in

Evenementen vastleggen: op pad met je camera in de hand

Een jaarmarkt, braderie, themafeest of een festival: vooral in de zomer is er overal van alles te beleven. Je wilt de sfeer van een evenement goed vastleggen als herinnering voor later, en natuurlijk voor in het vakantie-fotoboek. In dit artikel leer je waar je op kunt letten als je fotografeert tijdens een evenement.

Dit artikel komt uit de nieuwe cursus Fotograferen in de Zomer uit de Zoom Academy. In deze cursus leer je meer over hoe je de mooiste foto’s maakt aan de kust, van bijzondere natuurfenomenen en natuurlijk als je op pad bent en bijvoorbeeld een stad of natuurgebied bezoekt.

Evenementen heb je in alle soorten en maten. Van kleinschalige zoals een lokale kermis of braderie tot landelijke publiekstrekkers als Koningsdag of 14 juli in Frankrijk. Als je nog geen ervaring met dit onderwerp hebt, is het verstandig om bescheiden te beginnen. Bij een evenement bij jou in de buurt ken je de mensen en de mensen kennen jou. Een anonieme mensenmassa waar nauwelijks doorheen te komen valt, kan de eerste keer heel intimiderend zijn. Bij het plaatselijke bloemencorso of jazzfestival heb je meer armslag en is de concurrentie minder groot.

In de zomermaanden is de kaasmarkt in Alkmaar een wekelijks gebeuren. Niet alleen interessant voor toeristen, zoals deze foto bewijst. Als je niet met een zware cameratas op pad wilt, geeft de gebruikte 18-200 mm superzoom (aps-c) je veel flexibiliteit.

Doris Henriquez (dodsi)
Canon Rebel T4i · ISO 200 · F 5,6 · 1/1000 SEC · 144 MM

Voorbereiding

Voor je je cameratas pakt, moet je je realiseren dat er grofweg twee categorieën evenementen zijn. Bij de iets als een bloemencorso, popfestival of carnavalsoptocht, heb je enerzijds de performers en anderzijds het publiek. Hoewel dat publiek ook heel interessant kan zijn als onderwerp, zal het je meestal te doen zijn om de performers. Bij andere evenementen is juist het publiek en wat er allemaal gebeurt het interessantst. Tot op zekere hoogte geldt dat ook voor een kermis of braderie.

Dat heeft natuurlijk consequenties voor je aanpak, en zeker niet alleen op het technische vlak. Bij een ‘kijkevenement’ moet je zorgen dat je er bijtijds bij bent om een goed plaatsje te bemachtigen. Bij een ‘doe-evenement’ zijn je sociale vaardigheden even belangrijk als je fotografische. Het scheelt al een hoop als je niet te veel uit de toon valt.

Blijf altijd alert op onverwachte actie. Zoals wanneer een helikopter opeens je beeld binnenvliegt tijdens de Wereldhavendagen in Rotterdam.

Ilya Korzelius (ilya-eos450d)
Canon 70D · ISO 100 · F 5 · 1/1600 SEC · 81 MM

Apparatuur

Hoewel ook een ‘edelcompactcamera’ (met grotere sensor) goede diensten kan bewijzen tijdens een doe-evenement, gaan we ervan uit dat je een camera met verwisselbare objectieven gebruikt. Of die camera een spiegelreflex of een systeemcamera is, maakt niet zoveel uit. Welk objectief erop zit, is veel belangrijker.

Bij kijkevenementen kun je vaak niet zo dichtbij komen als je zou willen. Bij doe-evenementen speelt het omgekeerde probleem. Vaak kun je niet voldoende afstand nemen door de drukte én doordat passanten door je beeld lopen.

In het eerste geval heb je dus een teleobjectief nodig. Vooral bij podiumfotografie is een lichtsterke versie welkom. Een zoomobjectief is helemaal mooi, bijvoorbeeld een 70-200 mm F 2,8. Als je weinig bewegingsvrijheid hebt, kun je met de zoomring de uitsnede aanpassen. Bedenk wel dat zo’n professioneel ‘lichtkanon’ niet alleen een stuk duurder is dan de modale consumenten-telezoom of een even lichtsterke vaste brandpunt, maar ook een stuk zwaarder. Na een paar uur uit de hand fotograferen voel je dat wel.

Bij doe-evenementen ben je meestal aangewezen op een standaard(zoom)lens of lichte (reportage)groothoek. Ook hier komt lichtsterkte goed van pas. Met een grote diafragmaopening (een lage F-waarde, zoals F 2,8 of F 3,5) kun je namelijk een storende achtergrond buiten de scherpte houden.

