in

Altijd scherpe foto’s: beeldstabilisatie uitgelegd

Een statief is van oudsher het aangewezen middel om onscherpe foto’s door trillingsonscherpte te voorkomen. Als dat onpraktisch is, kan beeldstabilisatie een goed alternatief zijn. We leggen je uit wat beeldstabilisatie is, hoe het in grote lijnen werkt en wat je ermee kunt én wat niet.

Naast scherpstelfouten zijn ‘bewogen foto’s’ de voornaamste reden dat foto’s in de virtuele vuilnisbak belanden. In dit artikel gaan we in op trillingsonscherpte en beeldstabilisatie als remedie daartegen.

Het is goed om allereerst nog even het onderscheid tussen bewegingsonscherpte en trillingsonscherpte in herinnering te brengen. Tegen bewegingen van het onderwerp doet beeldstabilisatie of een statief namelijk niets. Bij trillingsonscherpte heeft de camera tijdens de belichting bewogen. In zo’n geval kan een steuntje of beeldstabilisatie wel uitkomst bieden.

Zowel een statief als beeldstabilisatie onderdrukt trillingen, maar ze doen dit allebei op hun eigen manier. Terwijl een stevig statief de spreekwoordelijke rots in de branding speelt, hanteert beeldstabilisatie een andere tactiek: tegen de stroom in bewegen. Dus maakt je camera een zwiepje naar rechts, dan probeert beeldstabilisatie op microniveau tegengas te geven om die beweging te neutraliseren.

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Camerabeheersing in Zoom Academy. Alles leren over je camera en wil je alle functies optimaal benutten? Bekijk de gehele cursus!

De schakelaar voor beeldstabilisatie (OS) op een Sigma-objectief.

Bij duurdere objectieven, zoals deze Canon-telezoom, heeft de beeldstabilisatie vaak meerdere standen.

Optisch of mechanisch

In wezen bestaan er twee systemen voor beeldstabilisatie: mechanische sensorstabilisatie in de camerabody, ook wel IBIS (In-Body Image Stabilization) genoemd, en optische stabilisatie in het objectief. Fabrikanten hanteren verschillende benamingen, die in hoofdstuk 3 de revue zijn gepasseerd. Bij sensorstabilisatie kan de sensor trillingen corrigeren doordat deze zwevend is opgehangen. Bij optische stabilisatie gebeurt dit door een zwevende lens(groep) in het objectief. In beide gevallen worden de trillingen gedetecteerd door ultragevoelige en razendsnelle sensoren, en worden magneetjes gebruikt om de benodigde tegenbeweging te realiseren.

De langste sluitertijd waarmee je in principe zonder hulpmiddelen uit de hand scherpe foto’s kunt maken, wordt berekend door 1 te delen door de brandpuntsafstand van het objectief (vermenigvuldigd met de eventuele cropfactor).

Bij teleobjectieven zit je dan al snel aan de limiet: met een 500mm-objectief ligt de grens bijvoorbeeld op 1/500 seconde. Daarom is het niet zo vreemd dat diverse fabrikanten, waaronder Nikon en Canon, er in eerste instantie voor kozen om hun (spiegelreflex)objectieven van beeldstabilisatie te voorzien. Je kunt zo’n systeem immers op maat toevoegen, aangezien stabilisatie bij een supertele een grotere meerwaarde heeft dan bij een groothoeklens. Een ander voordeel is dat het optische zoekerbeeld in één moeite door mee gestabiliseerd wordt. Zeker met een lange en zware telelens is het immers al lastig genoeg om je onderwerp goed in het vizier te houden wanneer je uit de hand fotografeert.

Natuurlijk kleven aan beeldstabilisatie in het objectief ook nadelen. Het meest voor de hand liggende minpunt is dat je voor elk objectief een eigen stabilisatiesysteem nodig hebt. Dat kost uiteraard geld. Verder neemt zo’n systeem ruimte in, wat bij extreem lichtsterke en/of compacte objectieven problematisch kan zijn. Daarom kozen andere merken, zoals Pentax, voor een gestabiliseerde sensor. Bijkomend voordeel is dat die in principe werkt met elk willekeurig objectief. Zelfs met ‘oudjes’ die niet eens van elektronische contacten zijn voorzien. Je moet dan wel even via het cameramenu de brandpuntsafstand doorgeven, zodat het stabilisatiesysteem zich daarop kan instellen. Bovendien kan de stabilisatie over meer assen plaatsvinden. Zo worden niet alleen ongewenste horizontale en verticale bewegingen gecompenseerd, maar ook rotatie en horizontale en verticale kantelingen (‘yaw’ en ‘pitch’).

