in

Hollandse landschappen: kijk de kunst af van de oude meesters

Fotograferen lijkt op schilderen. Hoe laat je de lijnen lopen, wat zet je waar in beeld en hoe vang je dat beroemde Nederlandse licht op een plat vlak? We leggen je uit hoe je een landschapsfoto maakt in de traditie van de Hollandse meesters.

Als beginnende landschapsfotograaf in Nederland heb je geluk. De Nederlandse kunsthistorie staat bol van de geweldige landschappen. De schilderkunst is sinds mensenheugenis geïnspireerd door het typisch Nederlandse decor. Logisch: bij gebrek aan heuvels en bergen zijn we gewend te focussen op lucht en licht. De Nederlandse landschapsschilders vormen wereldwijd het neusje van de zalm met hun krachtige composities, fenomenale lichtstudies en subtiel gevoel voor vlakverdeling en lijnvoering. Als fotograaf kun je hiervan leren. In dit artikel laten we zien hoe je Nederlandse landschappen krachtig en creatief vangt in je foto’s, en hoe je je door de rijke vaderlandse schildertraditie kunt laten inspireren. Het enige dat je hoeft te doen, is af en toe buiten de kaders te denken en dingen uit te proberen als je in het veld fotografeert! 

Standpunt

We beginnen bij het begin: wat ga je fotograferen? Het landschap in Nederland is vanwege z’n diversiteit bij uitstek geschikt voor landschapsfotografie. Op een klein oppervlak hebben we alles in huis. Zee, duinen, rivieren, meren, bos, heide, steden en in Limburg en langs de oostgrens glooiend terrein. Elk gebied is anders en vereist een iets andere aanpak, maar de basis is dezelfde. Begin als een schilder: met een leeg canvas. Wil je bijvoorbeeld een rivierenlandschap fotograferen? Begin dan niet in het wilde weg te schieten, maar probeer de gewenste foto vooraf te visualiseren. Zoek op internet naar foto’s van locaties die je aanspreken. Of loop op de locatie even door de plaatselijke VVV of boekwinkel op zoek naar mooie ansichtkaarten van het gebied. Als je je exacte locatie hebt bepaald, laat je statief en camera eerst even rusten en loop je een half uurtje door de omgeving op zoek naar de mooiste standpunten.

Je zult zien dat een paar stappen naar links of rechts een wereld van verschil maken voor je compositie. Net als een hoger of lager standpunt. Ga dus eens door de knieën of plat op je buik voor een intiem kikkerperspectief. Maar beklim ook de lokale kerktoren, een dijk of een hoge boom voor een weids vogelperspectief. Wees niet te snel tevreden, maar zoek naar een plaatje dat je echt voldoening geeft en dat een wow-reactie oproept. Bedenk ook dat een compositie die jij zelf als middelmatig ervaart, die uitwerking zeker zal hebben op de kijker. Maak een paar foto’s en zoek vervolgens naar een betere fotoplek. Je zult merken dat je binnen een paar uur al snel vijf tot zes betere locaties vindt dan de eerste … 

Foto: Jant

Een van de problemen met landschapsfoto’s is dat je resultaten snel platter en minder aansprekend lijken dan toen je de foto maakte. Logisch, want je probeert een driedimensionale situatie in een tweedimensionaal plaatje te proppen. Alle indrukken die je als fotograaf ervaart – lichtval, diepte, het gevoel van ruimte, geluiden, de wind, subtiele kleurnuances – zijn vrijwel niet op die manier te vangen. Je zult dus een beetje magie moeten gebruiken om wat pit aan je foto’s te geven. Net als landschapsschilders suggereren landschapsfotografen diepte in hun werk door de nadruk te leggen op voor- midden- en achtergrond. Het Nederlandse landschap leent zich daar uitstekend voor, want dat kenmerkt zich vaak door coulissen: uit laagjes opgebouwde vergezichten. In het geval van de rivier vormt de zilveren waterloop je hoofdonderwerp en bouw je de rivierfoto op met een gelaagde voor- en achtergrond. Een interessante voorgrond kan bijvoorbeeld bestaan uit een aangemeerde boot, spelende kinderen aan de oever of een fotogenieke steiger. Daarachter kun je een wuivende rietkraag plaatsen om je compositie een mooie warme gele tint te geven. Als achtergrond kun je een rij bomen, een weiland met koeien of een dorpje met pittoreske kerktoren kiezen. Een immense luchtpartij met grote wattenwolken met een zorgvuldig geplaatste vlucht ganzen maakt het Hollandse beeld meesterlijk af.

Horizon

Regels zijn er om te breken. Maar één regel in de landschapsfotografie is heilig: de horizon is waterpas. Zo niet, dan is je foto in 99% van de gevallen mislukt. Achteraf op je foto zie je het meteen als de horizon scheef staat. Maar in het veld valt dat een stuk minder op wanneer je door de zoeker van je camera tuurt. Kun je een lijnenstructuur in je zoekerbeeld (of in live view) projecteren? Doe dat dan! Zo fotografeer je gemakkelijker waterpas. Een andere optie is je horizon rechtzetten in de nabewerking. Maar dat is wel een stuk bewerkelijker en heeft als nadeel dat je de foto moet bijsnijden.

