in

Bliksem en onweer fotograferen: donders mooi

Onweer en bliksem spreken tot de verbeelding. De een is doodsbang voor het natuurverschijnsel en kruipt het liefst samen met de hond onder de tafel. Een ander springt meteen in de auto om als een ware storm-chaser achter het onweersfront aan te jagen. Met deze tips kun je op een veilige manier mooie foto’s van het onweer maken.

Wil je foto’s maken van onweer en bliksem, dan is het allereerst natuurlijk handig te weten of, wanneer en waar het gaat onweren. Een onweersbui is meestal maar een kort leven beschoren en als je pas je spullen gaat pakken bij de eerste flits, houd je nog weinig tijd en kansen over om er iets moois van te maken.

Op de KNMI-website en Wikipedia kun je in detail lezen hoe onweer ontstaat. Voor de meesten van ons gaat dat iets te ver. In de basis ontstaat onweer bij broeierig weer, meestal na een aantal erg warme zomerse dagen. Door sterk dalende kou en snel stijgende warme luchtstromingen in de wolken ontstaat statische elektriciteit. Zodra die sterk genoeg is, krijg je elektrische ontladingen, eerst tussen de boven- en onderkant van de wolk (weerlicht), tussen wolken onderling (horizontale flitsen) en vervolgens tussen wolken en aarde, de bekende verticale bliksemschichten.

Onweer komt behalve in de koude poolstreken over de hele wereld voor. De kans op onweer neemt toe als je naar warme oorden op vakantie gaat; veruit de meeste onweersdagen tref je in de tropen. Nederland telt gemiddeld zo’n 25-30 onweersdagen per jaar, waarvan het gros in de zomer. De oude vertrouwde Buienradar is de beste manier om uit te vinden of er onweer in de buurt is of gaat komen. De felrode kleur in een buiengebied betekent onweer en de bewegende weergave laat je zien waar het front zich naartoe beweegt. In Buienradar zit ook een Bliksemradar die laat weten of het fotografisch kansrijk onweer is of ‘slechts’ een flink donkere en donderende wolkenlucht. Want lang niet elke onweersbui heeft voldoende ontladingen om fotografisch interessant te zijn. Meer gedetailleerde informatie vind je op de website nl.blitzortung.org. Hier kun je voor de hele wereld realtime zien hoeveel blikseminslagen er op bepaalde plekken plaatsvinden. Verder waarschuwt het KNMI vaak tevoren voor een naderend noodweer met code geel of oranje, dus houd ook de nieuwssites of je favoriete weer-app in de gaten. 

Foto: M1rphotography

Locatie en veiligheid

Weten waar en wanneer het onweer zal losbarsten, geeft je de tijd een fotografisch mooie locatie te kiezen. Onweerfotografie is in essentie een vorm van landschapsfotografie, wat betekent dat je nog steeds een pakkende compositie moet kiezen. Een foto van alleen een bliksemflits boven een rij daken is veel minder boeiend dan een foto van een toch al fraai landschap, die als kers op de taart een aantal flitsen laat zien.

Onweer is het beste te fotograferen in je eigen omgeving. Waarschijnlijk ken je die op je duimpje en heb je in je hoofd een archief van composities waarvan je weet dat ze zouden moeten werken. Denk aan een kerktoren, markante brug of kantorencomplex, maar ook een oud hek in een verder leeg weiland.

Of de flitsen daadwerkelijk op de gewenste plaats inslaan, iseen kwestie van afwachten: met alle planning en kennis van de wereld blijf je deels overgeleverd aan de (weer)goden!

Is onweer in aantocht, dan is het zaak de juiste positie ten opzichte van het onweer in te nemen. Je kunt natuurlijk recht in de baan van het naderende onweer positie innemen en wachten. Zolang je zelf buiten de storing bent, sta je waarschijnlijk droog en bovendien veilig voor blikseminslagen. Bovendien kijk je tegen de onweerswolken aan, wat een veel mooier en dreigender beeld geeft dan wanneer je midden in de duisternis van een onweersbui zelf zit. Sta je in de lijn van het onweer, bedenk dan wel dat zodra het onweer nadert, het hard kan gaan waaien en jij en je spullen ongetwijfeld erg nat zullen worden.

Wil je weten hoe dichtbij het onweer is genaderd, dan geldt het oude rekensommetje nog steeds: elke drie seconden tussen flits en donder is ongeveer een kilometer. Minder dan drie kilometer (10 seconden) wordt langzaamaan te link.

