in

Stralend blauw: alles over het fotograferen in het blauwe uurtje

Je weet misschien al wanneer je op pad moet voor het blauwe uur en wat je kunt gaan fotograferen. Als je je hebt voorbereid, kun je daadwerkelijk op pad om je foto’s te maken. Jeroen Lagerwerf neemt je in dit artikel mee op pad.

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Licht in het Donker in Zoom Academy. Hierin leer je alles over het fotograferen bij weinig licht en nog veel meer!

Wat heb je nodig?

Als je tijdens de vroege ochtend of late avond op pad gaat, stop dan in elk geval de volgende spullen in je cameratas:

  • Een moderne systeem of spiegelreflexcamera.
  • Een stevig statief.
  • Een bekabelde of draadloze afstandsbediening.
  • Een hoofdlamp, zaklamp of telefoon met ledlamp.
  • Een stopwatch of app op je telefoon.
  • Eventueel een Natural Night Filter en ND-filter.

Camera

Hoewel je het blauwe uur met ieder fototoestel of telefoon prima kunt fotograferen, is het wel makkelijker als je camera een groot dynamisch bereik heeft. Vooral in de bewoonde omgeving met veel straatverlichting, billboards en dergelijke is dat handig. Maar het is nog belangrijker dat je goed de grenzen van je apparatuur kent. Zo kun je hier tijdens het fotograferen rekening mee houden, bijvoorbeeld door verschillende belichtingen te combineren (HDR, zie hoofdstuk 6) om zo het dynamisch bereik te vergroten.

Het is handig als je camera een groot dynamisch bereik heeft. Daarbij kun je ook nog gebruikmaken van meerdere belichtingen.

Jeroen Lagerwerf (jlfoto)
Sony A7R IV · ISO 100 · F 2,8 · 1/4 SEC · 70 MM

Statief

Tijdens het blauwe uur is het licht beperkt, waardoor je vaak met lange sluitertijden werkt. Om dan toch een scherpe foto te maken, is een goed stabiel statief een absolute must. Zeker als het een beetje waait of als je met een telelens fotografeert. De betere statieven hebben een mogelijkheid om er extra gewicht aan te hangen, bijvoorbeeld je cameratas. Dit zorgt voor meer stabiliteit. Controleer altijd ter plekke door op je camerascherm in te zoomen of je foto’s goed scherp zijn om teleurstelling achteraf te voorkomen.

Afstandsbediening

Een afstandsbediening helpt om trillingen door het indrukken van de ontspanknop te voorkomen. Eventueel kun je ook de timerfunctie van de camera gebruiken. Vaak is 2 tot 5 seconden genoeg om trillingen door het indrukken van de ontspanknop te voorkomen. Door de vertraging is het wel lastig om op het juiste moment af te drukken. Het werkt ook minder makkelijk en langzamer dan een afstandsbediening.

Lamp

Door het ontbreken van direct licht, is het lastig om scherp te stellen. De autofocus van de camera werkt in het donker maar beperkt. Door tijdelijk even bij te lichten met een zaklamp of telefoon, kun je makkelijker scherpstellen. Zelf heb ik altijd een hoofdlamp bij me die sterk genoeg is voor hardlopers in het donker. Zeker op drukke plekken met veel verkeer, draag ik deze ook voor de veiligheid. Naast het witte licht heeft deze lamp ook rood licht, wat in het donker voorkomt dat je nachtblind wordt en steeds opnieuw aan het donker moet wennen. Handig voor nachtfotografie!

Stopwatch

Voor het berekenen van de juiste sluitertijd is het handig om een app op je mobiel te installeren. De maximale automatische sluitertijd is bij vrijwel iedere camera maximaal 30 seconden. Wil je langer belichten, in de bulb-stand, dan moet je zelf de tijd in de gaten houden met een stopwatch. Gratis apps als FotoTool (Android) of LExp (iOS, betaald) zijn hiervoor een handig hulpmiddel. Vaak hebben deze ook een alarmfunctie, zodat je niet constant de klok in de gaten hoeft te houden.

Filters

In de lichte fase van het blauwe uur is een ND-filter (grijsfilter) van 3 of 6 stops nodig om een lange sluitertijd te krijgen. Eventueel kun je de sluitertijd ook wat ‘oprekken’ door een hoog diafragma te kiezen in combinatie met een lage iso-waarde. Een Natural Night Filter kan handig zijn om kleur zweem van oude straatverlichting te corrigeren. Het filter geeft zelf echter ook vaak een kleurzweem die soms lastig te corrigeren is tijdens de nabewerking van je foto. Lees hier meer informatie over in hoofdstuk 2.

