in

Ruis: hoe ontstaat het en wat kun je ertegen doen

Ruis is misschien wel een van de grootste fotografische ergernissen. Ruis ruïneert onze foto’s en slokt de fijne detaillering op. Maar wat is ruis nu precies en hoe ontstaat het? En – belangrijker nog – wat kunnen we ertegen doen?

Alles leren over de techniek van je camera? Met de Cursus Camerabeheersing van de Zoom Academy leer je jouw camera van A tot Z kennen. 

Ruis zien we als een hinderlijke ‘korrel’ op onze foto’s, met als neveneffect een verminderde detaillering. Aanvankelijk zie je die ruis niet meteen als je op het scherm van je camera kijkt. Maar zodra je wat meer inzoomt op het beeld of dit op een groter scherm bekijkt, wordt dat soms anders.

De hoeveelheid ruis verschilt van foto tot foto: de ene keer meer en de andere minder. De omstandigheden bepalen dus de mate van die ruis. En dat is goed om te weten, want als jij die omstandigheden kunt beïnvloeden, is er gelukkig ook iets aan die ruis te doen. Is het kwaad al geschied of valt simpelweg niet aan ruis te ontkomen? Vaak heb je tijdens de nabewerking nog een herkansing om je van die ruis te ontdoen.

Bij weinig licht moet de iso-waarde dikwijls omhoog. Moderne camera’s kunnen hier beter mee overweg dan oudere.

Jarno Boks (jarnoboks_zoom)
Nikon Z 6 · ISO 1600 · F 1,8 · 3 SEC · 20 MM

Verschillende vormen

Ruis in een foto komt in verschillende vormen voor. De meest voorkomende variant heet luminantieruis. Die doet zich voor als kleine korrels, waarbij kleine afwijkingen zichtbaar zijn in de helderheid tussen die korrels onderling. Deze ruis is op zich niet zo storend, maar gaat wél ten koste van de detaillering.

De tweede soort is kleurruis. Die vind je met name in egale vlakken. Deze vorm van ruis wordt gekenmerkt door een soort afwijkend pixelpatroon in felle kleuren, met name rood, paars en groen. Kleurruis treedt ook vaak op als onderbelichte delen van een foto tijdens de nabewerking flink ‘opgetrokken’ worden en lichter worden gemaakt.

Als je op het beeld inzoomt, zie je bij hogere iso-waarden meer ruis. Boven een detailuitsnede met iso 200, midden met iso 12.800. Onder de jpeg-versie van de laatste foto, waarbij de ruisreductie in de camera behalve ruis ook detaillering heeft weggepoetst.

Veel of weinig ruis?

Hoeveel ruis ontstaat, hangt dus af van de omstandigheden. Daarom zie je op de ene foto meer ruis dan op de andere. De gebruikte camera speelt daarbij een rol. Met een grotere beeldsensor heb je over het algemeen minder gauw last van ruis dan met een kleinere. Maar ook de sensorresolutie is indirect van belang: hoe hoger die is, des te kleiner de afzonderlijke pixels, en des te eerder ruis optreedt.

Ten slotte kan ook de leeftijd van je camera van invloed zijn. Oudere camera’s geven vooral bij hoge iso-waarden meer ruis. En laten hoge iso-waarden nu net een van de belangrijkste oorzaken zijn van het ontstaan van ruis. Hoe goed je camera hiermee kan omgaan, hangt weer grotendeels af van de eerdergenoemde factoren. Maar als je bij een specifieke camera de iso-waarde verhoogt, gaat dat vrijwel altijd gepaard met meer ruis.

Hoe ontstaat ruis?

Zoals je eerder hebt gelezen, is de iso-waarde een onderdeel van de belichtingsdriehoek, naast de variabelen sluitertijd en diafragma. Al deze variabelen gebruiken we om een juiste belichting te bereiken. Daarbij is de iso-waarde zogezegd de joker, die je inzet omdat je het wegens gebrek aan licht anders niet redt.