Foto: Thomas Bartelds

Is de onweersbui te dichtbij of zit je er onverwacht toch middenin, kies dan een veilige positie. Niet alleen omdat jij en je camera niet drijfnat willen worden, maar vooral omdat blikseminslagen levensgevaarlijk kunnen zijn. Met het onweer minder dan een kilometer van je verwijderd, is het zaak niet in het open veld te staan of te schuilen onder bomen. Dat zijn precies de plekken waar bliksem graag inslaat en daar wil je dus niet zijn. Een prima locatie is bijvoorbeeld een viaduct. Je staat er droog en buiten bereik van de bliksem. De auto is ook een veilige plek, maar een compositie kiezen is van daaruit lastig, net als het stilhouden van je camera. Je kunt eventueel zelf in de auto gaan zitten en je camera in het veld neerzetten op statief en met een afstandsbediening bedienen. Een andere goede locatie is op een hoge verdieping in – dus niet óp – een flatgebouw of kantorencomplex. Je staat er veilig en droog en het uitzicht over dorp of stad kan de compositie waarschijnlijk wel dragen.

Het kan prettiger en in elk geval veiliger zijn aan de flanken van een langstrekkend onweer plaats te nemen of een reeds voorbijgetrokken bui van achteren te fotografen. Je hebt dan nog steeds voordelen van donkere wolken en ontladingen, maar zonder de nadelen van regen en wind en het risico een bliksemschicht richting de aarde te mogen geleiden.

Het is tenslotte goed om te weten dat een storing soms lang op één plek kan blijven hangen. Een soort drempel voor een onweersbui dus. Rivieren, snelwegen, grote meren en de Veluwe zijn typische voorbeelden van barrières die het onweer kunnen tegenhouden.

Bliksemloos

Zelfs als het qua bliksem een teleurstellend onweer is of als het onweer op grote afstand langstrekt, heb je kansen genoeg afwijkende, dramatische foto’s te maken. De donkere donderwolken boven een verder lief landschap zijn al de moeite waard, maar helemaal als deze gepaard gaan met een (dubbele) regenboog. Als de zon nog even onder de donderwolken door piept, heb je het meest dramatische licht mogelijk te pakken. Het warme zonlicht op het landschap steekt geweldig af tegen de staalblauwe of donkergrijze onweerslucht. En ook een stevige regenbui kan enorm veel sfeer aan je foto toevoegen. Als de bui eenmaal over is, pak dan niet meteen je spullen in. Zodra de zon weer gaat schijnen en de temperatuur, die tijdens de bui flink is gezakt, weer oploopt, gaat al het gevallen water flink dampen. Met name in een bosrijke omgeving kan dat sprookjesachtige omstandigheden opleveren.

Foto: Rudy

Techniek

Het fotograferen van onweer en bliksem is op zich niet ingewikkeld, maar omdat de bliksem geen continue lichtbron is, zoals de zon, levert het voor veel mensen toch hoofdbrekens op. Vergelijk de bliksem met een flitser: een kleine en felle lichtbron die gedurende een heel korte tijd licht geeft. Die tijd is zo ontzettend kort, korter dan de kortste sluitertijd van je camera, dat de sluitertijd van je camera geen enkele invloed heeft op de belichting van de bliksemflitsen. Alleen de belichting van de omgeving verandert met je gekozen sluitertijd. Met die wetenschap kunnen we verder.

Omdat onweer meestal pas aan het eind van een broeierige dag ontstaat, is het al schemerig of zelfs helemaal donker. Dat betekent dat je met lange sluitertijden kunt werken en de omgeving toch donker op je foto zal verschijnen. De bliksemflitsen tekenen dan bovendien mooi contrastrijk af tegen de omgeving.

Een goed uitgangspunt is een lage iso-waarde (bijvoorbeeld 100), om ruis te beperken. Zo kun je de sluitertijd flink verlengen, zonder dat de omgeving meteen overbelicht raakt. Die lange sluitertijd geeft je een veel grotere kans ergens in je foto een bliksemflits te vangen. Stel je camera daarom in op de manuele modus (M) of op de bulb-stand. In manuele modus is je sluitertijd maximaal 30 seconden; in de bulbstand heb je de sluitertijd letterlijk zelf in de hand. Zo lang je de sluiterknop ingedrukt houdt, blijft de sluiter open staan.

Maak opname na opname en gooi achteraf de foto’s zonder bliksemflitsen weg. Zet de camera in bulb en stop de opname dan handmatig nadat je de flits hebt gevangen. Langer openhouden is immers niet nodig tenzij je meer flitsen in één beeld hoopt te fotograferen. Pas wel op dat je de camera niet zo lang openhoudt dat straatverlichting of de reflectie ervan in de wolken je hele foto overbelichten. Maak vooraf een testopname om te kijken hoe lang je sluitertijd mag worden bij gekozen iso en diafragma, zonder dat de omgeving overbelicht raakt.

