in

Nooit meer een onscherpe foto: zo zet je de autofocus naar je eigen hand

Als er één onderdeel is waarop een moderne camera je verwent met talloze mogelijkheden, dan is het wel de automatische scherpstelling. Voor de modale gebruiker wordt die overvloed al snel overdaad. Geen nood: we vertellen je precies hoe je de autofocus naar je eigen hand kunt zetten!

De eerste spiegelreflexen met autofocus (AF) die midden jaren tachtig van de vorige eeuw op de markt verschenen, hadden maar één scherpstelpunt, aangegeven door een soort ‘brievenbus’ in het midden van de zoeker. Vaak kon je nog kiezen tussen enkelvoudige en continue scherpstelling, en dat was het zo’n beetje.

Vergelijk dat eens met de in 2021 verschenen Sony A7 IV. Die heeft ruim 700 fasedetectie-AF-punten verspreid over vrijwel het complete beeld, en daarnaast ook nog 425 contrastdetectie-AF-punten (op het verschil daartussen gaan we verderop in). Het autofocussysteem kan niet alleen bewegingen volgen, maar ze zelfs voorspellen. Verder is de AF in staat om gezichten van mensen én dieren automatisch te herkennen, zodat daarop kan worden scherpgesteld. Of, als het nóg nauwkeuriger moet, op het oog. In kritische situaties kun je zelfs tussen het rechter- of het linkeroog kiezen.

Door zelf een scherpstelpunt of -gebied te selecteren, voorkom je in zo’n situatie dat de camera per ongeluk op de voorgrond scherpstelt.

Ruud Engels (ruudengels)
Nikon D800 · ISO 250 · F 8 · 1/1000 SEC · 400 MM

Het juiste onderwerp

In andere artikelen hebben we gezien dat bij vrijwel elke foto de afweging moet worden gemaakt wat scherp in beeld komt en wat niet. Dit wordt in eerste instantie bepaald via de scherpstelling, en in tweede instantie ook via de scherptediepte. In de regel moet de hoogste scherpte op het hoofdonderwerp van de foto komen te liggen. En daar dient de scherpstelling voor, of je dat nu automatisch of handmatig doet.

De eerste vereiste bij automatische scherpstelling is dus dat de camera weet wat het hoofdonderwerp ís. En in veel gevallen ook op welk deel van het hoofdonderwerp de scherpte precies moet komen te liggen. Dan kan het ook nog zijn dat het onderwerp beweegt: naar de camera toe, van de camera af, of dwars door het beeld. In het laatste geval kan het gaan om een min of meer rechtlijnige of een meer willekeurige beweging. Een auto op een circuit beweegt zich voorspelbaarder dan een voetballer die om verdedigers heen slalomt.

Dit zijn allemaal knopen die de camera in de AF-stand moet doorhakken om een correct scherpgestelde foto te waarborgen. Je voelt hem al aankomen: al die keuzeopties zijn vooral bedoeld om de camera alvast een beetje op het juiste spoor te zetten. Zodat die wanneer het erop aankomt de juiste beslissingen neemt, sneller en beter dan de meeste fotografen het zelf zouden kunnen.

Doordat de AF-techniek de afgelopen decennia enorme vooruitgang heeft geboekt, is automatische scherpstelling bij veel fotografische disciplines de regel geworden en handmatige scherpstelling de uitzondering.

Een veld vol met autofocuspunten van een spiegelreflexcamera.

Een systeemcamera heeft vaak veel meer AF-punten, die ook een groter gebied beslaan.

Het juiste punt

Zoals we al eerder zeiden, moesten de eerste automatisch scherpstellende camera’s het doen met één scherpstelpunt in het midden van de zoeker. Als je het onderwerp niet midden in beeld wilde hebben, moest je eerst met dat scherpstelpunt scherpstellen en daarna herkadreren. Dat kost nogal wat tijd en gaf ook niet altijd het beste resultaat.

Moderne spiegelreflex- en systeemcamera’s hebben tientallen tot wel honderden scherpstelpunten, die – zeker bij systeemcamera’s – over zo’n beetje het hele beeld zijn verdeeld. Met behulp van knopjes, een klein joystickje of het aanraakscherm selecteer je het gewenste punt, waarna de camera daarop scherpstelt.