Ook een vaak gefotografeerd onderwerp zoals de Zeelandbrug kun je eens tijdens het blauwe uur bezoeken.

Jeroen Lagerwerf (jlfoto)
Sony A7R III · ISO 250 · F 8 · 30 SEC · 18 MM

Instellingen

Met moderne camera’s kun je tijdens het blauwe uur prima fotograferen in de A/Av-stand. Hierbij stel je het diafragma in, en laat je de camera de rest bepalen. Ook de automatische witbalans is vaak goed genoeg.

Wel is het verstandig om zelf de regie te houden, en de voor- en nadelen van de verschillende instellingen te kennen. Zo kun je bewust voor bepaalde effecten kiezen. Het is dus belangrijk om de basiskennis over het diafragma, de sluitertijd en lichtgevoeligheid goed onder de knie te hebben.

Het is belangrijk te weten welke effecten bepaalde instellingen hebben. Bij het fotograferen van een fietser in de mist kies je voor een vrij korte sluitertijd.

Jeroen Lagerwerf (jlfoto)
Sony A7R III · ISO 250 · F 2,8 · 1/60 SEC · 19 MM

M-stand

Zelf fotografeer ik vaak in de M-stand (manueel) voor maximale controle. Ook de witbalans stel ik vaak handmatig in, hoewel ik dit in de nabewerking gemakkelijk kan aanpassen door in raw te fotograferen. Ik doe dit vooral om mijn idee over de sfeer en indruk van de foto beter te visualiseren.

Dit zijn de meest gebruikte camera-instellingen van Jeroen Lagerwerf:

  • A/Av-stand of M-stand voor landschapsfotografie.
  • S-stand voor wildlife, sport of bijvoorbeeld portretfotografie.
  • Bestandsformaat: raw.
  • Raw-type: Uncompressed.
  • Kleurruimte: AdobeRGB.
  • Ruisonderdrukking lange sluitertijd: uitgeschakeld.
  • Witbalans: automatisch of handmatig (vaak handmatig).
  • Creative Style: standaard (belangrijk voor de live-preview en het histogram).
  • Beeldstabilisatie: aan bij sluitertijden korter dan 1 seconde, anders uit.
  • Exposure Bracketing: meestal handmatig, soms automatisch 2,0 EV x 3.

Raw versus jpeg

Fotograferen in raw-formaat heeft een aantal voordelen ten opzichte van jpeg, maar ook nadelen. Voordelen zijn dat je in raw een groter dynamisch bereik hebt, veel meer controle in de nabewerking hebt en de kwaliteit van de foto veel beter is dan in jpeg. Het nadeel van raw is dat je de foto’s altijd achteraf moet bewerken, wat tijd kost en niet altijd makkelijk is. Goed kunnen omgaan met bewerkingssoftware zoals Lightroom en/of Photoshop is daarom een must. Daarnaast zijn raw-bestanden veel groter en nemen ze dus veel schijfruimte in beslag. Je hebt daardoor een voldoende snelle computer nodig om ze vlot te kunnen bewerken. Afhankelijk van het aantal megapixels van je camera kan de bestandsgrootte oplopen tot meer dan 100 MB per foto! Tijdens het bewerken in Photoshop loopt die bestandsgrootte nog op per gebruikte bewerkingslaag.

Fotografeer altijd in raw, dan kun je er in de nabewerking veel meer uit halen.

Jeroen Lagerwerf (jlfoto)
Sony A7R III · ISO 100 · F 11 · 4 SEC · 9 MM

Jpeg-kleurinstelling

In je camera kun je de jpeg-kleurinstelling instellen (bij Sony heet dit de Creative Style, bij Canon de Picture Style). Je kunt bijvoorbeeld kiezen voor Neutraal of Levendige kleuren. Fotografeer je in raw, dan is het alsnog handig om deze instelling eens te bekijken. Het histogram in de camera is namelijk gebaseerd op de jpeg-preveiw. Een foto die in de camera al bewerkt wordt met ‘Levendige kleuren’, zal er op de live-view van je camera anders uitzien én ook een ander histogram hebben dan een neutraal bewerkte foto. Ik zet deze instelling dus altijd op Standaard/Neutraal.

