in

Landschapsfotografie: laat het landschap spreken

Landschapsfotografie is meer dan een paar mooie plaatjes schieten van de omgeving. Echt mooie landschapsfoto’s zijn een combinatie van een degelijke voorbereiding, een goede techniek in het veld en een zorgvuldige nabewerking.

Een sterke landschapsfoto registreert meer dan alleen de omgeving. Een sprekend beeld weet de kijker te verbazen. Hij laat het landschap zien zoals de toeschouwer het zelf nooit opgemerkt zou hebben. Sfeer, licht, compositie en diepte zijn daarbij uiterst belangrijk. Die elementen transformeren een doorsneefoto tot een magisch raam op een uniek moment. Ze nodigen de kijker uit om de omgeving te ontdekken. Dergelijke foto’s ontstaan echter niet zomaar. Aan een mooie landschapsfoto is vaak een grondige voorbereiding voorafgegaan, waarbij je het weer en de omstandigheden perfect moet kunnen inschatten. Daarnaast helpt het ook als je het juiste materiaal op zak hebt én dat je weet hoe het correct te gebruiken. Heb je dit alles aangevinkt op je lijstje, dan rest je nog een goede nabewerking. Kortom: bij een geslaagde foto komt heel wat meer kijken dan een klik op de ontspanknop. 

Camera

In principe kun je met elk type camera landschapsfoto’s maken. Toch zijn er een paar zaken waaraan je best aandacht kunt besteden. Bij landschapsfotografie heb je vaak te maken met enorme contrastverschillen. Zo krijg je ’s morgensvroeg of ’s avonds laat, wanneer de lucht al behoorlijk fel is, maar het landschap nog maar weinig licht krijgt, grote contrastverschillen tussen de lucht en de voorgrond. Dan heb je een camera met een groot dynamisch bereik nodig om het beeld goed te kunnen vatten. Ook wat een camera weet te registreren aan kleuren, scherpte en de detaillering is belangrijk, zodat alle details in het landschap, zowel in de voorgrond als aan de horizon duidelijk zichtbaar zijn.

Een doorgewinterde landschapsfotograaf kiest daarom vaak voor een fullframe camera, met een grotere sensor. Daarmee heb je een groter dynamisch bereik en voorkom je storende ruis. Bovendien blijft ook de brandpuntsafstand van de lens ongewijzigd. Een groothoeklens als 16 mm blijft echt een groothoek. Bij aps-c camera’s, met een kleinere sensor, zie je een uitsnede van het beeld en wordt de brandpuntsafstand met een factor 1,5 of 1,6 vermenigvuldigd. Een groothoek van 16 mm wordt op een aps-c camera eigenlijk een 24 mm. En dat is minder interessant voor landschapsfotografie.

Foto: Rolena

Lenzen

Het is een misvatting dat je voor landschapsfotografie absoluut een groothoeklens nodig hebt. Als je te veel van het landschap laat zien, komen vaak storende elementen in beeld. Bovendien komt de foto dan wat twijfelachtig over. Zoom je meer in op het landschap, dan blijft het beeld rustiger en laat je alleen de essentie zien. Een perfecte lens voor landschapsfotografie is daarom geen groothoek, maar een standaardlens, zoals een 18-55 mm op een aps-c camera of een 24-70 mm op een fullframe camera. Zo’n zoomlens is voor landschapsfotografie wellicht de meest veelzijdige keuze. Vul je hem daarna aan met een telelens zoals een 70-200 mm dan beschik je al over een mooi bereik, waarmee je zowel weidse landschappen als details in de verte kunt fotograferen.