Vaak wordt beweerd dat we via de iso-waarde de lichtgevoeligheid van de sensor kunnen aanpassen. Maar in tegenstelling tot filmrolletjes, waarbij een hogere iso-waarde inderdaad voor een hogere gevoeligheid staat, heeft een beeldsensor een vaste gevoeligheid. Wat in feite gebeurt als je de iso-waarde verhoogt, is dat het signaal van die sensor dat naar de beeldprocessor gaat, wordt versterkt. En als je een signaal versterkt, versterk je ook de aanwezige ruis. Vergelijk het met een radio waarbij je de volumeknop omhoog draait omdat de ontvangst slecht is. Dan hoor je de muziek beter, maar de kraakje en piepjes eveneens.

Overigens is niet alleen de iso-waarde een risicofactor, maar ook de belichtingstijd. Beelden met een (extreem) lange belichtingstijd vertonen meer ruis dan beelden met een korte belichtingstijd, zelfs al is een lage iso-waarde ingesteld. Tot slot kan ruis ook opspelen tijdens de nabewerking, met name wanneer je de helderheid van schaduwpartijen optrekt. Sowieso vraag je om een extra portie ruis wanneer je een te donkere foto naderhand lichter maakt.

Niet alleen bij hoge iso-waarden, maar ook met lange sluitertijden loop je een grotere kans op ruis.

Arisca van ‘t Hof (ariscaa)
Canon 80D · ISO 100 · F 9 · 68 SEC · 20 MM

Beperken is beter..

Wil je de ruis tot een minimum beperken? Duik dan eens het uitgebreide menu van je camera in. De meeste camera’s hebben namelijk twee instellingen onder de kap om ruis te reduceren. Ga op zoek naar de functie Ruisreductie Hoge ISO of NR Hoge ISO, waarbij NR staat voor ‘Noise Reduction’. Indien je die functie aanzet, wordt de ruis onderdrukt bij gebruik van hogere iso-waarden. Zo kun je al een hoop ellende voorkomen. Maar let op! Deze functie heeft alleen invloed op jpeg-foto’s, niet op raw-bestanden. Wie in raw fotografeert, elimineert de ruis achteraf tijdens de nabewerking.

Een tweede functie die je kunt opzoeken in je camera, is de instelling NR Lange Belichting. Die functie onderdrukt de ruis bij lange belichtingstijden, door na zo’n foto nóg een foto te maken, maar dan met gesloten sluiter. Resultaat: een zwart beeld (‘dark frame’). In dat zwarte beeld ‘kijkt’ je camera waar de ruis ontstaat, en gaat vervolgens met die gegevens je echte foto opschonen. Gevolg: minder ruis bij lange sluitertijden. Handig, behalve als de wachttijden tussen twee opnamen een hindernis zijn (zoals bij bijvoorbeeld astrofotografie het geval kan zijn).

Via het cameramenu kun je reeds het nodige doen om ruis te beperken.

En voorkomen nóg beter

Feit blijft: hoe hoger de iso-waarde, hoe meer ruis. Wil je ruis tot een minimum beperken, probeer dan je iso-waarde dus zo laag mogelijk te houden. Bijvoorbeeld door een langere sluitertijd te gebruiken. Zo laat je langer licht op de sensor vallen en hoeft de iso-waarde niet onnodig omhoog. Uiteraard moet je onderwerp dat wel toelaten, zodat geen bewegingsonscherpte ontstaat. En als het lastig wordt om je camera stil te houden, grijp je naar je statief of een ander steuntje.

Ook kun je meer licht naar de sensor sluizen door te werken met een groot diafragma (laag F-getal). Een lichtsterk objectief helpt daarbij ontzettend. Diafragmawaarde F 2,8 in plaats van F 5,6 komt overeen met het verschil tussen iso 400 en iso 1600. Uiteraard lever je ook scherptediepte in als je het diafragma opendraait.

