ondersteunen.

Vergeet de nabewerking niet
Bij fashionfotografie hoort meestal ook nabewerking. Denk aan het corrigeren van kleur en contrast, het verwijderen van tijdelijke huidoneffenheden en het wegwerken van kleine storende elementen. Werk daarbij subtiel. Een huid heeft van nature structuur. Wanneer je die volledig gladstrijkt, krijgt je model al snel een onnatuurlijke uitstraling. Hetzelfde geldt voor het aanpassen van lichaamsvormen: vraag jezelf af of zo'n verandering daadwerkelijk nodig is. Besteed liever aandacht aan een consistente uitstraling van de hele serie. Dezelfde kleuren, contrasten en huidtinten zorgen ervoor dat losse foto's uiteindelijk als één modeserie aanvoelen.
Maak er een echte modeserie van
De leukste manier om fashionfotografie te oefenen is om jezelf niet de opdracht te geven één goede portretfoto te maken, maar bijvoorbeeld vijf beelden die samen één verhaal vertellen. Begin met een moodboard. Kies daarna bewust je model, kleding en locatie. Maak vervolgens verschillende beelden: een totaalbeeld waarin je de omgeving laat zien, een halfportret, een close-up, een foto waarin de kleding centraal staat en bijvoorbeeld een detail van een accessoire.
Leg die vijf foto's daarna naast elkaar. Kloppen de kleuren? Vertellen ze hetzelfde verhaal? Past de uitstraling van het model bij iedere foto? Dan ontdek je waar fashionfotografie uiteindelijk om draait. Niet één technisch perfecte foto, maar een serie waarin model, mode, locatie, licht en sfeer samen één geheel vormen.