Foto: Artmen

Het diafragma is naar keus in te stellen. Als je een fraaie compositie hebt gekozen met een groothoeklens, wil je dat alles van voor tot achter scherp is. Je diafragma zal daarvoor gesloten moeten worden tot bijvoorbeeld F 11 of F 16. Als de bliksem dichtbij en fel genoeg is, zal deze ook bij lage iso en gesloten diafragma duidelijk genoeg op je foto te zien zijn. Bij bliksem die nog ver weg is of minder fel is (bijvoorbeeld door zware buien of lage bewolking), zul je het diafragma moeten openen naar bijvoorbeeld F 4. Je scherptediepte is dan niet langer genoeg. Maak daarom je bliksemopnamen met scherpstelling op oneindig en maak vanuit exact dezelfde camerapositie een extra opname met scherpstelling op de voorgrond. Deze kun je dan achteraf in Photoshop samenvoegen (focus stacking). Als alternatief voor het openen van je diafragma en focus stacking, kun je natuurlijk ook de iso-waarde opschroeven, uiteraard met extra ruis als ‘straf’. Let wel: als de bliksem zwakker is en je diafragma en iso-waarde zijn aangepast, wordt ook de omgeving helderder weergegeven. Je sluitertijd zal dan weer minder lang kunnen zijn voor de omgeving op je foto te licht wordt. Jongleren met instellingen dus. En af en toe een testfoto kan geen kwaad. Beoordeel je testfoto’s op basis van het histogram en laat je niet foppen door de weergave op je lcd-scherm. Zeker in het donker lijkt je foto al snel goed belicht, terwijl deze in werkelijkheid veel te donker kan zijn.

De lange sluitertijd en het eventuele focus stacken betekenen dat je niet zonder een stevig statief kan werken. Een draadontspanner – of draadloze afstandsbediening – maakt het lang achter elkaar fotograferen aangenamer en voorkomt dat je camera tussen de opnames beweegt.

Foto: pvanwieringen

Overdag

Bliksem is overdag een stuk lastiger te fotograferen. Je kunt de sluitertijd niet ongestraft lang open laten staan, omdat de omgeving snel overbelicht raakt. Zelfs bij lage iso en gesloten diafragma zijn je sluitertijden nog aan de korte kant. Dat betekent dat je een boel lege opnames met relatief korte sluitertijd zult moeten maken voor er ergens een bliksemflits in beeld verschijnt. Bovendien is het contrast tussen flits en omgeving minder groot waardoor de bliksem veel minder indrukwekkend en opvallend op je foto staat. Je kunt natuurlijk wel een grijsfilter gebruiken om de sluitertijd te verlengen en de kans op een flits in je foto te vergroten, het gebrek aan contrast tussen flits en omgeving los je daar natuurlijk niet mee op.

Bij voorkeur fotografeer je bliksem daarom in donkere omstandigheden. De schemering of het blauwe uurtje zijn ideaal omdat het omgevingslicht dan nog sterk genoeg is om je landschap wat bij te lichten en de contrasten in je beeld daarmee wat te verlagen. Is het echt stikdonker en wil je de voorgrond wat oplichten, probeer dan eens met een zaklamp of autokoplampen de voorgrond te verlichten. Het vergt wat oefening voor je een mooi resultaat krijgt. Ook hier kun je overwegen de goed belichte voorgrond als extra opname in Photoshop samen te voegen met je favoriete bliksemfoto’s.

Foto: Colourbex

Apparatuur

Net als in de reguliere landschapsfotografie kun je in principe met elke camera en lens aan de slag. Omdat de iso-waarde meestal laag blijft en je vanwege de scherptediepte op een gangbaar diafragma fotografeert, heb je geen bijster snelle en dure apparatuur nodig. De mogelijkheid tot werken met langere sluitertijden (liefst bulbstand) en een aansluiting voor een draadontspanner zijn de minimale eisen. Een groothoeklens geeft je de mogelijkheid een compositie met wat meer dieptewerking te creëren. Bijkomend voordeel is dat je meer van de lucht in beeld krijgt, waardoor je kans op een bliksemflits toeneemt. Met een telelens kun je een flits boven bijvoorbeeld een kerktoren isoleren voor een strakke compositie. Maar de kans dat de flits daar inslaat en helemaal in je beelduitsnede past, is zo klein dat je beter iets meer uitzoomt en achteraf bijsnijdt.