Statief

‘Aan het statief herken je de serieuze fotograaf’, schreef landschapsfotograaf David Noton in een van zijn boeken. Een boude uitspraak, maar er schuilt wel waarheid in. Een statief wordt vaak onderschat. Wie landschappen fotografeert, kiest meestal voor veel scherptediepte (zie bij camera-instellingen). De kleine diafragmaopening die daarbij hoort, laat minder licht door. Het gevolg is dat de sluitertijd langer wordt en de camera gevoeliger voor bewegingsonscherpte. Bovendien fotografeer je landschappen vaak ’s morgens en ’s avonds wanneer het licht beperkt is en gebruik je regelmatig filters. Al deze zaken zorgen ervoor dat sluitertijden van enkele seconden tot soms zelfs minuten eerder regel dan uitzondering zijn. Een degelijk statief is dus absoluut noodzakelijk.

Foto: JGroeneweg

Grijsverloopfilters

Het kwam eerder al aan bod dat je bij landschapsfotografie vaak te kampen hebt met grote contrasten. Een camera met een groot dynamisch bereik is dus belangrijk. Maar contrast tussen het lichtste en het donkerste deel is vaak zo groot dat zelfs de beste camera’s er niet in slagen het beeld weer te geven zoals je dat je met je eigen ogen ziet. Daarom krijg je vaak foto’s waarbij óf de lucht goed belicht is met de voorgrond veel te donker. Of omgekeerd: de voorgrond is goed belicht, maar de lucht is helemaal uitgebrand en bevat geen detail meer. In zulke gevallen is het dynamisch bereik van de camera dus te klein en hebben we hulpmiddelen nodig om de foto goed te belichten. Grijsverloopfilters zijn dan een oplossing. Zo’n filter bestaat uit een licht en een donker deel, waarbij het donkere deel in de meeste gevallen voor de lucht geplaatst wordt. Zo verklein je het contrastverschil tussen de lucht en de voorgrond en worden beide goed belicht.

Polarisatiefilter

Een polarisatiefilter is een handig hulpmiddel tegen reflecties. Daarnaast kan het ook contrasten verbeteren: in een contrastrijke blauwe lucht worden de wolken beter geaccentueerd. Draai aan het filter om meer of minder te polariseren. Het beste effect bereik je met de zon in een hoek van 90 graden. Een polarisatiefilter heeft nog meer – minder bekende – voordelen. Zo is het uitermate geschikt om reflecties van bladeren of vochtige onderwerpen weg te werken, zodat de kleurverzadiging toeneemt. Lente- of herfstkleuren laat je met een polarisatiefilter meer spreken.

Foto: Cor vd Waal

Hdr en exposure blending

Vind je filters omslachtig en duur, dan kun je ook gebruik maken van hdr of exposure blending. Met deze technieken probeer je het hoge contrast onder controle te houden door foto’s met een verschillende belichting te combineren. Bij hdr combineer je meestal drie of meer foto’s, die worden samengevoegd in bijvoorbeeld Lightroom of Photoshop. Het resultaat is niet altijd even geslaagd en soms gaat de sfeer verloren. In zo’n geval kun je ook gebruik maken van exposure blending. Hierbij voeg je de belichting van twee foto’s handmatig samen door in Photoshop gebruik te werken met lagen en maskers. Deze techniek vraagt wel wat ervaring, maar je hebt het eindresultaat veel meer in de hand en het samengestelde beeld oogt vaak natuurlijker.

Voorbereiding

Sfeer en licht zijn essentiële ingrediënten voor een geslaagde landschapsfoto. Het perfecte moment duurt meestal maar kort. Daarom is een goede voorbereiding belangrijk, zodat je die mooie momenten optimaal kunt benutten. Ga vooraf locaties verkennen, die je bij betere omstandigheden in beeld wilt brengen. Besteed hierbij aandacht aan de positie van de zon. Gebruik een kompas om precies in te schatten waar de zon straks opkomt en ondergaat. Op een mooie mistige ochtend krijg je extra sfeer als je in tegenlicht fotografeert. Ga tijdens de voorbereiding dus op zoek naar landschappen die oostelijk georiënteerd zijn. Denk ook al even na over de compositie en leg een lijstje aan met concepten van foto’s. 