Foto: ikjel

Compositie

Als je naar de schilderijen van meesters als Rembrandt, Jacob van Ruisdael en Jan van Goyen kijkt, valt hun oog voor compositie op. Over elke millimeter van het beeld is nagedacht. De beeldelementen sluiten zo perfect op elkaar aan dat ze elkaar versterken en daarmee de impact van het geheel vergroten. Uiteraard kunnen schilders zelf bepalen hoe hun beeld eruit zal zien en moeten fotografen het doen met de landschapselementen die ze voor hun lens krijgen. Maar de regels voor compositie, vlakverdeling en lijnvoering zijn feitelijk hetzelfde als in de schilderkunst. Dus laat je camera eens een middag thuis en creëer je eigen workshop in het museum. Kijk letterlijk de kunst af en analyseer de werkwijze van de Hollandse meesters. Kruip in hun huid en probeer te ontdekken welke keuzes ze maakten om een bepaald effect te bereiken. Hoe bouwden ze hun schilderijen op? Welke compositie maakt indruk op je? Welke rol speelt het licht?

Let bijvoorbeeld eens op ‘de regel van derden’. Dat is een beeldverdelingsmethode waarbij je het zoekerbeeld opdeelt in een raster met negen gelijkwaardige blokken. Sommige camera’s hebben zelfs een optie waarbij je die blokken kunt zien. Door het hoofdonderwerp in je foto (een kerktoren, de rivier of een karakteristieke boom) op één van de snijpunten van dat raster te plaatsen, geef je dat element extra aandacht. Daarmee krijg je vrijwel automatisch een sterker en evenwichtiger beeld. Waarom? Het menselijk oog is door de eeuwen heen getraind om extra op die snijpunten te letten. De regel van derden geeft je compositie dus balans en samenhang.

Vlakverdeling is een andere manier om je compositie te bepalen. Je deelt de foto op in vlakken die elkaar aanvullen of versterken. Denk aan groene weilanden met een donkere rij bomen langs de lichte rivier. Of contrasterende kleuren in een vergezicht met bollenvelden in de polder. Voor een sterke vlakverdeling moet je in kleurvlakken leren kijken. Een handig trucje is je ogen een beetje dichtknijpen en door je oogharen naar de scène voor je turen. Zo verwijder je storende details en zie je alleen het grote geheel. Meesters van de vlakverdeling zijn Van Gogh, Mondriaan en Escher. Bekijk hun werk eens ter inspiratie!

Een derde compositietruc is lijnvoering. Mensen letten op lijnen in landschappen. Lijnen gaan namelijk ergens heen en leiden het oog subtiel, maar gedecideerd door de foto. Zoek dus altijd actief naar lijnen in je compositie die de kijker naar het hoofdonderwerp in je foto leiden. Denk aan de horizon, maar ook aan rijen bomen, rivieren, wegen, hoogspanningskabels, wieken van molens of hekken rond weilanden.

Nu we het toch over de horizon hebben: plaats deze nooit pal in het midden. Meestal is dat de doodsteek voor elke dynamiek in je foto. Is de wolkenhemel interessant met veel detail? Plaats de horizon dan laag in beeld en leg de nadruk op de weidsheid van de hemel. Is de hemel saai egaal blauw of grijs, maar heb je een interessante voorgrond? Breng de horizon dan naar boven en leg de nadruk op de voorgrond. Een horizon in het midden van je foto werkt wél als je de twee helften van je compositie wilt laten spiegelen. Denk aan de reflectie in het spiegelgladde water van een rij bomen langs een rivier of een sliert schaatsers op spiegelend ijs.

Foto: Jaco-Simons

Licht

Licht is minstens zo belangrijk als een goede compositie en een goed standpunt. Het mooiste licht vind je vlak voor zonsopkomst tot twee uur na zonsondergang en twee uur voor zonsondergang tot er net na. Het licht in de vroege ochtend en late middag vermindert de contrastverschillen tussen lucht en landschap. Het maakt schaduwen minder zwaar en geeft een aangenaam warme gele, oranje en rode gloed. Ook op minder heldere dagen kun je trouwens prima fotograferen. Regenbuien worden vaak afgewisseld met fotogenieke zonneharpen, dreigende donderwolken en regenbogen. Op mistige of bewolkte dagen is het contrast helemaal minimaal en kun je je fantasie de vrije loop laten met contouren, pasteltinten en geheimzinnige mistbanken. Ook sneeuw- en ijslandschappen hebben hun charme. Houd wel je belichting in de gaten! De belichtingsmeter in je camera zal de witte scène als te licht beoordelen en de foto één tot twee stops onderbelichten. Gevolg: donkere foto’s met grijze sneeuw. Kijk in de handleiding van je camera hoe je de belichting handmatig corrigeert (zeg maar overbelicht), zodat je foto’s de realiteit weerspiegelen. Tip tot slot: licht dat over je schouder op het landschap valt, is al snel een beetje saai en vlak. De scène wordt namelijk egaal uitgelicht en daardoor verliest je foto detail, pit en diepte door het gebrek aan schaduwen. Gebruik ook eens zijlicht. Dit accentueert patronen en structuren, geeft onderwerpen in je foto een subtiel grafisch licht- en schaduwrandje en zorgt voor een gevoel van diepte. Probeer het maar eens.

