Regen maakt een foto niet alleen natter, maar vooral dynamischer. Met de juiste sluitertijd verander je dezelfde bui in scherpe zwevende druppels, korte streepjes of lange banen. Zo gebruik je regen bewust als zichtbaar onderdeel van je compositie.
Maak de regen zichtbaar
Regen is verrassend lastig te fotograferen. Een bui die met het blote oog indrukwekkend lijkt, kan op de foto bijna verdwijnen. Druppels zijn klein, doorzichtig en bewegen snel. Of je ze terugziet, hangt daarom af van de sluitertijd, het licht en vooral de achtergrond.
Zoek een donkere achtergrond waarop lichte druppels afsteken. Een bosrand, donkere gevel, schaduwrijke straat of dreigende lucht werkt beter dan een witte hemel. Licht dat schuin van achteren door de regen valt, laat iedere druppel oplichten. Straatlantaarns, koplampen en etalages zijn ’s avonds uitstekende lichtbronnen.
Kies eerst het gewenste effect
De sluitertijd bepaalt hoe de beweging van een druppel wordt weergegeven. Met ongeveer 1/1000 seconde of sneller kun je druppels vrijwel bevriezen. Dit werkt goed bij opspattend water, een hond die zijn vacht uitschudt of een fietser die door een plas rijdt. Verhoog de ISO-waarde en open het diafragma wanneer je daarvoor te weinig licht hebt.
Tussen ongeveer 1/250 en 1/60 seconde veranderen druppels in korte streepjes. De regen wordt hierdoor duidelijk zichtbaar, terwijl mensen en andere onderwerpen nog redelijk scherp kunnen blijven. Bij 1/30 seconde en langzamer ontstaan langere banen. Vanaf een statief kun je met sluitertijden van een halve seconde of langer een bui veranderen in een bijna grafisch gordijn van licht.

Gebruik de sluitertijdvoorkeuze
De S- of Tv-stand is ideaal wanneer de beweging van de regen belangrijker is dan de scherptediepte. Kies de sluitertijd en laat de camera het bijpassende diafragma bepalen. Zet Auto-ISO aan met een verstandige bovengrens, zodat de camera ook bij wisselend licht kan reageren.
Controleer of het diafragma niet begint te knipperen of de foto te donker wordt. Bij een snelle sluitertijd heeft de camera veel licht nodig. Open in dat geval het diafragma, verhoog de ISO-waarde of kies een iets langere sluitertijd. Werk je vanaf een statief en wil je juist lange regenstrepen, kies dan een lage ISO-waarde en sluit het diafragma.
Stel scherp op het onderwerp, niet op de regen
Autofocus kan tijdens een flinke bui op druppels vlak voor de lens reageren. Gebruik een enkel scherpstelpunt of een klein scherpstelgebied en plaats dat op het hoofdonderwerp. Bij straatfotografie kun je vooraf scherpstellen op een plek waar je verwacht dat iemand langsloopt.
Druppels hoeven zelf niet allemaal scherp te zijn. Wanneer je onderwerp scherp is en de regen als lichte strepen door het beeld loopt, ontstaat juist diepte. Met een langere brandpuntsafstand lijken de druppels dichter bij elkaar te staan en wordt de bui visueel compacter.
Zoek licht en tegenlicht
Regen komt het duidelijkst in beeld wanneer het licht door of langs de druppels schijnt. Fotografeer schuin richting een lantaarn, laagstaande zon of verlichte etalage, maar houd de lichtbron eventueel net buiten het kader. Zo voorkom je een grote uitgebeten vlek.
Overdag kan een korte opklaring tijdens een bui prachtig zijn. De zon verlicht de regen terwijl de achtergrond donker blijft. Meet de belichting op de lichte druppels of controleer de hoge lichten op het histogram. Stel indien nodig iets donkerder in om structuur te behouden.
Flitsen geeft een uitgesproken effect. Een reportageflitser bevriest druppels als heldere stippen. Gebruik hem bij voorkeur los van de camera en schuin van opzij; rechtstreeks flitslicht maakt druppels vlak voor de lens vaak veel te fel. Houd rekening met andere mensen en verkeer.

Opspattend water vastleggen
Plassen geven de regen een duidelijk onderwerp. Kies een laag standpunt en wacht op een fietser, auto, laars of huisdier. Voor afzonderlijke spatdruppels is 1/1000 tot 1/2000 seconde een goed vertrekpunt. Gebruik de continu-opnamestand en begin al voordat het onderwerp de plas raakt.
Wil je beweging suggereren, probeer dan 1/60 of 1/30 seconde en beweeg de camera mee met een fietser. Een scherp gezicht of bovenlichaam naast vervaagde wielen, achtergrond en opspattend water geeft een sterker gevoel van snelheid dan een volledig bevroren beeld.
Let bij verkeer op afstand en veiligheid. Blijf op de stoep, houd apparatuur uit de rijbaan en kies een plek waar je niet achteruit hoeft te stappen om de compositie te veranderen.
Reflecties na de bui
Wanneer de regen stopt, begint een tweede fotomoment. Natte klinkers, asfalt en plassen weerspiegelen straatlicht, gevels en herfstkleuren. Ga laag bij de grond om een kleine plas groot in beeld te brengen. Stel scherp op de weerspiegeling wanneer die het onderwerp vormt.
Een polarisatiefilter kan reflecties verminderen, maar draai het niet automatisch op maximale werking. De weerspiegeling is vaak juist het interessantste deel van de foto. Gebruik het filter bewust om de verhouding tussen het oppervlak onder het water en het spiegelbeeld te regelen.
Bescherm camera en lens
Een spatwaterdichte camera is niet automatisch bestand tegen langdurige slagregen. Gebruik een regenhoes of een eenvoudige stevige plastic zak met een opening voor de zonnekap. De zonnekap voorkomt dat veel druppels rechtstreeks op het frontelement vallen. Neem meerdere droge microvezeldoeken mee en bewaar ze afzonderlijk in een afgesloten zak.
Wissel buiten zo min mogelijk van objectief. Water en vuil kunnen anders in de camera terechtkomen. Controleer regelmatig de voorkant van de lens: één druppel kan grote vage plekken of lichtvlekken veroorzaken.
Stop natte apparatuur thuis niet direct luchtdicht weg. Droog de buitenkant, verwijder accu en geheugenkaart en laat alles rustig op kamertemperatuur komen. Plaats een koude camera eerst in de gesloten cameratas wanneer je een warme ruimte binnengaat; zo ontstaat condens eerder op de tas dan op en in de camera.

Vertel het verhaal van de bui
Een goede regenfoto gaat niet alleen over water. Zoek naar gedrag: mensen die dicht onder een paraplu lopen, kinderen die in plassen springen, glimmende jassen, beslagen ramen en lege terrassen. De regen wordt sterker voelbaar wanneer je laat zien wat hij met de omgeving doet.
Maak zowel overzichtsbeelden als details. Fotografeer de donkere lucht boven de straat, daarna een voorbijganger in de bui en ten slotte druppels op een jas of raam. Samen vormen die beelden een kleine serie met een begin, midden en einde.
Probeer tijdens één bui bewust drie sluitertijden: een zeer korte, een middelmatige en een lange. Vergelijk later niet alleen de scherpte, maar vooral de sfeer. De beste instelling is niet per definitie de technisch scherpste, maar degene die laat voelen hoe de regen op dat moment werkelijk was.