Werken met lange sluitertijden

In de voorbereiding had je al bekeken wat je wilde gaan fotograferen en wanneer je dat kunt doen in het blauwe uur. Je hebt ook al bepaald wat ongeveer je compositie is. Je bent op tijd op pad gegaan en hebt je camera op statief gezet.

Zoals inmiddels bekend, gebruik je vaak lange sluitertijden bij het fotograferen tijdens het blauwe uur. Maar hoe bepaal je nu welke sluitertijd je nodig hebt?

Deze foto maakte Jeroen een sluitertijd van 30 seconden. Hij stelde hem samen uit meerdere beelden.

Jeroen Lagerwerf (jlfoto)
Sony A7R III · ISO 200 · F 14 · 30 SEC · 17 MM

Apps

Om lange sluitertijden te berekenen, zijn er handige apps voor je smartphone. Zelf gebruik ik de gratis app FotoTool voor Android, maar er zijn zowel voor Andoid als voor iOS verschillende alternatieven. Veel camerafilter-fabrikanten hebben ook een eigen app, of je krijgt een rekenkaartje bij hun ND-filters geleverd.

Handmatig berekenen

Er is ook een handige truc om snel de juiste sluitertijd te berekenen:

  • Positioneer de camera voor de gewenste compositie.
  • Gebruik eventueel ND-filters voor een lange sluitertijd.
  • Stel de iso-waarde in op 6400.
  • Stel de sluitertijd en diafragma voor een goede belichting, let hierbij op het histogram.
  • Onthoud deze sluitertijd.
  • Stel nu de camera in op iso 100.
  • De sluitertijd die je net in seconden had, is bij iso 100 gelijk aan dit aantal minuten. Zo wordt bijvoorbeeld 3 seconden dus 3 minuten sluitertijd.
  • Dus: iso 6400 in seconden = iso 100 in minuten.

Veranderend licht

Tijdens het blauwe uur heb je echter ook te maken met veranderende lichtomstandigheden. Dit maakt het berekenen van de juiste sluitertijd lastig. Zeker bij echt lange sluitertijden van minuten, verandert de lichtintensiteit soms zo veel dat de berekening er zomaar een minuut of meer naast kan zitten. In de ochtend (het wordt steeds lichter) zal de sluitertijd eerder iets korter zijn dan de berekening, en in de avond juist langer (het wordt steeds donkerder). Ook moet je, door het veranderde licht, bij de volgende foto weer opnieuw de juiste sluitertijd berekenen.

Bij het fotograferen van de melkweg in combanatie met het eerste schemerlicht, kun je op zeer lange sluitertijden uitkomen.

Jeroen Lagerwerf (jlfoto)
Sony A7R III · ISO 4000 · F 2,8 (focus stack) · 180 SEC · 18 MM

Hot pixels

Gebruik je lange sluitertijden, dan kunnen zogenaamde ‘hot pixels’ ontstaan. Ze ontstaan door de elektrische stroom in de camerasensor. Bij sluitertijden van ongeveer 10 seconden en langer, warmt de sensor op, waardoor deze hot pixels ontstaan. Je herkent ze aan heel kleine felgekleurde stipjes op de foto.

Om dit probleem tegen te gaan, hebben camera’s een ingebouwd filter: Noise Reduction (NR), ook wel ruisreductie. Met dit filter ingeschakeld, maakt de camera na het nemen van een foto nog een extra foto, maar dan met de sluiter dicht. Op deze zwarte foto (dark frame) zijn heel makkelijk de gekleurde hot pixels te zien. De camera zoekt vervolgens die pixels in de zwarte foto en knipt ze vervolgens op de zelfde plek uit de echte foto.

Het nadeel van deze techniek, is dat het maken van een foto twee keer zo lang duurt, want er wordt na de ‘echte’ foto nog een zwarte foto met dezelfde sluitertijd gemaakt. Je kunt deze optie dus ook uitschakelen. Het resultaat is dan wel een foto waar soms veel van deze pixels in kunnen zitten. Hoeveel dat er zijn, hangt af van de camera en de temperatuur van de omgeving en de camerasensor. Een trucje om dit effect te minimaliseren, is om de camera na het nemen van een foto direct uit te zetten.

In deze foto zie je, als je goed kijkt, dat er hot pixels zijn ontstaan door een lange sluitertijd.

De werking van licht en contrast

We duiken nog even in een stukje theorie over licht en contrast, en hoe je hiermee omgaat als fotograaf.

