in

De juiste camera-instellingen voor het fotograferen in het donker

Je weet misschien met welke apparatuur je in het donker goed aan de slag kunt. Maar met alleen de apparatuur kom je er niet. Je moet ook weten hoe je de juiste instellingen bepaalt, zodat je de mooiste foto’s maakt in het donker.

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Licht in het Donker in Zoom Academy. Hierin leer je alles over het fotograferen bij weinig licht en nog veel meer!

Fotografie is kijken naar en schrijven met het licht. Overdag heb je soms moeite met de hoeveelheid licht op je foto beperken: bij fel (zon)licht probeer je uitgebeten luchten en overbelichte plekken te voorkomen. In de avond en de nacht heb je een heel andere uitdaging: je hebt eerder te maken met een gebrek aan aanwezig licht. Het is van belang om te weten hoe je hiermee moet omgaan om te komen tot een prachtige nachtfoto.

Om zo’n foto te maken, moet je precies weten hoe je je camera instelt. Corné maakte een combinatie tussen meerdere beelden: een om de voorgrond goed te belichten en meerdere voor de sterrenhemel.

Corné Ouwehand (corne102)
Canon 6D II · ISO 1250 · F 4 · 10x 2 MIN · 14 MM

Belichtingsdriehoek

Bij het instellen van je camera zijn er drie belangrijke waarden die de belichting van je foto regelen. Dat zijn de iso-waarde, de sluitertijd en het diafragma. Verhoog of verlaag je één van deze waarden, dan verandert de belichting van je foto.

In het donker wil je vaak zorgen dat er zo veel mogelijk licht op de sensor komt. Je kunt dan kiezen voor:

een hoge iso-waarde;

een groot diafragma (lage F-waarde);

een lange sluitertijd.

Welke waarden je precies moet kiezen voor een mooi beeld, hangt natuurlijk erg af van de situatie én van jouw wensen. Wil je dat autolichten vervagen tot strepen, dan kies je voor een lange sluitertijd. Wil je graag dat lichtpuntjes zoals lantaarnpalen sterretjes vormen, dan moet je een klein diafragma instellen.

We lopen hierna de drie instellingen stuk voor stuk na.

Iso-waarde

De iso-waarde bepaalt de lichtgevoeligheid van je sensor. Vroeger moest je voor een hogere iso-waarde je fotorolletje verwisselen, nu duik je gewoon het (snel)menu in om de waarde aan te passen. Een hoge waarde betekent een hoge lichtgevoeligheid.

Echter, een hoge iso-waarde brengt ook een nadeel met zich mee: ruis. Nu kun je op moderne camera’s vrij hoge waarden instellen zonder al te veel ruis, maar toch houd je hem het liefst zo laag mogelijk, bijvoorbeeld op iso 100 of 200. Bij avond-foto’s zie je ruis namelijk sowieso sneller, mede omdat je het vooral in donkere delen van de foto ziet.

De iso-waarde laat je het liefst laag staan. Als je dan vanaf statief fotografeert, kun je bij stilstaande objecten prima een langere sluitertijd gebruiken.

Wendy Nooijen (wendy1985)
Nikon D750 · ISO 100 · F 11 · 1/3 SEC · 48 MM

Ruisonderdrukking

Veel camera’s hebben een instelling om ruis te onderdrukken bij gebruik van een hoge iso-waarde. Je moet soms diep in het menu duiken om deze in te schakelen, zoek daarvoor in de handleiding van jouw toestel. Met deze functie ingeschakeld zal je camera bij een hoge iso-waarde een hoop algoritmes toepassen om de ontstane ruis zo goed mogelijk te verwijderen.

Er is echter iets dat je altijd goed moet onthouden als het gaat om ruisreductie: in de meeste gevallen betekent ruisreductie ook een reductie in scherpte. Zet je interne ruisreductie dus niet meteen op de hoogste stand, want dan kom je thuis met beelden die qua scherpte niet meer overtuigen. Daarnaast wordt deze ruisreductie alleen bij jpeg-beelden toegepast; voor raw-foto’s ben je aangewezen op ruisreductie in de nabewerking.