Beide systemen leverden aanvankelijk twee of drie stops winst, zodat je met een pakweg vier- tot achtmaal zo lange sluitertijd uit de hand kon fotograferen. Door de technische vooruitgang werd dat al snel nog één of twee stops meer.

Deze illustratie van Sony laat de stabilisatie over de verschillende assen zien.

De beeldstabilisatie-unit rond de sensor in een actuele Nikon-systeemcamera.

Best of both worlds

Naarmate het zwaartepunt bij veel merken verschoof van spiegelreflex naar systeemcamera, werd het aantrekkelijker om de beeldstabilisatie meteen in de camerabody in te bouwen. Bij een systeemcamera profiteer je met een gestabiliseerde sensor namelijk óók van een gestabiliseerd zoeker- of schermbeeld.

Het duurde niet lang eer sommige merken op het idee kwamen om beide systemen te combineren. Bij merken als Canon (Hybrid IS), Panasonic (Dual I.S.) en Olympus (Sync IS) kan zo’n dubbel beeldstabilisatiesysteem een totaalwinst opleveren van zes tot acht stops. Concreet betekent dit dat de veilige ondergrens voor een 50mm-objectief van 1/60 seconde naar een volle seconde of langer opschuift. Waardoor je in veel gevallen – bij een fotosafari met je telezoom, tijdens een avondwandeling door een sfeervol verlichte binnenstad of op reis – je statief met een gerust hart kunt thuislaten. Met als bijkomend voordeel dat je niet vastzit aan tijdrovend verstelwerk, zodat je sneller een ander standpunt kunt kiezen of kunt inspelen op onverwachte situaties.

Video

As je video’s maakt, is een stabiel beeld minstens zo belangrijk als bij fotografie. Zeker voor filmers die uit de hand werken en/of aan de wandel gaan met hun camera, is een beeldstabilisatiesysteem onontbeerlijk. Tot een paar jaar terug zat je daarvoor meestal vast aan een gestabiliseerde houder of handgreep, een zogenaamde ‘rig’ of ‘gimbal’. Het stabiliseren van video is een lastige taak, aangezien dit doorlopend tijdens de hele opname moet gebeuren. Verrassend genoeg slagen de fabrikanten erin om dit vaak erg goed te doen, waardoor je met veel moderne camera’s prima een stuk film lopend kunt opnemen zonder dat je daarbij voortdurend hoeft te letten op het stabiel houden van het toestel.

De beeldstabilisatie-unit in de nieuwe Sony A7 IV is speciaal ontwikkeld om ook bij het filmen optimaal te presteren.

Aan of uit?

Als de camera op een statief staat, kun je de beeldstabilisatie in de meeste gevallen beter uitzetten. Zeker wanneer je een afstandsbediening of de zelfontspanner gebruikt. Ook bij ‘panning’ (meetrekken met je onderwerp) kan beeldstabilisatie averechts werken. Sommige duurdere objectieven hebben daarvoor een aparte stand. Vergeet tot slot niet dat beeldstabilisatie extra stroom kost. Daardoor is de accu van je camera sneller leeg.

Zoom Academy

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Camerabeheersing in Zoom Academy. Alles leren over je camera en alle functies optimaal benutten? Bekijk de gehele cursus!

Zo leer je onder andere:

  • Alles over de techniek van je toestel
  • Je kennis te vergroten en mooiere foto’s te maken
  • Het toepassen van de technieken in de praktijk

Bekijk hier de volledige Cursus Camerabeheersing.


Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Een gebouw rechtzetten in Photoshop: perspectief aanpassen

Fotograferen in de zomer: met je camera de natuur in doe je zo