Nu bestaat altijd de kans dat of jij of je onderwerp na het scherpstellen een beetje beweegt, waardoor de scherpstelling er op de uiteindelijke foto nét naast grijpt. Om dat te voorkomen, kun je vaak ook een groepje scherpstelpunten aanwijzen. Dit wordt ‘zonescherpstelling’ genoemd. Die zone kun je verplaatsen en meestal ook groter of kleiner maken. De camera weet dan in welk deel van het beeld er gezocht moet worden, zodat geen tijd wordt verspild aan nodeloos speurwerk én de kans op missers wordt verkleind. Bij zonescherpstelling wordt dus al enig denkwerk aan de camera toevertrouwd. Je hoeft die overigens niet blindelings te vertrouwen, want het actieve scherpstelpunt licht bijvoorbeeld op of kleurt groen zodra daarop scherpgesteld is.

Je kunt het jezelf nog makkelijker maken door de hele klus uit te besteden. Vooral wanneer je mensen of dieren fotografeert, gaat dat tegenwoordig opmerkelijk vaak goed, dankzij een techniek die bekendstaat als ‘gezichtsherkenning’. Een variant hierop is ‘oogherkenning’, ook wel ‘Eye-AF’ genoemd. Deze techniek is inmiddels zó verfijnd dat veel camera’s ook ogen van zoogdieren en zelfs vogels kunnen herkennen om daarop scherp te stellen. Zijn hoofd en ogen van een menselijk onderwerp niet zichtbaar? Zelfs lichaamsdetectie behoort sinds kort tot de mogelijkheden. De betreffende opties vind je allemaal in het AF-menu van je camera.

Het scherpstelpunt kun je groter of kleiner maken.

Bij portretfoto’s gaat de aandacht meestal uit naar de ogen. Die moeten dan ook optimaal scherp zijn. (Model: Glenn)

Dennis van den Heuvel (dvdh)
Fujifilm X-T20 · ISO 400 · F 4 · 1/90 SEC · 32 MM

Scherpstelbegrenzing

Om snel en zonder onnodig heen en weer pendelen te kunnen scherpstellen, is het prettig als je objectief niet het hele traject van dichtbij tot oneindig hoeft te doorlopen. Daarom beschikken veel macro- en superteleobjectieven over een scherpstelbegrenzing (‘limiter’). Met zo’n schakelaar kun je het scherpstelbereik desgewenst in stukjes knippen, bijvoorbeeld van de kortste instelafstand tot 10 meter en van 10 meter tot oneindig. Of je kiest tussen het volledige bereik of alleen het macrogebied.

Veel tele- en macro-objectieven, zoals deze Nikon-macrolens, beschikken over een schakelaar waarmee het scherpstelbereik kan worden begrensd.

Bewegende onderwerpen

Bij bewegende onderwerpen wordt het allemaal nog een stuk ingewikkelder. De AF moet niet alleen een onderwerp dat in beweging is zien te vinden én vast te houden, maar ook anticiperen op die bewegingen. Dat geldt niet alleen voor serieopnamen, maar zelfs bij één enkele opname. Tussen het indrukken van de ontspanknop en het moment dat de opname daadwerkelijk wordt gemaakt, zit immers altijd een minieme vertraging. In die periode kan het onderwerp zich al een klein stukje hebben verplaatst, zodat de scherpstelling er nét naast zou zitten indien die niet werd bijgesteld.

Tot een aantal jaren terug waren twee aparte systemen om scherp te stellen in zwang. Spiegelreflexen maakten van oudsher gebruik van een fasedetectiesysteem met een aparte sensor. Zo’n systeem werkt prima om bewegende onderwerpen te volgen, al wordt het onderwerp telkens even uit het oog verloren wanneer de spiegel wordt opgeklapt om een foto te maken. Compactcamera’s, en ook de eerste generaties systeemcamera’s, stelden scherp met behulp van contrastdetectie op de sensor. Zo’n systeem is van nature extreem nauwkeurig, maar kan weer minder goed overweg met bewegende onderwerpen. In het begin waren systeemcamera’s daardoor in het nadeel bij disciplines zoals sportfotografie.

Die achterstand is inmiddels echter méér dan goedgemaakt, doordat de meeste systeemcamera’s tegenwoordig ook zijn uitgerust met speciale fasedetectiepixels op de sensor. Zo’n gecombineerd systeem van contrast- en fasedetectie wordt ‘hybride AF’ genoemd. Canon en Panasonic gebruiken allebei een eigen, afwijkend systeem, dat in de praktijk vergelijkbare resultaten geeft.

Zo’n snel en onvoorspelbaar onderwerp is best een uitdaging voor de AF van je camera.

Sanne Bontan (SanneBontan)
Canon 5D IV · ISO 100 · F 3,2 · 1/1250 SEC · 200 MM

AF-S of AF-C

Als je bewegende onderwerpen voor je lens krijgt, kun je de camera daarop voorbereiden door de juiste AF-modus te kiezen. De stand waarin de camera continu de scherpstelling blijft bijstellen, heet vaak AF-C. Die voor eenmalige scherpstelling heet vaak AF-S (van ‘Single’). Bij Canon heten ze respectievelijk AI Servo en One Shot.