Diafragma

Het gebruikte diafragma is een belangrijk element binnen de belichting van je beeld. Hoe kleiner het diafragma (een hoger F-getal), hoe minder licht er binnenkomt én hoe groter de scherptediepte is. Het gebruik van een grotere diafragmaopening (een lager F-getal dus) zorgt ervoor dat er meer licht naar binnen kan vallen en dat je lichtere beelden maakt. De scherptediepte wordt dan wel kleiner en er ontstaat meer onscherpte in de voor- en achtergrond van je beeld.

Dan is er ook nog iets anders om rekening mee te houden: elk objectief heeft z’n optimale scherpte bij een bepaalde F-waarde, ook wel de ‘sweet spot’ genoemd. Dat is vaak ergens rond F 8, zoek online op ‘sweet spot’ in combinatie met jouw objectief om op te zoeken op welke waarde jouw objectief het best presteert.

Stervorming

Welke waarde je kiest, is afhankelijk van de situatie en van jouw eigen smaak. Hoeveel wil je scherp hebben? En kies je voor de sweet spot of gebruik je toch liever een kleinere scherptediepte?

Bij avondfotografie kun je ook nog een extra keuze maken: om lichtbronnen te laten tonen als sterren. Fotografeer je met een klein diafragma, bijvoorbeeld F 16, dan zul je zien dat bijvoorbeeld lantaarnpalen geen punt-licht meer hebben, maar stervormig licht. Wil je dit effect graag? Begin dan eens bij F 11 en stel in kleine stappen het diafragma kleiner in, zodat je kunt zien hoe de ster vormt. Hoe kleiner het diafragma, hoe harder de stralen van de ster.

De vorm van de ster verschilt overigens per lichtbron én per objectief. Het diafragma bestaat uit een aantal lamellen, en hoe meer lamellen, des meer stralen de ster zal hebben.

Door een diafragma van F 11 te kiezen, zijn de felle lampen stervormig geworden.

Reinder Tasma (reindertasma)
Sony A7 III · ISO 320 · F 11 · 1,6 SEC · 24 MM

Sluitertijd

De derde waarde om te bepalen is de sluitertijd. De sluitertijd bepaalt hoelang er licht op de sensor van je camera valt. In het donker zul je al snel een vrij hoge sluitertijd moeten kiezen, zodat er genoeg licht binnen kan komen.

Is het al (of nog) best donker, dan loopt de belichtingstijd makkelijk op tot enkele of zelfs tientallen seconden. Als je vanaf statief werkt, is dat geen enkel probleem. Het liefst gebruik je dan overigens ook de zelfontspanner of een afstandsbediening.

Om de spreeuwen scherp vast te leggen, is een korte sluitertijd nodig. De fotograaf gebruikte daarom een hogere iso.

Menno Schaefer (schaef1)
Canon 1DX · ISO 1600 · F 4 · 1/320 SEC · 55 MM

Vervaging

Een voordeel van deze lange belichtingstijden is dat alles wat beweegt in een bepaalde mate vervaagt. Daardoor krijg je dramatische wolkenluchten en mooie vervagingseffecten in stromend water, terwijl voorbijgangers vaak zelfs volledig uit je foto verdwijnen.

Wil je liever korter belichten, omdat je bijvoorbeeld wuivende takken of voorbijgangers niet wilt laten vervagen? Dan zul je een groter diafragma moeten instellen (zoals F 2,8 of F 2) in te stellen, of door de iso-waarde flink te verhogen.

Wat het beste werkt, hangt altijd van de situatie af: welke effecten je wel of niet in een foto wilt terugzien, hoeveel scherptediepte je nodig hebt, en tot welke iso-waarde jij de beeldkwaliteit van jouw camera hoog genoeg vindt.

Scherpstellen

Als je de juiste instellingen bepaald hebt, ben je er nog niet. Het goed scherpstellen kan namelijk moeilijk zijn in donkere omstandigheden. Je camera en objectief hebben dan moeite om een punt te vinden waarop ze scherp moeten stellen. Gelukkig zijn er flink wat opties om je apparatuur of jou als fotograaf een handje te helpen.

Handmatig scherpstellen

De eerste methode om wel goed scherp te kunnen stellen in het donker, is door handmatig scherp te stellen. Dit doe je door middel van de scherpstelring op je objectief. Zet het objectief eerst in de MF-stand, wat staat voor manual focus.