Weersomstandigheden

Mist, wolken, licht en sfeer zijn onherroepelijk verbonden met het weer. Een goede landschapsfotograaf is feitelijk een volleerd meteoroloog. Je moet het weer perfect weten in te schatten. Door gebruik te maken van allerlei weersites en apps kun je bepalen wanneer je prachtig licht en sfeervolle beelden mag verwachten. Raadpleeg dus vooraf de weersvoorspellingen op de website van www.knmi.nl of www.weer.nl. Meer weten over weersvoorspellingen? Kijk op www.zoom.nl/weerbericht om te zien hoe je het weer het beste kunt voorspellen met het oog op fotografie.

Foto: InFocus

Belangrijkste camera-instellingen

Naast een degelijke voorbereiding is ook een perfecte techniek in het veld erg belangrijk. Fotografeer landschappen altijd in diafragmavoorkeurstand (A(v)) of de handmatige stand (M). Afhankelijk van de (licht)omstandigheden kies je voor een diafragma tussen F 11 en F 16. Zo verzeker je jezelf van voldoende scherptediepte en heb je weinig last van lensfouten die duidelijker worden naarmate het diafragmagetal stijgt. Het resultaat? Een foto waarbij het landschap scherp is van voor tot achter.

Houd de iso-waarde zo laag mogelijk, maar houd altijd rekening met de omstandigheden. Als er veel wind staat en je fotografeert met een grotere brandpuntsafstand (200 mm bijvoorbeeld), dan wordt de camera gevoeliger voor bewegingsonscherpte. In zo’n geval kun je de iso beter wat hoger zetten, zodat de sluitertijd wat korter kan en het toestel minder gevoelig is voor trillingen door de wind.

Bij landschappen heeft handmatig scherpstellen de voorkeur. Zo vermijd je dat de autofocus scherpstelt op een punt dat te dichtbij of te veraf ligt. Bovendien werkt een autofocus bij weinig licht meestal niet zo goed.

Compositie

Mooie omstandigheden en de juiste instellingen zijn niet voldoende voor een perfecte foto. Ook de compositie moet in orde zijn. Je creëert diepte in een foto door te werken met lijnen en een voorgrond. Gebruik daarnaast de regel van derden of gulden snede om het beeld dynamischer te maken. Plaats dus de horizon of het belangrijkste aandachtspunt niet steeds in het midden, maar op een of twee derde van de hoogte en de breedte. Vaak kan je in live view een raster tevoorschijn toveren dat je helpt om deze verhoudingen beter te zien.

Houd het beeld rustig en eenvoudig. Wat je niet laat zien, is minstens even belangrijk als wat je wel laat zien. Focus daarom op de essentie van het landschap, zo blijft het beeld overzichtelijk. Toon je te veel, dan is het voor de kijker meestal niet duidelijk waarover het beeld eigenlijk gaat.

Correct belichten

Nu de instellingen en de compositie goed zijn, wordt het tijd voor een testfoto. Van deze foto controleer je vervolgens de belichting. Zorg ervoor dat het histogram niet raakt aan de linker- of rechterkant. Maak gebruik van belichtingscompensatie wanneer je in diafragmavoorkeurstand (A(v)) werkt of wijzig de sluitertijd als je volledig manueel fotografeert. Een positieve belichtingscompensatie of een langere sluitertijd zal de foto lichter maken en dus het histogram naar rechts verplaatsen. Een negatieve belichtingscompensatie of een kortere sluitertijd maakt het beeld donkerder en verplaatst het histogram naar links. Op die manier probeer je te vermijden dat het histogram links of rechts raakt en er detail in de hooglichten of schaduwen verdwijnt.