Vierdaagse-deelnemers onder tropische omstandigheden. Hier werd een compactcamera gebruikt in de groothoekstand (ongeveer 28 mm omgerekend naar fullframe).

Peter Nijsen (peternijsen)
Fujifilm X20 · ISO 100 · F 4,5 · 1/850 SEC · 7 MM

Opletten met groothoeken

Wees voorzichtig met extreme groothoeken van 28 mm en korter (bij fullframe; bij aps-c 19 mm en korter). Ongemerkt zit je daarmee al gauw heel erg dicht op je onderwerp. Dat is niet alleen nogal confronterend voor je model, maar geeft ook het beruchte ‘groothoekperspectief’ met disproportioneel grote neuzen. Bovendien wordt het beeld aan de randen uitgerekt, wat vooral opvalt bij groepsportretten en komt alles bij de geringste kanteling van je camera uit het lood te staan. Dit zijn dezelfde ‘vallende lijnen’ die je krijgt als je je camera omhoog richt om een hoog gebouw helemaal op de foto te kunnen zetten.

Zoek als het even kan een rustiger plekje op met je model en gebruik een wat langere brandpuntsafstand; 85 mm bij fullframe of 50 mm bij aps-c is perfect voor een ‘halftotaal’ (hoofd tot middel). Voor een close-upportret mag het nog wat langer zijn. Bij een opnameafstand van anderhalf tot drie meter krijg je een veel natuurlijker perspectief, met als bonus een rustigere achtergrond door de kleinere beeldhoek en fraaiere onscherpteweergave (‘bokeh’). Als je een echt omgevingsportret wilt, kun je overigens wél die groothoek gebruiken. Maar houd minimaal anderhalve meter afstand aan voor een natuurlijk perspectief, zet je onderwerp niet pal aan de beeldrand met het oog op vervorming, en houd je camera recht om vallende lijnen te voorkomen.

Wil je zo min mogelijk apparatuur meesjouwen en toch op alles voorbereid zijn zonder lenzen te hoeven wisselen? Dan is een allround- of superzoomobjectief, met een bereik van pakweg 28 tot 300 mm bij fullframe of 18 tot 200 mm bij aps-c, ideaal. Nadelen zijn de lagere lichtsterkte en een wat mindere optische kwaliteit.

Een deelnemer aan de Straatparade van het Rotterdamse Zomercarnaval. Met een grote diafragmaopening is de drukke achtergrond mooi onscherp gehouden, en de fotograaf heeft precies op het juiste moment afgedrukt.

Karin de Vries (karindevries57)
Nikon D7100 · ISO 100 · F 2,5 · 1/320 SEC · 50 MM

Flitsen of niet flitsen?

De volgende vraag is of de flitser meegaat. Straatfotografen hebben vanouds een broertje dood aan flitsen: je valt er namelijk mee door de mand. De vraag is waarom je op zo’n dag stiekem foto’s zou maken. Mensen begluren door een telelens is nergens voor nodig en wekt hooguit weerstand op.

Er zijn dus geen principiële bezwaren tegen flitsen. Of het altijd praktisch is, is vers twee. Dat hangt een beetje af van het soort evenement én van de mogelijkheden van je camera-flitsercombinatie. Bij een kijkevenement is de afstand tussen jou en je onderwerp doorgaans te groot. Zelfs een krachtige flitser overbrugt onder normale omstandigheden hooguit een meter of vijftien. Bovendien kan flitsen hinderlijk zijn in het schemerdonker en/of bij een liveoptreden.

Bij een portretje met tegenlicht komt een externe reportageflitser wel goed van pas om de schaduwen op te helderen en zo het contrast te verlagen. Je kunt door ‘in te flitsen’ ook rare kleurzwemen voorkomen wanneer het omgevingslicht een kleurtje heeft, bijvoorbeeld in de schaduw van een boom.

Het is ideaal als zowel je camera als je flitser kortetijdensynchronisatie (HSS ofwel High Speed Synchronization) ondersteunt. Dan zit je namelijk niet vast aan de normale flitssynchronisatietijd: bij veel camera’s 1/180 of 1/250 seconde. Bij helder daglicht gaat zo’n relatief lange sluitertijd gepaard met kleine diafragma’s. Door de bijbehorende grotere scherptediepte wordt de achtergrond herkenbaarder, en dat wil je niet altijd. Met kortetijdensynchronisatie kun je ook met bijvoorbeeld 1/1000 seconde flitsen. Wel kost dat flitskracht en dus flitsbereik. Aan je ingebouwde pop-upflitser heb je weinig: het licht is te zwak en te hard en kortetijdensynchronisatie ontbreekt.