Iso-invariantie

Al eerder hebben we genoemd dat het geheid meer ruis geeft als je bij de nabewerking je beeld, en in het bijzonder de schaduwen, helderder maakt. Dit plaatst je voor een lastig dilemma. Want om je foto tijdens de opname ruimer te belichten, zul je vaak de iso-waarde moeten verhogen als een langere sluitertijd of groter diafragma geen optie is. Wat is dan het minste van twee kwaden: onderbelichten en de ruistoename door de nabewerking voor lief nemen? Of liever meteen een hogere iso-waarde, compleet met de extra ruis van dien?

Helaas verschilt het antwoord van camera tot camera. Bij veel camera’s, zeker wat oudere modellen, is het zo dat onderbelichting de grootste schade aan de beeldkwaliteit berokkent. Dus als de iso-waarde omhoog moet om dat te voorkomen, dan moet dat maar. Meer en meer actuele modellen zijn echter grotendeels ‘iso-invariant’. Dat wil zeggen dat je met een gerust hart binnen redelijke grenzen kunt onderbelichten met een lage iso-waarde, om nadien in de nabewerking de helderheid weer tot een normaal peil op te trekken. Zo krijg je niet alleen de minste ruis, maar ook het maximale dynamisch bereik.

De langere sluitertijd in combinatie met een statief hield de iso-waarde laag.

Raoul Baart (weimaraan)
Nikon D800 · ISO 100 · F 14 · 0,6 SEC · 20 MM

Ruis achteraf verwijderen

Er zijn veel technieken om ruis te beperken. Maar soms heb je simpelweg die hogere iso-waarde nodig om een bepaalde foto te kunnen maken, en neem je die ruis op de koop toe.

Gelukkig biedt software nog legio mogelijkheden om je naderhand enigszins van de ruis te ontdoen. Programma’s als Adobe Photoshop of Lightroom hebben daarvoor prima functies. In Lightroom Classic of de ingebouwde raw-converter van Photoshop, Camera Raw, vind je een speciaal paneel Details. Hierbinnen tref je de mogelijkheden aan voor Ruisreductie, zowel luminantieruis als kleurruis. Door eenvoudigweg de schuifregelaars te gebruiken, kun je de ruis elimineren. Ga niet te ver, want dan wordt je afbeelding vlak en plasticachtig. Gespecialiseerde programma’s zoals Topaz DeNoise bieden nóg meer mogelijkheden voor ruisonderdrukking op maat met zo min mogelijk ongewenste neveneffecten.

Ruis verwijderen in Lightroom Classic met behulp van schuifregelaars.

Niet altijd ongewenst

Tot slot willen we beklemtonen dat ruis niet per se nadelig hoeft uit te pakken. Soms kan ruis een dosis extra karakter meegeven aan je foto, net als een grove korrel in het filmtijdperk. Zulke rafelrandjes moet je niet koste wat kost willen wegpoetsen, maar juist omarmen.

Mocht dat toch een stap te ver voor je zijn, realiseer je dan dat camera’s steeds beter presteren bij hogere iso-waarden. Wie had vijftien jaar terug durven dromen van ruisarme foto’s in hoge resolutie met iso-waarden van 1600 of hoger?

Zoom Academy

Om de beste foto’s te maken, is goede kennis van die technologie essentieel. Met de cursus Camerabeheersing leer jij je camera van A tot Z kennen!

Wat ga je leren?

  • Sensorstof herkennen en voorkomen
  • Werken met filters
  • De autofocus optimaal inzetten
  • Koopgids voor objectieven
  • Firmware-updates voor je camera

Kortom: na het volgen van de cursus Camerabeheersing voorkom je fouten én mis je nooit meer dat ene moment door een verkeerde instelling. 


Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Scherp uitgelegd: alles over scherpte en onscherpte

Landschapsfotografie: laat het landschap spreken