Foto: Martijn Bergsma

Rechts belichten

Probeer de foto in het veld zo licht mogelijk te maken, zonder detail in de hooglichten te verliezen (te raken aan de rechterkant van het histogram). Deze techniek heet ook wel ‘expose to the right (ETTR)’ of ‘rechts belichten’ en garandeert de hoogste kwaliteit. Het histogram zich dicht tegen de rechterkant en de foto heeft de maximale hoeveelheid licht opgeslagen met de minste ruis in de donkere delen. Opgelet: deze techniek geldt eigenlijk alleen voor raw-beelden, dus niet voor jpg. In de nabewerking zul je de foto meestal weer wat donkerder en contrastrijker moeten maken.

Als je twijfelt over de belichting, maak dan een paar foto’s waarbij je de belichting telkens aanpast. Zo ben je er zeker van dat je over voldoende beelden beschikt met verschillende belichting. Achteraf kun je op het scherm bepalen welke volgens jou de beste is.

Nabewerking

Bij thuiskomt rest je nog één opdracht: de nabewerking. Als je in het raw-formaat hebt gefotografeerd is dit sowieso een must: voordat je een jpg-bestand hebt dat overal gedeeld kan worden, moet je met de foto aan de slag in een programma als Adobe Lightroom. Sommige fotografen zien nabewerking als een noodzakelijk kwaad, maar eigenlijk maakt dit deel uit van het creatieve proces.

Bij een landschapsfoto is het vooral zaak om de basisinstellingen goed aan te passen, zoals de belichting, hooglichten, schaduwen, witte en zwarte tinten. Door tijdens het schuiven aan de sliders de Alt-knop ingedrukt te houden, wordt de foto tijdelijk zwart en zie je alleen de over- of onderbelichte delen. Hiermee kun je de belichting heel nauwkeurig regelen.

Daarnaast biedt Lightroom (of Adobe Camera Raw) een aantal filters, waarbij het Gegradueerd filter (M) de meest gebruikte is bij landschapsfoto’s. Deze functie vind je boven de standaardinstellingen (het rechthoekje). Door het filter over de lucht heen te trekken met de linkermuisknop, kun je deze bijvoorbeeld apart donkerder, helderder of lichter maken dan de rest van de foto. Ook kun je de witbalans en kleurtinten apart bepalen. Bij een zonsondergang is het bijvoorbeeld mooi om hier wat extra magenta aan toe te voegen, maar dat is uiteraard een smaakkwestie.

De functie Helderheid zorgt voor lokale contrasten, zodat de lijnen in een landschapsfoto duidelijker zichtbaar worden. Door ook hier subtiel gebruik van te maken, kun je het gevoel van diepte in de foto versterken.

Foto: Jodek

Kleurinstellingen

Soms zijn de kleuren in een landschap in het raw-bestand niet helemaal natuurgetrouw vastgelegd; een bloemetje kan te gelig zijn of de hemel te lichtblauw. Om deze per kleur aan te passen, ga je naar het HSL-paneel aan de rechterkant. Onder het kopje Kleurtoon kun je de kleuren schuiven naar een tint die er natuurgetrouwer uitziet. Bij Verzadiging pas je de intensiteit van de specifieke kleur aan en onder Luminantie maak je de desbetreffende kleur lichter of donkerder.

Details

In een landschapsfoto gaat het natuurlijk om de details, en daarom is het belangrijk om de foto op de juiste manier te verscherpen. Heb je een lage iso-waarde en is de foto goed belicht? Dan kan het geen kwaad om flink wat scherpte toe te voegen, 70 bijvoorbeeld of zelfs 80. Door de Alt-knop ingedrukt te houden en aan de Masker-schuif te trekken, krijg je alle randen te zien die worden verscherpt. Door deze zo in te stellen dat je alleen de grote randen verscherpt, voorkom je extra ruis.

Voeg tot slot zo nodig nog wat ruisreductie toe. Als vuistregel zijn het verscherpen en de ruisreductie samen 100. Dus 70 verscherpen levert een ruisreductie van 30 op. Hier kun je uiteraard per individuele foto van afwijken en vooral veel mee experimenteren.


Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Ruis: hoe ontstaat het en wat kun je ertegen doen

QUIZ: Test jouw algemene kennis!