Als fotograaf wil je dat de kijker je foto’s zo lang mogelijk bekijkt en begrijpt. De kijker moet daarom snappen wat jij met je foto wilt vertellen. Hij/zij moet direct snappen wat het onderwerp van de foto is, bijvoorbeeld een prachtig landschap met verlichte molens in de avond, een berg in de wolken of een bijzonder gebouw.

Door het subtiel gebruik van licht of donker, veel contrast of weinig contrast en verzadigde of minder verzadigde kleuren, kun je diepte in een foto brengen en de kijker als het ware de weg door de foto wijzen.

Aandacht

Probeer maar eens goed te letten op wat jouw oog doet terwijl je naar een foto kijkt. Je zult merken dat je aandacht steeds naar de lichtste plek in de foto terugkeert. Ik noem dat het kijkpunt. Als deze lichte plek niet het onderwerp in de foto is, kan het de kijker afleiden en in verwarring brengen. De foto wordt dan minder sterk of de kijker vraagt zich zelfs af waar de foto nu eigenlijk over gaat.

Om dit te illustreren, heb ik de foto van de Petruskerk in Woerden bewerkt door de lamp boven de poort ‘aan’ te zetten (deze was tijdens het fotograferen gelukkig uit). Bij de andere foto heb ik de voorgrond lichter gemaakt waardoor deze veel meer opvalt dan de achtergrond.

Zwartwaarde

Een ander belangrijk punt, naast de werking van licht, is de zwartwaarde door de foto heen. Vooral bij foto’s met veel mist is goed te zien dat de atmosfeer ervoor zorgt dat er in de verte minder contrast te zien is. Bij helder weer is dat nauwelijks het geval, waardoor de camera het landschap in de verte bijna hetzelfde contrast geeft als de voorgrond. Wij mensen zien ter plekke dan nog wel diepte, maar op een tweedimensionale foto valt dat effect soms helemaal weg.

Door daar rekening mee te houden en slim na te bewerken, kun je meer diepte creëren in je foto. Natuurlijk helpt tijdens het fotograferen een interessante compositie met lijnenspel ook om meer diepte te krijgen.

Objecten met een lagere zwartwaarde en minder contrast, lijken direct verder weg, zeker in de mist!

Jeroen Lagerwerf (jlfoto)
Sony A7R III · ISO 100 · F 2,8 · 1/100 SEC · 75 MM

Complementaire kleuren

Bij het creëren van een interessante foto, houd je niet alleen rekening met licht, maar ook met kleur. Complementaire kleuren zijn kleuren die elkaar versterken. Deze kleurcombinaties maken dat je foto extra opvalt.

Complementaire kleuren komen overal in de natuur voor. Denk aan blauwe lucht met groen gras tijdens een warme zonsopkomst. Dit beeld bevat drie kleuren gelijkmatig rond het kleurenwiel, ook wel triade (of drietal) genoemd. Op de website van Adobe staat een kleurenwiel waarmee je zelf allerlei combinaties kunt maken. Leuk om eens mee te experimenteren: https://color.adobe.com/create/color-wheel.

Gebruik het licht slim

Een aantal punten om dus rekening mee te houden tijdens het fotograferen én bij het bewerken:

  • Licht trekt altijd aandacht.
  • Complementaire kleurcontrasten versterken elkaar en vallen extra op.
  • Met een lagere zwartwaarde en minder contrast lijken objecten verder weg.
  • Zorg ervoor dat lichte objecten zoals lantaarnpalen en lichte reflecties, bijdragen aan de kijkrichting en zo de kijker als het ware naar het onderwerp begeleiden.
  • Zorg ervoor dat de kijker vloeiend in de foto kan rondkijken en niet wordt afgeleid door niet ter zake doende objecten.

Fraai deze kleuren samen: lichtblauw en geel/oranje zijn complementaire kleuren.

Jeroen Lagerwerf (jlfoto)
Sony A7R III · ISO 100 · F 11 · 1/2 SEC · 200 MM

Zoom Academy

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Licht in het Donker in Zoom Academy. Hierin leer je te fotograferen bij weinig licht en nog veel meer!

Zo leer je onder andere:

  • Alles over de benodigde apparatuur
  • Het fotograferen in de avonduurtjes in steden
  • Hoe je de sterren in de nacht kunt vastleggen
  • Nog veel meer over het blauwe uur en lightpainting

Bekijk hier de volledige Cursus Licht in het Donker.


Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Zet het zonlicht naar je hand: Portretten bij natuurlijk licht

Kom langs! Doe live mee met de Nationale Fotografiequiz vanuit onze studio