Voor rode ‘flitsogen’ hoef je bij normaal daglicht niet bang te zijn. Vind je het flitslicht toch te opdringerig of te hard, dan stel je een flitsbelichtingscorrectie in van bijvoorbeeld -1 stop of je plaatst een diffusor voor de flitskop. Indirect flitsen is in de buitenlucht uiteraard geen optie.

Flitsen kan storend zijn, met name binnen. Daarom werd bij deze sfeeropname op de Rotterdam Tattoo Convention geen flitser maar een hoge iso-waarde gebruikt.

Hans van den Broek (gans_zoom)
Nikon D700 · ISO 4500 · F 4,5 · 1/125 SEC · 85 MM

Tips bij kijkevenementen

Bij kijkevenementen moet je het meestal doen met het aanwezige licht, daglicht en/of kunstlicht. Houd daar bij het zoeken van een plaatsje rekening mee. In de loop van de dag veranderen lichtrichting en -intensiteit. Als je ruim van tevoren een mooi plekje aan de route van de optocht bemachtigt om de drukte voor te zijn, kan de situatie op het moment suprême compleet anders zijn.

Vermijd met name direct tegenlicht laat op de dag. Een laagstaand zonnetje dat pal in je lens priemt, geeft lichtvlekken, overstraling en onderwerpen in silhouet. Ook het weer speelt een rol. Onder een bewolkte hemel maakt je positie ten opzichte van het onderwerp minder uit voor de lichtval dan in de felle zon.

In de regen fotograferen kan mooie plaatjes opleveren, mits je apparatuur tegen een plens water kan. Houd in elk geval de frontlens van je objectief droog. Ook als het regent is een zonnekap een must.

Hoewel je op de kade over de koppen kunt lopen, gaat het bij SAIL Amsterdam bovenal om de bootjes. Het dynamische ‘groothoekperspectief’ en prachtig avondlicht tillen deze overzichtsfoto met een extreem groothoekobjectief ver boven de middelmaat uit.

Jelmer Jeuring (jelmerjeuring)
Nikon D7100 · ISO 400 · F 8 · 1/250 SEC · 11 MM

Fotograferen van optredens

Bij podiumfotografie moet je oppassen met de belichting. De anders zo betrouwbare meervelds- of matrixmeting raakt het spoor bijster door de donkere achtergrond en de aan- en uitfloepende spots. Spotmeting biedt vaak geen uitkomst, alleen al omdat je onderwerp zich niet altijd in het beeldcentrum bevindt. Het veiligste is om eerst een paar proefopnames te maken en op basis daarvan de belichting helemaal handmatig in te stellen in de M-stand. Check regelmatig via je scherm/histogram of alles nog klopt.

Op een markt of braderie is het onder de luifel van een kraampje veel donkerder dan daarbuiten. Bij wisselende lichtomstandigheden kun je de Auto ISO-stand gebruiken. Die past automatisch de iso-waarde aan zodra de sluitertijd te lang dreigt te worden. Over sluitertijden gesproken: met name bij langere brandpunten kan beeldstabilisatie scherpere foto’s uit de hand geven. Maar bewegingen van het onderwerp ‘bevries’ je er niet mee. Zet bij bewegende onderwerpen de AF op C(ontinu).

Vooral bij menglicht (een combinatie van daglicht en kunstlicht) moet je ook de witbalans in de gaten houden. Als je in raw fotografeert, zit je altijd safe. Want dan kun je de witbalans naderhand aanpassen, met sommige software zelfs selectief. Ook voor zwart-witliefhebbers heeft raw de voorkeur. Niet alleen heb je meer controle over toonschaal en contrast bij omzetting achteraf; met alleen een jpeg-bestand kun je wel van kleur naar zwart-wit maar niet andersom.

Trompettist in de band van Robin Borneman op het DRU-Poppodium

René Moorman (ReneMoorman)
Nikon D750 · ISO 1600 · F 2,8 · 1/50 SEC · 71 MM

Zoom Academy

Dit artikel komt uit de Zoom Academy Cursus Fotograferen in de Zomer. In deze cursus leer je alles over het fotograferen in het zomerseizoen en nog veel meer.

Zo leer je onder andere:

  • Om te gaan met alle soorten licht in het zomerseizoen
  • De mooiste plekken van steden te ontdekken
  • Hoe je het strand, dieren en de zee kunt vastleggen
  • Een zomerse foto in Lightroom Classic te bewerken van A tot Z

Bekijk hier de volledige Cursus Fotograferen in de Zomer!


Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Zeevonk: zo fotografeer je dit bijzondere fenomeen

Scherp uitgelegd: alles over scherpte en onscherpte