Ten slotte nog het volgende. Bliksem is een kleine felle lichtbron. Vergelijk het als een flitser die recht in je lens af gaat of fotograferen recht tegen de opkomende zon in. Zo’n lichtbron is de belangrijkste oorzaak van flare en overstralingseffecten in je foto. Een zonnekap gaat je natuurlijk niet helpen als je bliksem fotografeert. Het enige wat je kunt doen om de kans op vlekken te verkleinen, is je lens en flitsers zo veel mogelijk vrijhouden van krassen, stofjes en vlekken.

Foto: Esmeralda Holman

Nabewerking

Zoals gezegd is een foto van onweer en bliksem feitelijk een gewone landschapsopname. Het verschil is dat je waarschijnlijk in donkere omstandigheden hebt gefotografeerd en dat je voorgrond of omgeving achteraf wel wat extra licht kunnen gebruiken. Pas op met het ophalen van je belichting en schaduwen. Zeker bij camera’s met een wat kleinere beeldsensor word je al snel gestraft met extra ruis, zelfs op lage iso-waarden. Bedenk ook dat ons brein verwacht dat tijdens een nachtelijk onweer de omgeving aan de donkere kant zal zijn. Beheers je dus en houd de omgeving relatief duister, maak van dag geen nacht door de foto te veel op te lichten.

Omdat er in de nacht geen sprake is van een duidelijke lichtbron (zoals de zon), zijn er geen diepzwarte schaduwen. Je kunt een natuurlijk ogend resultaat behalen door in de aanpassingslaag Niveaus de middelste schuif wat naar rechts te trekken voor een donker beeld. Tegelijkertijd haal je het zwartpunt wat op: schuif de linker schuif onderaan naar rechts.

Let in de nabewerking ook op de witbalans. Bij gebrek aan een echte lichtbron zal de automatische witbalans van de camera er geregeld flink naast zitten. Helemaal als er kunstlicht in je foto aanwezig is zoals straatlantaarns en kantoorverlichting. Een wat blauwig beeld oogt natuurlijker dan een te warm beeld. Experimenteer naar smaak, maar houd het natuurlijk.

De toch al indrukwekkende wolkenluchten rond een onweersbui kun je verder aanzetten door de Helderheid (clarity) en Nevel verwijderen (dehaze) schuifjes in Lightroom op te voeren. Ook hier geldt dat in de beperking zich de meester toont. Houd het resultaat natuurlijk. Als je de lokale contrastaanpassingen via een verloopfilter of radiaalfilter toepast, voorkom je dat de voorgrond ook wordt geraakt door het effect. Ook zwakkere bliksemflitsen kun je met een lokale contrastaanpassing prominenter in beeld brengen.

Voor een spectaculairder beeld kun je de flitsen uit meerdere opnamen samenvoegen in één foto. Werken vanaf statief betaalt zich hier uit, omdat je zeker weet dat alle foto’s naadloos op elkaar passen. Bewerk de foto’s allemaal hetzelfde in Lightroom of Photoshop en leg ze vervolgens als lagen op elkaar in Photoshop. Van alle lagen behalve de onderste basislaag zet je de overvloeimodus op Lichter. Daarmee wordt uit elke laag alleen het helderste deel zichtbaar, en dat is je bliksemflits! Deze techniek kun je ook gebruiken als een lange sluitertijd voor lelijke beweging in de wolken heeft gezorgd. Maak op hogere iso en korte sluitertijd een basisfoto zonder bewegende wolken en gebruik die als basis om de lichtflitsen uit de andere foto’s eraan toe te voegen.

Wil je een foto met een scherpe voorgrond samenvoegen met een foto die is scherpgesteld op de bliksem in de achtergrond, bewerk ze dan eerst identiek in Lightroom of Photoshop. Open ze als lagen in Photoshop, selecteer alle lagen en kies vervolgens voor Bewerken, Lagen automatisch uitlijnen. Zo weet je zeker dat de afbeeldingen precies op elkaar passen. Door het verleggen van de scherpstelling kun je bij sommige lenzen namelijk te maken krijgen met een licht zoomeffect. Vervolgens voeg je een masker toe aan de bovenste laag en schilder je met een zwarte kwast de onscherpe delen van die bovenste laag eruit. Zo maak je de scherpe onderste laag in die delen weer zichtbaar en heb je een samengestelde foto waarin van voor tot achteren alles scherp is.


Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Lichtende nachtwolken fotograferen: bijzonder natuurfenomeen in de zomer

De juiste camera-instellingen voor het fotograferen in het donker