Lange belichting

Beginnende landschapsfotografen zijn vaak geïmponeerd door landschapsfoto’s van stromend water dat als een diffuse, bewegende massa wordt weergegeven of wuivende bomen die als groene schimmen worden afgebeeld. Toch is dit effect vrij simpel te realiseren. Door een langere sluitertijd te gebruiken (Tv-stand bij Canon, S-stand bij Nikon), wordt het bewegende water als een mysterieuze massa witte strepen weergegeven. Gebruik bij langere sluitertijden altijd een statief en een kabelontspanner, anders zullen je foto’s snel bewogen en dus onscherp zijn.

Welke sluitertijden het best werken, zul je van situatie tot situatie moeten bepalen. Zet je camera op statief, kies de sluitertijdvoorkeuze, analyseer de resultaten op je lcd-scherm en pas de sluitertijd aan tot je de goede instelling te pakken hebt. Lukt het niet, omdat de lucht bijvoorbeeld te licht is? Gebruik dan een grijsfilter (ND-filter). Grijsfilters zijn donkergetinte filters die licht tegenhouden. Hierdoor vertraagt de sluitertijd en kun je allerlei creatieve effecten bereiken. Zoals beweging in wolken en mistig zacht water. Een grijsfilter kan ook helpen om op een zonnige dag toch met open diafragma (laag F-getal) te fotograferen en zo een beperkte scherptediepte te krijgen. Deze effecten zijn lastig na te bootsen in de nabewerking.

Foto: Hns90

Spullen

De meest gestelde vraag in de fotografie is waarschijnlijk: welke camera en lenzen heb ik nodig? Hoewel op die vraag geen eenduidig antwoord bestaat, is landschapsfotografie minder veeleisend dan andere vormen van fotografie. Je onderwerp is immers tamelijk statisch zodat je het – op je gemak – vanuit diverse hoeken kunt benaderen. Lange sluitertijden zijn vaak geen probleem. De belangrijkste accessoire voor landschapsfotografie is het statief. Een grote scherptediepte vereist vaak lange sluitertijden en elke kleine beweging van camera of lens zie je pijnlijk terug in je foto’s. Investeer dus in een stevig statief en maak je er niet vanaf met een goedkoop, licht model. Een statief is de makkelijkste manier om betere foto’s te maken. Voor de rest voldoet een eenvoudige camera en een beperkt lenzenarsenaal al snel.

Voornaamste vereiste is verder dat je kunt werken met een klein diafragma (hoog F-getal). Een klein diafragma brengt namelijk een maximale scherptediepte in je foto’s waardoor je beelden van voorgrond tot horizon scherp zijn. En scherpte en veel detail zijn bij landschapsfoto’s een absolute must.

Foto: Ondrej

Je kunt zowel een groothoek als een telelens gebruiken voor landschappen. De groothoek gebruik je voor een gevoel van ruimte in je foto’s. Een groothoeklens trekt je beeld breed, waardoor je veel op de foto krijgt. Bijvoorbeeld een weids landschap met een mooie lucht. Waarschuwing: groothoeklenzen hebben de neiging om zaken (bossen, duinen of grote gebouwen) kleiner weer te geven dan jij ze ziet. Wanneer je de tweedimensionale foto van een imposant zeelandschap bekijkt, kun je dus het idee krijgen dat je naar een rijtje lage duinen kijkt.

Een telelens lijkt misschien een vreemde keuze voor een landschapsfotograaf. Met een telelens haal je je onderwerp immers dichterbij en daarmee vervalt het ruimtelijke gevoel volledig. Maar het dichterbij halen van je onderwerp heeft ook voordelen. Zo laat je storende en niet relevante zaken buiten beeld. Je kunt focussen op de essentie van het landschap en orde en rust in je beeld aanbrengen. Vaak vergroot die versimpeling de kracht van de uiteindelijke foto. Verder vergemakkelijkt een telelens het zoeken naar patronen en structuren in een landschap. Effecten die vaak een sterk visuele impact hebben. Denk aan rijen bomen in een Limburgs heuvellandschap of de oneindige rijen golven in een zeegezicht.

Tot slot: ga oefenen, oefenen en nog eens oefenen. Alleen door veel fouten te maken en veel verschillende dingen uit te proberen zul je leren hoe jij een moderne Hollandse landschapsmeester wordt. Dus pak je spullen en trek het land in. Er ligt een hele wereld aan je voeten die gefotografeerd wil worden.


Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Op reis naar een verre bestemming: zo maak je prachtige reisportretten

Zoom.nl magazine editie 6/7 2022 is uit!