Voor twijfelgevallen is er vaak ook nog een derde stand, waarin de camera zelf bepaalt of het onderwerp al dan niet beweegt, en aan de hand daarvan de beste modus kiest. Die stand heet AF-A, of AI Focus bij sommige Canon-camera’s.

Scherpstel- of ontspanprioriteit

Soms kan je camera niet (of niet meteen) scherpstellen, bijvoorbeeld doordat het AF-systeem niet genoeg contrast kan vinden als houvast bij de scherpstelling. Dit kan ertoe leiden dat in de zoeker of op het scherm een waarschuwing verschijnt, en je geen foto kunt maken zolang niet scherpgesteld is. Dit heet scherpstelprioriteit of ‘focus priority’. Deze optie is meestal actief bij eenmalige scherpstelling. Bij continue scherpstelling staat de camera veelal standaard op ontspanprioriteit of ‘release priority’, waardoor je ook de ontspanknop kunt doordrukken voordat optimaal scherpgesteld is. Wil je dat je hoe dan ook direct een opname kunt maken, of juist dat de scherpstelling altijd voorrang krijgt? Je kunt dit via het cameramenu allemaal aanpassen.

Zeker bij bewegende onderwerpen is de juiste autofocusmodus essentieel voor een zo groot mogelijke trefkans.

Michel Roesink (mhrroes)
Nikon D750 · ISO 4000 · F 6,3 · 1/2500 SEC · 150 MM

Tracking

Het spreekt vanzelf dat de keuze voor de juiste instelling van nóg groter belang is wanneer je serieopnamen maakt. Anders verdwijnt je onderwerp van beeldje tot beeldje steeds verder uit de scherpte. Houd er wel rekening mee dat bij de meeste camera’s het maximale opnametempo (de ‘burstrate’) wat lager ligt wanneer de scherpstelling van opname tot opname moet worden bijgesteld. Dit bijstellen noemen we ‘tracking’.

De essentie van tracking is dat de AF je onderwerp zo goed mogelijk blijft volgen. En als je aanvankelijk een bepaald scherpstelpunt of scherpstelgebied hebt geselecteerd, heb je geen garantie dat een bewegend onderwerp binnen dat gebied blijft. Een vliegende vogel of rijdende auto kan zich gedurende een serieopname van de ene kant van het beeld naar het andere verplaatsen, terwijl een rennend kind misschien opeens rechtsomkeert maakt. Daarbij loop je ook nog het risico dat allerlei obstakels in beeld opduiken. Bij een dribbelende spits kunnen dat andere spelers of de scheidsrechter zijn, maar ook de armen van een enthousiaste toeschouwer op de rij voor je.

Ook op dit vlak biedt het cameramenu uitkomst. Indien je een specifiek scherpstelpunt of -gebied aanwijst, waarbij het gevaar bestaat dat het onderwerp door de AF uit het zicht wordt verloren, kan een flexibele modus uitkomst bieden. Zodra de camera detecteert dat het onderwerp zich niet meer binnen de grenzen van het geselecteerde gebied bevindt, springen de scherpstelpunten daaromheen bij. In tegenstelling tot bij gewone zonescherpstelling zijn de grenzen van het scherpstelgebied dus niet absoluut.

Vaak kun je in de AF-C-modus ook kiezen tussen verschillende tracking-instellingen voor verschillende soorten bewegingen. Zo kun je de camera bijvoorbeeld vertellen dat die plotseling opduikende obstakels moet negeren, en of de beweging regelmatig of juist onvoorspelbaar is. Hoe geavanceerder (en kostbaarder) je camera, en hoe meer deze is georiënteerd op sport- en persfotografen, hoe meer mogelijkheden je op dit terrein hebt. De benamingen voor de diverse modi verschillen per fabrikant en model, dus raadpleeg voor de finesses de handleiding.

Bij een voor actiefotografie ontworpen camera zoals de Canon EOS R3 kun je de AF-tracking finetunen naargelang het te volgen onderwerp.

AF-lock en back button focus

Standaard stelt jouw camera altijd scherp zodra je de ontspanknop half indrukt. Zeker wanneer je met AF-S een stilstaand onderwerp fotografeert, is dat soms een beetje omslachtig en tijdrovend. Daarom kun je ook via een andere knop scherpstellen. Je hoeft dit dan alleen nog te doen als het echt nodig is. Dus na de eerste keer kun je alsmaar foto’s blijven maken, zolang de afstand tussen jou en het onderwerp maar hetzelfde blijft. Zodra jij of het onderwerp van plek verandert, moet je nog een keertje extra scherpstellen.