Dat klinkt misschien ‘eng’ en niet zo nauwkeurig, maar veel camera’s hebben hiervoor inmiddels hulpjes ingebouwd. Met een systeemcamera of spiegelreflexen in live-view kun je gebruikmaken van focus peaking. Dit is een techniek waarbij je via gekleurde contouren of lijntjes ziet waar in het beeld de scherpte zich bevindt. Je ziet de scherpte als het ware over je beeld heen ‘lopen’ bij het verdraaien van de scherpstelring. Zo kun je gemakkelijk en erg precies scherpstellen. Gebruik je live-view, dan kun je meestal ook inzoomen op het beeld om nog beter te kunnen zien of het juiste deel van je beeld scherp is.

Werk je vanaf statief, dan hoef je op deze manier maar één keer scherp te stellen, waarna je een hele reeks foto’s kunt maken. Pas zodra je aan de zoomring draait, van lens wisselt of van positie verandert, moet je de scherpte bijstellen.

Gebruik je de handmatige scherpstelling, dan kun je één keer scherpstellen en meerdere beelden maken zonder tussendoor opnieuw te hoeven scherpstellen.

Erik van Asselt (erik1234)
Nikon D5300 · ISO 100 · F 18 · 8 SEC · 18 MM

Contrast

Wil je toch liever de autofocus van de camera gebruiken, dan kun je die helpen door te zoeken naar contrast in het beeld. Vervolgens kun je op die plek proberen scherp te stellen. Via knoppen, het wieltje of een joystick – naargelang je camera daar beschikking tot heeft – kun je vaak een ander focuspunt kiezen. Zoek naar een punt in je compositie waar het meest gebeurt: een scherp contrast, een duidelijke lijn, een helder punt of een overgang bijvoorbeeld. Probeer daar eens scherp te stellen. Vaak lukt het dan een heel stuk beter.

Overigens moet dat punt zich natuurlijk wel op dezelfde afstand bevinden van jou als het punt dat je daadwerkelijk echt scherp wilt hebben. Eventueel kun je, in enkelvoudige AF, de sluiterknop half ingedrukt houden en daarna de kadrering veranderen, zodat je uitkomt bij de gewenste compositie.

Het Damrak in Amsterdam, gefotografeerd in de late avond. De camera heeft hier voldoende lichte punten om op scherp te kunnen stellen.

Menno Schaefer (schaef1)
Canon 1DX · ISO 400 · F 14 · 30 SEC · 32 MM

Bijlichten

Je camera en objectief hebben een probleem met scherpstellen omdat er niet genoeg licht aanwezig is. Een eenvoudige oplossing is dus om licht toe te voegen. Dit hoeft niet veel te zijn, zelfs een flauw schijnsel van een telefoon of zaklamp op je onderwerp kan genoeg zijn. Binnenshuis kun je ook gewoon even een lamp aandoen om scherp te stellen en deze weer uitdoen voordat je de foto maakt.

Live-view

Fotograferen in het donker is makkelijker als je live-view gebruikt. Vaak kun je het effect van instellingen (sluitertijd, diafragma en iso-waarde) live zien in je beeld, zodat je al veel beter ziet hoe je foto zal worden. Vaak kun je ook inzoomen tijdens het (handmatig) scherpstellen, zodat je in detail kunt zien of je goed zit qua scherpte of niet. Zo kun je al voor het maken van de foto in detail controleren of dat de scherpte goed zit.

Dit werkt natuurlijk op een systeemcamera, maar ook iedere moderne spiegelreflex heeft live-view aan boord; meestal beschikbaar via een druk op de knop. Als je gewend bent om via de zoeker te fotograferen is het even wennen, maar je zult zien dat werken via live-view bepaalde voordelen heeft.

Zoom Academy

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Licht in het Donker in Zoom Academy. Hierin leer je te fotograferen bij weinig licht en nog veel meer!

Zo leer je onder andere:

  • Alles over de benodigde apparatuur
  • Het fotograferen in de avonduurtjes in steden
  • Hoe je de sterren in de nacht kunt vastleggen
  • Nog veel meer over het blauwe uur en lightpainting

Bekijk hier de volledige Cursus Licht in het Donker.


Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Bliksem en onweer fotograferen: donders mooi

De nabewerking van een foto in het blauwe uur: zo pakt Jeroen Lagerwerf dat aan