Deze methode heet back-button-focus, omdat je het scherpstellen doorgaans aan een knop achterop toewijst. Je kunt jouw wijsvinger dan continu op de ontspanknop houden en je duim in de buurt van die scherpstelknop. Zoals gezegd is dat vaak een speciale knop achter op de camera, die AF-L (AF-lock), AF-ON of kortweg AF heet. Je hoeft dan alleen via een menuoptie aan te geven dat de ontspanknop niet meer mag scherpstellen. Soms volstaat het de lens op handmatige scherpstelling te zetten, mits AF-L/AF-ON dan natuurlijk gewoon blijft werken. Zoek online even op je cameramodel, al dan niet in combinatie met ‘back button focus’, om uit te vinden hoe het bij jouw toestel allemaal precies zit.

Handmatig bijsturen

Nu kan het natuurlijk weleens gebeuren dat de automatische scherpstelling een verkeerde keuze maakt. Neem een groepsportret. In zo’n geval stelt gezichtsherkenning vaak scherp op het gezicht dat het dichtst bij jou is of zich het meest centraal in beeld bevindt. Soms kun je via het aanraakscherm aangeven dat je prioriteiten elders liggen. Maar vaak werkt het sneller als je de scherpstelling even ‘overpakt’ met de hand. In veel gevallen hoef je daarvoor alleen maar aan de scherpstelring te draaien terwijl de camera en/of het objectief op de AF-stand staat.

Je moet dan natuurlijk wél zelf opletten dat het gewenste onderwerp écht scherp is. Gelukkig helpen oplichtende scherpstelpuntjes in de zoeker of op het scherm je daar vaak bij, net als andere scherpstelhulpmiddelen zoals ‘focus peaking’ (oplichtende scherpe contouren). Handmatig bijstellen heeft doorgaans alleen zin bij AF-S, omdat de scherpstelmotor bij AF-C tegengas zal geven. Verder moet je bij oudere objectieven met een ‘schroevendraaieraandrijving’ vanuit de camerabody in plaats van een ingebouwde AF-motor, zeker weten dat de aandrijving ontkoppeld is voordat je aan de scherpstelring draait. Anders bestaat de kans dat je de boel forceert.

Overschakelen naar handmatige scherpstelling doe je met een schakelaar (objectief of body) of een menuoptie.

Helemaal met de hand (MF)

Natuurlijk mag je ook volledig met de hand scherpstellen. Als je bijvoorbeeld een serie landschapsfoto’s maakt vanaf statief, waarbij weinig verandert behalve het licht, werkt dat minstens zo goed. Zeker als je ook nog eens gebruikmaakt van de hyperfocale afstand: de instelafstand waarop, bij een bepaald diafragma, de scherptediepte tot oneindig doorloopt. In zo’n geval is het wel prettig als je die instelafstand, en liefst ook de scherptediepte, kunt aflezen op het objectief of op je scherm.

Om handmatig scherp te stellen, zet je eerst een schakelaar om op het objectief of de camera, of je kiest deze optie in het cameramenu. Mocht het in het begin tegenvallen, dan kun je met name bij systeemcamera’s en spiegelreflexen in de live-view-stand putten uit een heel arsenaal aan scherpstelhulpmiddelen. Zoals het eerdergenoemde ‘focus peaking’, al dan niet in combinatie met inzoomen op het belangrijkste deel van het beeld. Vaak kun je bijvoorbeeld via het menu instellen dat focus peaking en/of de inzoomfunctie automatisch in actie komt zodra je aan de scherpstelring draait.

Zo’n traditionele scherpstelafstand- en scherptediepteschaal als bij dit manual-focus-objectief van Zeiss zie je zelden meer. Maar sommige actuele objectieven (ook bij Zeiss) hebben daarvoor hun eigen lcd-schermpje.

Koppeling met lichtmeting

Een laatste aandachtspunt is de relatie tussen scherpstelling en lichtmeting. Op zich is het niet onlogisch dat het onderwerp waarop is scherpgesteld ook de prioriteit bij de belichting krijgt. Soms kan dit echter tot ongewenste resultaten leiden. Daarom vind je in het menu vaak een optie om de belichting en de scherpstelling van elkaar los te koppelen. Meestal heb je in hetzelfde menu de keus om bij een vergrendeling van de scherpstelling via de ontspanknop of de eerdergenoemde AF-L-knop al dan niet in één moeite door de belichting te vergrendelen.


Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Altijd de juiste compositie: staand, liggend of vierkant?

Op reis naar een verre bestemming: zo maak je prachtige reisportretten